Kunst

omarmen op afstand

KUNST The Romantic Damage Show

Kon de Romantische ervaring van het Sublieme je rond 1800 nog onverhoeds overvallen (in je eentje onderweg in het hooggebergte, op zee bij storm), tegenwoordig ga je naar Zuid-Afrika om onder deskundig toezicht te zwemmen met menshaaien, of naar Thailand om bij monniken tijgers te aaien. Dat is vooruitgang. Maar bij velen knaagt iets. Ze missen wat. Het echte werk. Ook in de beeldende kunst heb je dat.

Na een periode waarin kunstenaars geacht werden theoretisch verantwoord en met overleg te werk te gaan, strategisch te denken en maatschappelijk betrokken te zijn, is het, naar het schijnt, weer ’s de beurt aan de Romantiek met haar nadruk op subjectiviteit, intuïtie, introspectie, verbeelding en wat dies meer zij. ‘De Romantiek is helemaal terug’ stelt de toelichting bij To Burn Oneself with Oneself: The Romantic Damage Show simpel en duidelijk. Maar even verderop wordt al water bij de wijn gedaan: ‘Kunstenaars van nu omarmen de Romantische gedachte, maar houden haar tegelijk op afstand.’

Vraag me niet hoe je dat doet, omarmen op afstand, maar het idee is duidelijk: niet de overgave aan de roes van het Romantische zelfverlies, bijvoorbeeld, wel het overdacht beproeven en vakmatig inzetten van Romantische noties, begrippen en clichés. Dat lijkt weinig Romantisch. Misschien dat daarom de tentoonstelling in eerste instantie teleurstelt. Te weinig vervoering, te veel voor de hand liggende beelden (en geluiden). Met name I’ll Be Lost When I Find You van Richard T. Walker is van een ergerlijke eendimensionaliteit. Paradoxaal genoeg wordt dat veroorzaakt doordat Walker als enige het Romantische lijkt te omarmen zonder genoemde afstand.

Walkers bijdrage werkt zo als contrapunt en leidt tot een nadere beschouwing van de andere bijdragen, en tot de vraag of niet de wereld het domein-bij-uitstek van het Romantische is geworden, in plaats van de kunst, en of voor de kunstenaar niet slechts de reflectie is overgebleven. En de vraag of dat een verlies is. Het maakt de tentoonstelling als gedachteoefening geslaagd. Maar als samenstelling van individuele kunstwerken is het een matte bedoening, ondanks de beproefde kunstenaars die meedoen: Joan Jonas, Günther Förg, Michael Landy en Rodney Graham onder anderen.

Twee bijdragen springen eruit. Eén daarvan is Ten Years, Please, To Avoid Raindrops van de Koreaanse Jewyo Rhii: een verzameling fragiele objecten, foto’s, schetsjes en teksten. Eén keer stampen of hard blazen en alles stort in en valt van de muur, zo lijkt het. Rhii’s installatie is een monument (op de manier waarop een wolk een monument is) voor de onoverwinnelijkheid van tederheid, kwetsbaarheid, aandacht en nutteloosheid.

De andere bijdrage is de videofilm Untitled (fragment of) – Episode 3 van Renzo Martens, een huiveringwekkend meesterwerkje, waarin Martens als kunstenaarontwikkelingswerker ons inzicht biedt in de werking van de wereldeconomie, de oorlogsverslaggeving en het narcisme van een bepaald soort hedendaagse beeldende kunst. Later dit jaar zal in Stedelijk Museum Bureau Amsterdam het complete werk getoond worden waarvan dit een voorstudie is. Dat is iets om naar uit te kijken én huiverig voor te zijn.

To Burn Oneself with Oneself: The Romantic Damage Show, De Appel, centrum voor beeldende kunst, Amsterdam, tot 6 april