In mijn ogen is het eerder een vaag idee, dat feminisme of die gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen (plus iedereen die zich hier wel of niet mee, in of om definieert), dan dat het daadwerkelijk aan de hand is.

Precies hier enkele voorbeelden uit essays, artikelen, mooie (en nodige) boeken die veelal geschreven zijn door (bewonderenswaardige) vrouwen over feminisme. En dan hier de praktijk aka het dagelijks leven. Pardon, mijn dagelijks leven waarin allesbehalve sprake is van gelijkwaardigheid.

Want jongens (mannen) kom op, ik trek dit niet langer.

Wekelijks al dan niet dagelijks word ik nageroepen, nagefloten, nagekeken of uitgescholden… Op straat, in de winkel, in de supermarkt, in de kroeg of in het park, strand, bos, ach man. Er loopt altijd wel een vent in het wild met commentaar. Omdat ik lach niet lach. Omdat ik huil niet huil. Omdat ik in mijn gedachten, niet in mijn gedachten verzonken zit. Omdat ik voor me uit of naar de grond staar. Omdat ik eet of niet eet. Omdat ik te lang stil sta omdat ik loop. Omdat ik adem, eruitzie als vrouw: dus daar ga ik en het leuke is, is dat niets nieuws is. Maar de kloof tussen alles wat geschreven is en de alledaagsheid groeit. Dit merk ik vooral op wanneer ik achter de toonbank in de winkel sta. In deze winkel verkopen ze geen nee: ze verkopen er schoonmaakartikelen, schroeven, autosleutels, een geweldig assortiment aan sponzen, bezemstelen, ballonnen, speelgoed, een kraan, douchekoppen, wasmachineonderdelen, een verwarmingsontluchter of hoe zoiets ook heten mag, een kabelgoot (zonder hoekje), tl-lampen, andere soorten lampen (een koelkastlamp!), elektriciteitssnoertjes, speelgoed, een hangmat, een kruik van twee meter lang, schilderspullen, tape, snijplanken, een tent, brandblusser, een föhn, fietssloten, maar ook een lampje dat je langer kunt maken en waarmee je in putten kunt kijken (dit is serieus een item).

Noem het en we hebben het.

De vrouwelijke klanten lopen binnen, vragen eventueel als ze iets niet kunnen vinden, betalen en gaan weer. De mannen daarentegen, ik weet niet wat hier precies gebeurt maar dat er iets gebeurt wanneer ze mij achter de toonbank zien staan, staat vast.

Ik zie fronsende wenkbrauwen: ‘O?! Oké, haha.’ Ik zie vraagtekens: ‘Jij weet vast niet wat ik bedoel, maar hebben jullie ook een kabelgoot?’ Er zijn er bij die mij compleet negeren of meteen vragen waar mijn (mannelijke) baas is (de clou: ze is een vrouw!). Er ontsnapt een spottend lachje als ik een stilte laat vallen (ik nadenkend over waar de ijzerzaag ook alweer ligt). Ik word niet serieus genomen als ik zeg dat de kroonsteentjes op zijn (‘Je begrijpt niet wat ik bedoel’ ‘Jawel meneer, de kroonsteentjes zijn op, die komen donderdag weer’). Ik word uitgekleed (door hun ogen). Er wordt commentaar of er worden complimenten gegeven over mijn uiterlijk. Er wordt gevraagd wat mijn vriend hiervan vindt (helemaal niet heteronormatief ofzo). En deze blijft mijn favoriet: ‘Je hebt zeker alleen maar verstand van schoonmaakspullen, maar…’ (seriously?). Wanneer ik geen dankjewel zeg op ongevraagde complimenten, ben ik niet klantvriendelijk… Bon. Dit zijn maar een paar voorbeelden aan de oppervlakte (die je ziet of hoort), want het gebeurt aan de lopende band.

Het schrijnende van dit alles is dat de winkel alles heeft. En omdat er zoveel is, zijn er ook zoveel verschillende soorten mensen (mannen) uit alle soorten milieus, met alle soorten afkomsten, leeftijden en achtergronden. Dus de vlieger ‘O, het zijn laagopgeleide mannen die zo reageren’ gaat niet op. En kom ook niet aanzetten met dat er in weet ik wat voor continent vrouwen geen korte broek mogen dragen. Want ik heb het over hier. Over mijn leven in Nederland anno 2021 als vrouw. Om nog maar te zwijgen over het feit dat ik bij lange na niet de enige ben die dit soort gezeik dagelijks te voorduren krijgt. En ja, ik zou kunnen stilstaan bij de dingen die wel goed gaan: alle vooruitgang benoemen, de mensen (mannen) bewonderen die andere mensen wel gelijkwaardig behandelen, me blindstaren op al het positieve. Maar iemand mag ook deze kleine (grote!) kloof benoemen.

Misschien is het geschreven feminisme eerder een streven naar gelijkheid. En is streven iets anders dan het ‘verkrijgen’.