Pleidooi voor de herwaardering van schaamte

Omdat wij ook de anderen zijn

Schaamte treedt pas op als je je identificeert met je medemens. Dus voor mensen als Trump, die bewust alle banden verbreken, is er geen rem meer op het vernederen van anderen. Dit soort zou beschaamd moeten worden.

Medium schaamte en beschaving

In 1976 verscheen De schaamte voorbij van Anja Meulenbelt, een persoonlijk en strijdvaardig relaas dat het individuele verhaal ontsteeg en een iconisch boek werd in de vrouwenbeweging. Een monument in de strijd om zich te ontdoen van de vele belemmeringen die vrouwen op hun ondergeschikte plaats hielden, gevangen en bevangen. Deze bestonden niet alleen uit formele beperkingen van wetten en regels, maar ook uit emotionele hindernissen zoals angst en schuldgevoel die onzichtbaarder waren, maar daarmee niet minder venijnig in hun uitwerking: de bestendiging van vrouwenonderdrukking, zoals de machtsongelijkheid tussen de seksen toen genoemd werd. Het afschudden van schaamte- en schuldgevoelens ten aanzien van seksualiteit – ook vrouwen waren lustvolle wezens – zou bevrijdend werken. Dat gold ook voor het moederschap: weg met het schuldgevoel als je buitenshuis ging werken en je kinderen naar de crèche bracht, want dat was de oude moraal die vrouwen thuis vasthield, beklemd in het huisvrouwenbestaan en de zichzelf wegcijferende zorgende rol die daarbij hoorde. De woorden van toen komen vanzelf weer bovendrijven. Al kon ik me lang niet in alles vinden, ik hoorde bij deze beweging, begreep de hinder van schuld en schaamte, en ook hoe bevrijdend het was om te trachten je daarvan te ontdoen.

Een sprong in de tijd. Opnieuw ophef over de schaamte voorbij, deze keer bij een man, de Amerikaanse president Donald Trump, en ook hij valt te beschouwen als icoon van de tijd. Maar nu wordt het anders ervaren, en leidt het tot onrust en ontzetting. De manier waarop hij alles wat wij onder beschaving verstaan met voeten treedt, beangstigt. Er is een rem weggevallen: hij hoont, vernedert, liegt, vergrijpt zich, en het angstaanjagende is dat hij niet ondanks dit gedrag populariteit geniet, maar dankzij: zijn schaamteloosheid heeft aantrekkingskracht, fascineert.

Zijn bruuskeren van wat als fatsoenlijk gedrag wordt verstaan roept de angst op voor de erosie van een dun en broos blijkende beschavingslaag. De schaamte voorbij is hier geen teken van vooruitgang, van bevrijding van remming en beklemming op weg naar een opener samenleving, maar wordt ervaren als een angstwekkende markering van moreel verval. Want als de schaamte verdwijnt is het hek van de dam. Freud heeft ons hier al voor gewaarschuwd: de samenleving vereist driftbeheersing, en als deze wegvalt krijgen de driften vrij spel, en breekt er chaos uit en agressie. De schaamtelozen onder ons, is de vrees, kunnen dan ongeremd tekeergaan, ze worden niet tot halt geroepen door hun geweten, niet gehinderd door de bestaande gedrags- en gevoelsmoraal. Ze gaan deze te buiten, gaan zichzelf te buiten, en worden niet afgeschrikt door wat ze aanrichten. Dat maakt bang.

***

We zijn denk ik toe aan een herwaardering van schaamte. Maar, een onvermijdelijke second thought: wordt deze verschuiving in waardering van schaamte als ballast naar noodzaak niet ook ingegeven door een verschuiving van positie? Toen viel er voor ons een wereld te winnen, nu zijn we aan de verliezende hand, al is dat ‘wij’ bij nader inzien niet zo helder als het lijkt. Ook toen werd de vrouwenbeweging door sommigen gezien als het verval van de morele orde, en ook nu zijn er mensen, al ontmoet ik ze zelden, die de schaamteloosheid van Trump als triomf ervaren, als bevrijding van de verkalkte orde, als omzetting van eigen onmacht naar de macht anderen te vernederen en te verontrusten.

We kunnen Trumps gedrag psychisch gestoord noemen en daar een passende diagnose voor vinden, maar het is vruchtbaarder om zijn schaamteloosheid en de voedingsbodem daarvoor ook te bezien binnen de veranderende sociale verhoudingen.

