Om mooi te zijn

Hedendaagse kunst leert ons de oude kunst opnieuw zien. Domenico Bianchi lijkt de oude meester Botticelli verder te ontwikkelen, in abstracto.

DE TREND WAS, eind vijftiende eeuw in Florence en Rome, lichte ruimtelijke schilderijen waarin een overzichtelijke mise-en-scène kon worden opgezet – met figuren die stevig in hun contour zaten, in heldere contrastrijke kleuren. Als onvermijdelijk gevolg van zulke esthetische principes kon de stevigste van allen, Michelangelo, uitgroeien tot het onovertroffen hoogtepunt van de Renaissance. Een zachtmoedig paneel als de Madonna met Christuskind en de jonge Johannes de Doper, circa 1490, van Sandro Botticelli (1445-1510) viel dus buiten de mode van toen. Anders dan stevig ruimtelijk in elkaar gezet, lijkt de compositie eerder plooibaar en in elkaar gevouwen. Er is de tedere toenadering van het hoofd van Jezus met dat van zijn moeder – en de kleine hand van het kind in haar hals. Ze ondersteunt het kind lichtjes met haar rechterhand terwijl haar andere hand op zijn buik rust. Links kijkt Johannes toe, zijn handen rustig en devoot bij elkaar. Zijn gelaat wordt discreet apart gehouden: we zien het in een boog gevat en afgetekend tegen een lichte lucht. Tussen hem en de madonna zijn er ook nog de slanke, vergulde kruisstaf en, linksonder, een lessenaar met een boek op een kussen.
Dat is eigenlijk alles wat er gebeurt in deze stille scène van ontroerende tederheid – dat wil zeggen, wat bewegingen betreft. Want na de eenvoudige maar uitgekookte eerste opzet van de groepering der figuren is er nog van alles anders gaan gebeuren. Overal zijn de contouren uiterst frêle zodat zich door de hele compositie een effect van gewichtloosheid kan verspreiden. In veel passages worden de contouren, al ijl van zichzelf, ook nog omfloerst door onnavolgbaar verfijnde effecten van zachte vouwen en plooien in de kleding. Alsof dat alles nog niet mooi genoeg is, heeft de meester een prachtig melodische vierklank van fluwelige kleuren gevonden: het groen en het zachte blauw van Maria’s mantel over het rood van haar onderkleed dat zo subtiel samenvalt met de rode mantel van Johannes – met daartussenin het onbeschrijflijk tere incarnaat van het kind (en de armen en gezichten van de anderen). Natuurlijk heeft Johannes dezelfde kastanjebruine kleur haar als Jezus. We zien hier een schilder aan het werk die zich, zij het beheerst, laat meeslepen door de pure schoonheid die zijn kunst (al doende) aan het ontdekken is. Niet voor niets, want om die schoonheid, zien we dan ook de congruentie tussen de elegant gewikkelde hoofdtooi van de madonna en de fraaie rangschikking van boek en kussen en doek op de lessenaar.
Lange tijd had ik grote moeite met dit soort schilderijen. Ze waren me te sentimenteel en te zoet. In zijn eerste meesterwerk, de beroemde La Primavera (1478), was die bloemrijke stijl met dat sierlijke lijnenspel nog functioneel: daar ging het om een wervelende rijdans van licht geklede figuren en de luchtigheid daarvan was de effectieve uitdrukking van de lenige zwierigheid van dat tafereel. In deze Madonna echter had de subtiele rijkdom aan plooien en de melodie van kleuren het schilderij tot een ornament of juweel gemaakt – en dat paste niet in mijn beeld van wat er in de tijd na Botticelli in de kunst gebeurd was. Uiteindelijk was de kunst na veel formele opwinding uitgekomen bij de donkere strengheid van Caravaggio, en die grote meester was de held van Jannis Kounellis, de moderne kunstenaar in Italië die ik om ook zijn strengheid zo bewonderde. Ik móest de schoonheid en de gratie van Botticelli dus wel wantrouwen – tot ik, alweer jaren geleden, het werk van Domenico Bianchi leerde kennen.
Zo gaat het altijd: hedendaagse kunst leert ons de oude kunst opnieuw zien. Het lijkt bijna alsof Bianchi in het werk hier afgebeeld, Senza Titolo (2009), de geplooidheid van Botticelli in abstracto verder ontwikkelt. Het is een constructie gemaakt van was: het draaiende, gekrulde motief is witte was ingelegd in een vlak van rode was. Er is in die zorgvuldige maakwijze enige verwantschap met hoe Botticelli weloverwogen en langzaam zijn paneel heeft ontworpen. Het motief lijkt eerst een snelle, impulsieve slingerbeweging (als van een wapperende wimpel) maar dan, bij nadere beschouwing, valt de gekunsteldheid ervan op. Ooit heeft Bianchi drie soortgelijke, in elkaar gedraaide motieven getekend. Op basis van die tekeningen kunnen, met een computer, steeds nieuwe varianten worden gegenereerd, complex of minder complex, die het esthetische uitgangspunt worden van individuele werken. Daarna keert het in die formulering nooit meer terug. Het kunstige motief is een fijn gesneden ornament dat het oog rondsleept. Het verschijnt als een onnavolgbare werveling van licht en daarom is het ook gemaakt: om gewoon betoverend mooi te zijn. Dat wezenlijke aspect van kunst (voor Botticelli evident) is in de glanzende panelen van Bianchi, na vele jaren waarin kunst met zichzelf in de knoop was, eindelijk weer teruggevonden.

PS Botticelli’s schilderij bevindt zich in de Staatliche Kunstsammlungen Dresden, Gemäldegalerie Alte Meister. Domenico Bianchi heeft onlangs tentoongesteld in Galerie Slewe in Amsterdam. Wie weet zijn zijn drie of vier werken ooit in de collectie van het Stedelijk Museum te zien