‘om met heer bommel te spreken’

NU ALLE topfuncties binnen het bedrijf naar zijn tevredenheid zijn ingevuld en het interim-management naar huis is gestuurd, moet de kwaliteit van ‘het lagere echelon’ hoognodig worden verbeterd, meent GVB-directeur André Testa. ‘Het vervangen van de verouderde trams duurt vijf jaar, maar het opvijzelen van de arbeidsmoraliteit en de kwaliteit van het lager en middenkader zou wel eens meer tijd in beslag kunnen nemen.’

Bij binnenkomst in zijn rijkelijk met houten lambrizeringen versierde kamer in het Scheepvaarthuis ontkomt niemand aan de striptekeningen aan de muren en de twee in camouflagekleuren geschilderde Rambo-flipperkasten. En je ontkomt al evenmin aan een uitgebreide liefdesverklaring voor het stripverhaal en dan met name voor de nogal gewelddadige avonturenstrips van de Italiaanse tekenaar Hugo Pratt. En zijn teleurstelling over het feit dat het beeldverhaal zo wordt ondergewaardeerd door cultuurminnend Nederland. Op de vraag hoe het GVB er na twee jaar Testa voor staat zegt hij: ‘Dit jaar kunnen we met de begroting van het openbaar vervoer op nul uitkomen en als ik alle toekomstplannen op een rijtje zet ben ik zelfs optimistisch. Hier, kijk maar, tussen de blote meiden in de Panorama staat een heel verhaal over de nieuwste aanwinst van het GVB, het veer Amsterdam-Lelystad en Amsterdam-Almere.’ HOEWEL HIJ een hekel heeft aan terugblikken, vindt Testa het nog steeds onbegrijpelijk dat het GVB zo diep heeft kunnen zinken. 'Er is een meer dan uitstekende marktsituatie voor de vervoerssector. Er zijn bedrijfstakken waarmee het beduidend slechter gaat. En vooral in Amsterdam, een stad die pretendeert autoluw te zijn, is zorgen voor een goed geolied openbaar vervoer een fantastische taak. Daar is heel wat meer uit te halen dan tot nu toe is gebeurd.’ Na de crisis van een paar jaar geleden, die gepaard ging met vacaturestops, uitgavestops en snijden in de dienstverlening, is de productie volgens Testa enorm uitgebreid. 'De ringlijn is gaan rijden en we zijn nu heel hard bezig met de IJ-rail en de lijn op de Akerpolder, dus we groeien als een gek. Ook wat betreft het aantal passagiers. En er moet nog veel meer gebeuren, want er is in dertig jaar geen zak veranderd. Ga maar eens kijken op koopzondag hoe druk het dan is. Daar moet je op inspelen, maar het blijkt nog een hele toer om het personeel zoiets uit te leggen. Hetzelfde geldt voor het millennium. Normaal rijden de laatste trams en bussen op oudjaarsavond om een uur of negen, om pas de volgende ochtend weer op gang te komen. Maar we weten nu al dat er grote millenniumfeesten worden gehouden. Ook daar moet je op inspelen.’ HET GVB-personeel heeft de afgelopen jaren nogal wat kritiek te verduren gehad. Volgens Testa zijn de werkomstandigheden verre van ideaal. 'Amsterdam is natuurlijk een rare stad, waar een aantal zeer agressieve mensen rondloopt. Vroeger was dit een stad van gein, maar tegenwoordig van ongein. Als je als bestuurder van een metro een steen door je ruit krijgt terwijl je tachtig kilometer per uur rijdt of je wordt afgetuigd terwijl je gewoon je werk doet, is dat op zijn zachtst uitgedrukt niet bevorderlijk voor je humeur en je motivatie. We zijn sinds kort dan ook gaan werken met service- en veiligheidsteams die de boel beter in de klauwen moeten houden.’ Om de aansturing van het personeel te verbeteren krijgt het lager en middenkader binnenkort een cursus op een speciaal voor dat doel opgerichte GVB-managementschool. 