Oma’s publieksparticipatie

Begin jaren zestig. De ergste zuinigheid van de naoorlogse jaren was voorbij. Er was weer tijd voor zelfreflectie. Alles werd in stelling gebracht om de mens weer terug te brengen tot zichzelf. Vermoedelijk zal rond die tijd het cryptische mensbeeld ‘je ware Ik’ in Schwung zijn gekomen. De maatschappij was een dwangbuis waaruit het individu los moest breken.

Binnen de kunstwereld werd het zogenaamde modernisme van de jaren twintig en dertig nieuw leven ingeblazen. Een schilderij alleen volstond niet meer, tenzij de verf nog nat was en de toeschouwer er naakt doorheen rollend een ‘dialoog’ mee aan kon gaan. Op zoek uiteraard naar de ware identiteit van zichzelf en van het kunstwerk. Het is gemakkelijk om daar met terugwerkende kracht lacherig over te doen. Maar het is ook moeilijk om je de heilige overtuiging van de participanten van dat moment te kunnen voorstellen. Het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel biedt ons nu die mogelijkheid met een overzichtsexpositie van het werk van de Braziliaanse kunstenares Lygia Clark.
Clark begon haar carrière als rechttoe-rechtaanschilderes maar liet, begin jaren zestig, en als een kind van haar tijd, de vlakke muur voor wat die was en plaatste niet-definitieve objecten in de ruimte. Deze objecten hadden altijd een tijdelijk karakter daar het de taak van de toeschouwer was ze middels een intuïtieve dialoog te vervormen. Vanaf dat moment ging het haar alleen nog maar om de relatie mens-kunst en uiteindelijk de relatie mens-mens. Om die relatie te verbeteren ontwierp Clark een groot aantal attributen en rituelen met behulp waarvan mensen zich meer bewust moesten worden van zichzelf en hun eigen lichaam. Haar belangrijkste drijfveer noemde ze zelf 'nostalgie naar het lichaam’.
De laatste jaren van haar actieve leven gaf ze de kunst eraan en werkte ze alleen nog maar als therapeute. Althans, dat wil het verhaal. Helemaal waar is dat niet. Ook in die laatste periode werden haar handelingen uitvoerig gedocumenteerd, en de attributen die ze bij de therapieën gebruikte zijn bewaard gebleven. Eenvoudige van basismaterialen als hout, plastic en linnen gemaakte voorwerpen. Bijna alles wat je nodig hebt voor deze poor man’s psychotherapie is in de gemiddelde keukenla te vinden.
Het heeft een serie prachtige foto’s opgeleverd. Verstilde portretten van mensen die zich volledig van de buitenwereld hebben afgesloten. De God in henzelf aanbiddend, zoekend naar hun ware Ik. Prachtige video’s waarin bloemenkinderen met de ernst van anti-Vietnamoorlog-demonstranten elkaar bedekken met vochtig garen, vrijwillig verstrikt raken in een net van elastiek of in een schematische weergave van de baarmoeder de conceptie en geboorte herbeleven. Blijmoedigheid troef, voor cynisme is geen plaats in Clarks wereld. Op de uitstekende tentoonstelling liggen replica’s van de originele attributen, zodat de bezoeker kan meedoen.
De tentoonstelling is vooral het verslag van een prachtig ontspoord leven. Wat het meest bijblijft is het beeld van Lygia Clark zelf, die in veel video’s te zien en te horen is. Een betoverend beeld. Ze straalt rust en warmte uit. De oudere vriendin of oma van je dromen.
De therapieën en rituelen die ze voor anderen bedacht, lijken vooral Lygia Clark zelf veel goed te hebben gedaan. Je kunt eigenlijk alleen maar bewondering hebben voor de dromerige hardnekkigheid waarmee ze haar werk trouw bleef.
In een Tell Sell-achtige video legt ze, zittend op de grond, de werking van haar therapeutische objecten uit en doen tevreden patiënten verslag van hun genezing. Dat het echter ondanks alle theorie kunst blijft, blijkt wel uit het feit dat de therapie sterk verbonden was aan de persoon Clark. Volgelingen zijn er, na haar dood in 1988, nauwelijks. De effectiviteit van haar objecten is, zonder de aanwezigheid van de Hogepriesteres zelf, moeilijk te bepalen. Ook de zeden zijn veranderd. Publieksparticipatie is iets uit grootmoeders tijd. Toch brengt de tentoonstelling iets van die oude tijden weer tot leven.

  • Het Tweede Gezicht. Nog meer maskers, nu van Afrikaanse makelij in het Africa Museum in Tervuren, nabij Brussel, t/m 29 november. Open: dinsdag t/m vrijdag van 10.00 t/m 17.00 uur, zaterdag t/m zondag van 10.00 t/m 18.00 uur.