Schuld en schaamte: het is familie, maar er is een verschil. Schaamte grijpt dieper in, is ook fysieker, je kunt je er niet van ontdoen. Schuld kun je elders neerleggen: je kunt anderen de schuld geven, dat verlicht de last en geeft focus en daadkracht: die anderen moeten beschuldigd en bestraft worden, ze moeten een toontje lager zingen, klein gemaakt door verwijt, hoon of vernietiging. Of door beschaming, een machtig instrument dat de weg vrijmaakt voor agressie en degradatie. Het complexe spel van de schaamte: niet de agressor voelt de schaamte over eigen wangedrag, maar degene die vernederd wordt, wiens zelfrespect vernietigd is. Vernedering zet zich innerlijk vast als gebrek aan eigenwaarde: kennelijk ben je iemand die zo behandeld kan worden, ben je niets waard. De psychiater Louis Tas beschreef dit voor de joodse kampslachtoffers, maar ook in lichtere mate is deze dynamiek herkenbaar voor mensen die zich vernederd voelen. Het wekt schaamte, je voelt je klein en aangetast, wat zich voort kan zetten in zelfkastijding. Het kan ook transformeren: schaamte kan woede worden, en die omzetting vormt onderdeel van menig emancipatieproces.

Maar voor de woede gericht kan losbarsten is eerst de bepaling van schuld nodig, liefst collectief, dat geeft kracht en volume aan het verhaal over schuld en onschuld, goed en kwaad, dat zich soms opeens met grote heftigheid vormt, in deze tijd met de sociale media als grote aanjager.

***

Wie krijgt de schuld, en wie heeft de macht wie te beschamen: dat zijn sociologische vragen waarmee je het landschap van schuld en schaamte goed in kaart kunt brengen. Maar deze brede streek wekt bij mij ook altijd de behoefte aan de eigen ervaring en aan aandacht voor individuele verschillen. De schaamte voor mijn vader als hij met zijn alpinopet op ons van school kwam halen, en hoe ik dan deed of ik hem niet kende. Mijn schaamte voor hoe ik eruitzag in de door mijn moeder gemaakte kleren, en voor mijn snelle blozen waarmee je, trachtend onzichtbaar te zijn, juist de aandacht op je vestigt. De hoop dat je kinderen zich niet voor je schamen, en het besef dat ze dit onverbiddelijk doen als je net iets te hard praat, te vrolijk bent want een glas meer gedronken hebt dan anders, de schaamte kortom voor losbandige ouders als ze zich iets vrijer gedragen dan gewoonlijk.

Een onuitputtelijke bron: de huiselijke schaamte en de strijd over wat schaamtevol is. Hoe de een zich kan schamen voor de ongetemde rommel en de ander voor gebrek aan gastvrijheid, hoe de een bij huiselijke ruzie direct de tuindeur sluit uit schaamte voor de buren en de ander dan pas goed ontploft omdat schaamte belangrijker wordt gevonden dan de oorzaak van de woede. Schaamte zegt iets over wat echt belangrijk wordt gevonden, waarop je je wilt laten voorstaan, en wat niet geschonden mag worden, en dat kan gaan over eer, integriteit, sensitiviteit, vakbekwaamheid, over zichtbare en onzichtbare zaken. Een mooi onderwerp voor een gezelschapsspel: waar schaam jij je voor, nu, ooit, in de toekomst, en waar is dat mee verbonden? Schaamt een jongere generatie, actief op Facebook, zich voor het niet halen van het daar geëtaleerde perfecte leven?

Freud waarschuwde al: de samenleving vereist ­drift-be­heersing en als deze wegvalt breekt er chaos uit en agressie