'Nu het bedrijf weer bazen en bovenbazen heeft, om met heer Bommel te spreken, gaan we het eerste en tweede echelon opleiden.’ In eerste instantie worden vierhonderd personeelsleden geschoold. Tegenstanders binnen het bedrijf spreken nu al van een 'fit on or fuck-principe’, maar als aan Testa de vraag wordt gesteld hoeveel 'vrijwilligers’ zich naar zijn idee zullen aandienen voor de managementlessen, uit hij opperste verbazing. 'Vrijwilligers? Wat is dat voor stomme vraag? Iedereen werkt hier vrijwillig en wie het niet bevalt kan opstappen. Het lijkt mij trouwens nogal logisch dat als je hier wilt blijven werken, je ook meewerkt aan kwaliteitsverbetering.’ VOLGENS TESTA wisten de GVB'ers jarenlang niet wie hun baas was. 'Er wordt steeds gesproken van reorganisatie, maar het ligt veel eenvoudiger. Kijk, iedereen wil graag zijn vader kennen. Dat geldt ook voor een werknemer. Die wil graag weten wie zijn baas is, wie degene is van wie je een schouderklopje of een schop onder je kont kunt verwachten. Kortom, we gaan bij het GVB weer normaal doen. Binnenkort start een proef op lijn 4 en 5 met het plaatsen van een vaste ploeg mensen die verantwoordelijk is voor dat ene traject en alles wat daarbij komt kijken. Daarmee verhoog je ook de sociale controle.’ Als een GVB'er ziek is, levert dat organisatorisch een probleem op. Testa: 'Iemand anders moet dan invallen. Als je echter niet echt ziek bent maar liever je huis gaat behangen, is er op dit moment niemand die dat in de gaten heeft. Maar wanneer mensen nauwer samenwerken zullen ze elkaar minder snel belazeren, en gebeurt het toch, dan loopt dat sneller in de gaten. Bovendien zal iedereen zich dan verantwoordelijker voelen voor “zijn lijn”. Dat geldt ook op andere terreinen, hoor. Als in Amsterdam iemand op straat in elkaar wordt gemept, loopt iedereen gewoon door. Wat is dat toch voor mentaliteit?’ Het ziekteverzuim bij het GVB ligt momenteel op ongeveer vijftien procent, bijna de helft hoger dan wat gebruikelijk is in een vergelijkbare bedrijfstak. 'Er wordt wel vaak gezegd dat er een personeelstekort is, maar als je het ziekteverzuim aanpakt, kom je al een heel eind. Nu missen we daardoor structureel een paar honderd personeelsleden. En als er wel mensen genoeg zijn om te rijden, laat zo'n tram het weer afweten.’ Met het nieuwe materieel vlot het niet zo. 'Het duurt vier tot vijf jaar voor we de complete serie van 95 nieuwe trams in huis hebben. Wel hebben we inmiddels extra aandacht besteed aan het onderhoud. Overigens vrij simpel hoor, door bijvoorbeeld in de werkplaats de boutjes en moertjes in de juiste bakjes te stoppen. Het materieel is in elk geval in een betere staat. En hoewel het ouwe troep blijft, denk ik dat we de zaken deze zomer beter voor elkaar hebben dan vorig jaar.’ Maar Testa durft zijn handen daarvoor niet in het vuur te steken. 'Ik ben geen Ratelband, maar een gewone nuchtere manager.’ Over verzelfstandiging van het bedrijf moet volgens Testa dan ook helemaal niet sentimenteel worden gedaan. 'Er moet royaal worden ingezet, met grote aandacht van de politiek. De gemeente houdt nog een flinke vinger in de pap en krijgt ieder jaar inzage in de jaarcijfers, maar ze kunnen niet langer iedere dag komen zeuren. En als we een op de markt gericht bedrijf zijn is dat beter voor de klanten en ook voor het personeel, want dat kan dan eindelijk gewoon werknemer worden met een goede CAO in plaats van ambtenaar.’