Tentoonstelling

Om reden van schoonheid

Een grijzige super-8 film uit 1974. Een naakt vrouwenlichaam rolt in de branding. Overgeleverd aan de getijden beweegt zij zich langzaam in de richting van de kust. «Als ik geen kunst had kunnen maken, was ik crimineel geworden.»

In beeld en aan het woord is Ana Mendieta, kunstenares. Geboren in Cuba in 1948 moet ze, nadat haar vader een dissidente positie tegenover het regime van Castro heeft ingenomen, in 1961 op dertienjarige leeftijd het land verlaten. Haar ouders blijven achter. Zij en haar zus worden opgevangen in christelijke weeshuizen en — zoals de biografen niet moe worden op te merken — hartvochtige pleeggezinnen.

Vanuit het warme, exotische, door magie en revolutie gekleurde land van haar jeugd komt Ana Mendieta uiteindelijk terecht in Dubuque, Iowa. Waar het koud is, de mensen wit zijn en men gewoon al snel gek genoeg vindt. Geografisch misplaatst, wordt ze er dagelijks aan herinnerd dat ze anders is. Dat er verschillen bestaan.

Als ze al kunstenares is, zal ze eens zeggen: «Ik realiseerde me dat ik in een kleine wereld binnen in mijn hoofd leefde. Mijn poging een plek op aarde te vinden en mijzelf te definiëren, werd geboren uit de ontdekking van die verschillen.»

Wie zichzelf wil ontdekken in Dubuque, Iowa, lijkt weinig kanten op te kunnen. Het criminele circuit of de kunst. Het wordt het laatste. Mendieta gaat schilderkunst studeren aan de Universiteit van Iowa. Aan die universiteit wordt les gegeven door de Duitse kunstenaar Hans Breder. Hij introduceert een nieuwe studierichting. Een multidisciplinaire studie gestoeld op de fluxusgedachte van de intermedia. Nieuwe kunst tussen de grenzen van bestaande vormen.

Mendieta geeft het schilderen op en werpt zich vol overgave in die zee van nieuwe vormen. Ze voert performances uit, ensceneert een verkrachtingsscène in het klaslokaal, hakt kippen hun kop af, laat het bloed over haar naakte lichaam stromen, fotografeert haar eigen gezicht in vreemde contouren gedrukt door een glasplaat.

Dat heeft allemaal zo zijn redenen. Psychologisch. Spiritueel. Haar acties zijn, met andere woorden, allemaal uit te leggen. En dat wordt in de catalogus die haar tentoonstelling in het Fries Museum begeleidt dan ook gedaan. Er wordt uitvoerig stilgestaan bij de theoretische onderlaag van haar werk. In hoeverre die zich verhoudt tot de Santería, die typisch Midden-Amerikaanse stoofpot van katholicisme, West-Afrikaanse geesten en Maya-rituelen. In welke mate haar Cubaanse achtergrond, haar persoonlijke geschiedenis en de geografische en spirituele verkniptheid van haar psyche zijn weerslag vindt in het werk.

Veel van haar acties leunen op de vormentaal en choreografie van het ritueel. Het individu neemt plaats in een gewijde ruimte en geeft zich over aan de diepere driften van de kosmos. In die postmodernistische mix van kunst, religie en persoonlijke trauma’s stond Mendieta niet alleen. Veel performance- en body-arties ten onderwierpen hun kunst aan een spiritueel reveil. Ze grepen terug op oude mythes van de Navajo- (Donna Henes) of Zuni- en Hopi-indianen (Joan Jonas), in een poging de kunst een nieuwe betekenis te geven. Niet-materieel. Een handeling in de tijd. Slechts tastbaar in gedachten.

Mendieta viel in 1985, om onopgehelderde redenen, vanaf de 34-ste verdieping uit het raam van haar studio in New York. Dood. Haar nalatenschap bestond voornamelijk uit negatieven. Tijdens haar actieve leven had ze slechts enkele foto’s afgedrukt. Want daar ging het niet om. De foto’s werden voornamelijk genomen ter documentatie. Het kunstwerk was de actie zelf.

Resten ons nog slechts de afdrukken. Beelden dus. En daarmee lijkt de journalistieke noodzaak om de gedachten achter haar werk en het verloop van de actie exact te beschrijven minder geworden. Het werk, tot stilstand gekomen, kan zich loszingen van de betekenis naar een niveau van onberedeneerbare esthetiek. Schoonheid dus. Om geen enkele andere reden dan de schoonheid zelf. Maar dat woord valt in de catalogus niet één keer. De kunsthistorische beschouwing van haar werk wordt benaderd als was het een boekhoudkundige exercitie. Het lijstje van thema’s wordt nauwkeurig nagelopen en afgevinkt. En inderdaad: alles klopt.

Maar haar belangrijkste werk, de reeks Silueta’s waaraan ze tussen 1972 en haar dood werkt, is ook door niet-droogstoppels te begrijpen. In deze serie is zijzelf steeds als een schim, een afdruk in het zand of verstopt in de aarde aanwezig. Ze neemt een voorschot op het langzaam verdwijnen en de totale vergetelheid die ieder mens te wachten staat.

Daarmee plaatst ze zichzelf in een veel bredere romantische traditie, die losstaat van lokale gebruiken of persoonlijke belevenissen en die een verhaal van alle tijden vertelt. Een kosmische perceptie waarbinnen de notie van identiteit of individualiteit absurd is. Even absurd als de gedachte dat er achter dat alles omhelzende gevoel van verdwaaldheid, een theorie van groter belang verscholen gaat. Het zijn deze beelden, en niet de kunsthistorische theorie, die een bezoek aan Leeuwarden rechtvaardigen.

Ana Mendieta

Tot en met 27 juli in het Fries Museum, Leeuwarden

Catalogus: € 22,-