‘Omdat hij het was, omdat ik het was’

In het tijdperk van Twitter, Facebook en Google+ is het goed om nog eens te lezen wat Michel de Montaigne over vriendschap schreef. Een pleidooi voor het niet-benoemen in de tijd van transparantie en zeggen waar het op staat.

Wat zou Michel de Montaigne van Google+ hebben gevonden? Sociale media zouden zeker zijn interesse hebben gehad. In zijn kasteel in de Dordogne dacht de essayist/filosoof/rechter/politicus (1533-1592) veel na over menselijke betrekkingen. Zo signaleerde hij vier eeuwen voor Facebook al dat het woord vriend devalueerde: ‘Overigens zijn wat wij doorgaans vrienden en vriendschappen noemen slechts kennissen en banden die wij met elkaar hebben aangeknoopt voor een bepaalde gelegenheid, uit een bepaald belang, waardoor onze geesten het wel met elkaar kunnen vinden.’

De nieuwste sociale netwerksite, Google+, maakt dit expliciet. In Google+ draait alles om cirkels. Anders dan bij concurrenten Facebook en Hyves deel je hier je vrienden in sociale cirkels in. Eentje voor collega’s, eentje voor uitgaansvrienden, eentje voor klasgenoten, voor familie, sportmaatjes, drinkenbroeders, studievrienden, en als je wilt maak je er een aan voor je 'echte vrienden’. Als Montaigne een account nam, zou hij vast een hele reeks cirkels aanmaken, om de juiste kandidaten voor de juiste activiteit te selecteren: 'Als ik gezellig wil tafelen, zoek ik eerder aangenaam dan wijs gezelschap; in bed geef ik de voorkeur aan schoonheid boven goedheid; een discussie ga ik aan met een slagvaardig iemand, ook al zou hij niet deugen. En op andere terreinen is het eender.’

'Met Google+ wordt contact maken op het web meer zoals contact maken in het echte leven’, meldt de site. Dat verklaart allicht waarom die site minder populair is. In het echte leven mogen we onze vrienden dan misschien stilzwijgend onderverdelen in gradaties en klassen, dat wil nog niet zeggen dat iemand dat graag zwart op wit wil lezen of schrijven, laat staan het op internet bezegeld zien, in kleurencirkeltjes van pasfotootjes.

Niemand wil publiekelijk de pijnlijke afwaardering ondergaan van een triple A-vriendenstatus naar een schamel B-plusje. Iedereen wil een vriendschap van het type dat Montaigne had met de dichter Etienne de La Boétie. 'Bij de vriendschap waar ik het over heb, smelten de geesten samen en vermengen zich tot zo'n volledige eenheid dat zij naadloos in elkaar opgaan. Als ik zou moeten zeggen waarom ik van hem hield, weet ik daar geen antwoord op dan slechts dit: “Omdat hij het was, omdat ik het was.”’

Misschien klinken die woorden wat pathetisch. Dat vond ik althans bij eerste lezing, totdat ik doorlas en ontdekte dat de twee maar vier jaar met elkaar konden omgaan. La Boétie overleed in 1563, 32 jaar oud. Montaigne was dertig. Zeven jaar later zou hij zijn beroemde Essais beginnen te schrijven. Zijn vader overleed, Montaigne erfde het kasteel, en trok zich hierin terug om te gaan lezen in de boekenverzameling die zijn vriend La Boétie hem had nagelaten.

Omdat hij het was, omdat ik het was. Meer valt er niet over te zeggen. Elke afbakening en rubricering zou de vriendschap reduceren tot deelaspecten, en tot iets wat nuttig is in specifieke situaties (aangenaam tafelgezelschap, slagvaardige discussiepartner).

Montaigne’s essay Over vriendschap is een van de boeiendste die er over het Boekenweekthema geschreven zijn. Toch ben ik het nog niet tegengekomen in de hebberig naar publiek dingende berg heruitgaven, verzamelbundels en gelegenheidswerkjes die rond de Boekenweek altijd aanzwelt.

Vriendschappen van het type Montaigne-La Boétie zijn schaars. Ook in de literatuur zie je ze weinig. Het mooiste voorbeeld is De ontdekking van de hemel (1992) van Harry Mulisch, waar de vriendschap tussen Max en Onno de stuwkracht is achter de hele roman. 'Nooit had Max iemand als Onno ontmoet, Onno nooit iemand als Max - als zelfbenoemde tweeling hielden zij niet op zich te verheugen over elkaar. (…) De vraag, wat dat was tussen hen, zouden zij pas later bespreken - toen het er niet meer was, toen al die dagen in hun herinnering ineengevloeid waren tot één eeuwig-onvergetelijke dag. (…) De woorden kwamen pas als de zaak was verdwenen.’

Je hoort het er haast onder doorklinken, als grondmotief: omdat hij het was, omdat ik het was. Max en Onno zouden nooit Facebook-vrienden worden. Ze zouden nooit mailtjes in hun inbox hebben aangetroffen als: 'Onno heeft bevestigd dat jullie vrienden zijn op Facebook.’ Met het expliciet bestempelen van de band als vriendschap is het er feitelijk al mee gedaan. Benoemen betekent inperken, afbakenen, of zoals bij Montaigne en Mulisch, terugblikken. Zolang het gaande is spreek je niks uit. Echte vriendschappen laat je onbenoemd om hun vleugels te sparen van het vangnet.

Gelegenheidsvriendschappen laat je ook onbenoemd, maar dan om beide partijen de gêne te besparen dat het hier niet gaat om een gevalletje 'omdat hij het was, omdat ik het was’.

Stel je Montaigne even op Twitter voor.

Montaigne @Beauty_Lady: Ik wil met je naar bed, want ik geef de voorkeur aan schoonheid boven goedheid.

Montaigne @Bourgondiër: Ik wil met je uit eten, want aan tafel heb ik liever aangenaam dan wijs gezelschap.

Ze zouden onmiddellijk op de unfollow-knop klikken. Ze zouden hem ontvrienden en waarschijnlijk zouden ze zijn berichten retweeten om hem in hun hele sociale netwerk bekend te maken als opportunistische zak. Terwijl hij alleen maar expliciet maakt wat in het echte leven impliciet is. Terwijl hij alleen maar deed wat Google+ wil dat wij allemaal gaan doen: de onzichtbare structuren van onze sociale netwerken tonen. Van de daken schreeuwen wat we denken het in geniep. De cirkels van Google+ passen in een trend van meer transparantie en zeggen waar het op staat. Maar bij die sociale kringen brengt zo'n explicitatie meer schade dan heil. Neem de situatie waarin iemand uit de hogere cirkels van de exclusieve vriendschap sluipenderwijs omlaag tuimelt naar de periferie. In de praktijk gebeurt dat voortdurend. Elke levensfase heeft nu eenmaal andere vrienden. Uitzonderlijke gevallen daargelaten - en meestal gaat het dan om mensen die toevallig gelijktijdig naar nieuwe fasen doorgroeien. Vaak zullen vriendschappen 'verwateren’.

Als ik mijn telefoongeheugen doorblader, tel ik ongeveer vijftien namen van personen bij wie de verwatering zo ver heeft doorgezet dat het onzinnig is ze nog op m'n simkaart te laten staan, als kleine grafzerkjes van letters en cijfers, waaronder herinneringen liggen begraven uit vorige levens. Maar wat winnen we bij een officiële ter-aarde-bestelling? Zo'n openlijke afwaardering op internet zet bij beide partijen alleen maar kwaad bloed, dat die herinneringen met terugwerkende kracht zal infecteren.

Het tegenkomen van 'vrienden van vroeger’ is op zichzelf al ongemakkelijk zat. De situatie gebiedt dat je elkaar bijpraat, maar eigenlijk voel je daar weinig voor, net zo min als de ander waarschijnlijk. Wegduiken of veinzen elkaar niet gezien te hebben is echter niet meer mogelijk, zodat het in de meeste gevallen uitdraait op een vluchtige groet, een verraste uitroep, opgevolgd door een onduidelijk schuldgevoel. Maar daar blijft het dan ook bij.

Vriendenkringen zijn niet van roestvrij staal. Het zijn levende, organische vormen, met een eigen stofwisseling en dynamiek. Durf daar dan voor uit te komen, zou je kunnen zeggen. Zet het op Facebook, schreeuw het op Twitter! Maak het zichtbaar in Google+. Vertel je vrienden gewoon eerlijk 'waar ze aan toe zijn’.

Een van de redenen om dit niet te doen is dat de scheidslijnen niet zo scherp zijn als Google+ wil. Verwateren is een geleidelijk proces, terwijl die internetcirkels messcherp zijn afgebakend. Plotselinge degradatie naar een lagere divisie komt daardoor veel harder aan, voor beide partijen van de verwatering. 'Max heeft je vriendenstatus veranderd in: verre kennis.’ De ontvriender lijdt reputatieschade omdat hij nu zichtbaar is als onbetrouwbaar, de ontvriende omdat hij de vriendschap niet waardig zou zijn. Veel te harde kwalificaties voor wat in werkelijkheid een subtiele en pijnloze verwatering is.

Vooral grote veranderingen maken het verwateren zichtbaar. Sinds ik kinderen heb, loopt er door dat adresboek een diepe breuklijn tussen degene die ook kinderen hebben en de kinder­lozen. Het zou onzinnig zijn het te ontkennen: bij die kinderloze vrienden verdwijnt een reusachtig stuk gedeelde ervaringen weg in de kloof. In de meeste gevallen betekent dit ook een afwaardering van het contact. Daar komt nog bij - en alleen ouders kunnen dit exact navoelen - dat je de plotseling zoveel schaarser en kostbaarder tijd veel gerichter moet invullen. Dan valt er wel eens wat buiten de rand. En ook dan zijn het de ouder-vrienden die dat onmiddellijk begrijpen, die je rustig een paar maanden niet kunt zien en die je nooit verbouwereerd zullen aanstaren als je om tien uur al van een feestje vertrekt. Die arme kindertjes kunnen er niks aan doen, maar het is een feit.

Het omgekeerde komt overigens ook voor. Ineens begrijp ik veel meer van andere kennissen, van wie ik altijd wel wist dat ze kinderen hebben, maar het zei me niks, ik kende er de implicaties niet van. Het waren wezentjes die niet oplichtten op mijn radar.

Nog een reden om vriendschapsbanden onbenoemd te laten en niet expliciet te rubriceren: ze kunnen ook in omgekeerde richting veranderen. Het zou jammer zijn dat mis te lopen omdat je met het expliciete ontvrienden de deur hebt dichtgesmeten. Het zou jammer zijn een vriend te missen van wie je later kunt zeggen: 'omdat hij het was, omdat ik het was’.