Een eigen schaamte-ervaring die me nog steeds bezighoudt: ik stond na afloop van een bijeenkomst op mijn werk op de universiteit na te praten met een collega, een man die ik altijd wat op afstand hield, toen hij opeens besmuikt-geamuseerd vroeg of ik wist hoe een andere collega over mij praatte. Ik wilde daar niet nieuwsgierig naar zijn, maar hij wachtte mijn reactie niet af: ‘Ze ruikt zo lekker.’ Het verwarde en beschaamde gevoel van toen – schaamte blijft kleven – de ergernis dat ik hem geen lik op stuk gaf, maar ook deze woorden zijn opeens smoezelig geworden. De ergernis over mijn eigen gevangenheid in vernedering en kwaadheid. Al die jaren denkend goed en volwaardig mee te doen, maar uiteindelijk blijk ik vooral een lichaam te zijn. Met al je professioneel adequate gedrag toch gereduceerd tot lijf. Teruggefloten naar het eigen domein. Het ergste vond ik nog dat ík me schaamde terwijl zij dat behoorden te doen. Maar zij vermaakten zich, en waren in staat mij te beschamen – kennelijk was ik iemand over wie ze zo konden praten en lachen. Een gunstige voedingsbodem voor wraak- en vergeldingsfantasieën.

***

Het interessantst zijn de verschuivingen die zich soms een tijdlang in stilte voltrekken maar plotseling losbarsten, zoals nu met de #MeToo-golf, ontbrand door verontwaardiging over misbruik van mannenmacht op seksueel gebied. Iets wat niet van vandaag of morgen is, en vaak beschouwd wordt als iets wat er nu eenmaal bij hoort, geweten en langsheen gekeken, maar nu opeens uit de schaduw getrokken en in het felle licht gezet, waardoor steeds meer aan het licht komt, zoals eerder het geval was bij priesterlijke handtastelijkheden en incest.

Het ene verhaal trekt het andere mee, het wordt een collectief verhaal met vaste noemers van geweld en onderdrukking, en slachtofferschap. En het bevat een verschuiving van schaamte: waar eerst de slachtoffers zich beschaamd voelden en er het zwijgen toe deden, moeten nu de daders beschaamd worden en bestraft, verwijderd uit hun functies, beschimpt, aangetast in eer en positie. Sommigen trekken het boetekleed aan of houden zich schuil, anderen proberen zich te verweren en wijzen op de verandering van het sociale klimaat. (Het aanvoeren van vrouwelijke avances is nu geen haalbare kaart, wat ook iets aan het oog onttrekt: de vrouw als lustvol wezen, wat ooit als emancipatiewinst werd beschouwd, en het besef dat vrouwen ook zelf soms hun lichaam inzetten als kapitaal op huwelijks- en carrièremarkt, maar dergelijke tegenwerpingen worden nu niet gewaardeerd, ze compliceren het verhaal en gooien daarmee zand op het vuur van de strijd).

Die veranderingen van het sociale klimaat en het opschuiven van schaamte- en pijnlijkheidsgevoelens zijn interessant, en ook confronterend: soms begrijp je, terugkijkend, niet meer goed wat je toen kon doen, en deed, soms is het zelfs, als te pijnlijk, uit het geheugen gewist. Dagboeken, nog niet bijgewerkt in het licht van later, kunnen onthullend zijn. Een mooi fragment uit de memoires van de socioloog Joop Goudsblom, gebaseerd op primaire bronnen als dagboeknotities, agenda’s en brieven, laat pijnlijk duidelijk het veranderen van schaamtegevoelens zien ten aanzien van die andere heikele kwestie: huidskleur. Hij beschrijft hoe zijn tweejarig dochtertje in het vliegtuig naar New York een zwarte man voorbij ziet komen en tot hun schrik ‘aap, aap’ begint te roepen.

Dit pijnlijke voorval herhaalt zich de volgende ochtend in de lift van hun hotel. Deze geschiedenis, schrijft hij in alle eerlijkheid, hebben we vaak aan anderen verteld, en de reacties waren eensluidend vrolijk: ‘Het verhaal werd door alle lezers gewaardeerd als “leuk” en “vermakelijk”. Maar’, en hier gaat hij over op de beschouwende sociologische toonzetting, ‘met het verstrijken van de jaren zijn we op dit punt gevoeliger geworden. Om Norbert Elias te parafraseren: de omstandigheden zijn gewijzigd, en daarmee onze gevoelens en gevoeligheden.’

Elias beschrijft in zijn monumentale Het civilisatieproces hoe in de loop van de eeuwen de betrekkingen tussen mensen zich hebben gedifferentieerd en uitgebreid, en hoe deze verlenging van ‘interdependentieketenen’ gevolgen heeft voor de beheersing van emoties: mensen moeten meer rekening houden met meer anderen, en worden daarmee gevoeliger voor de positie en gevoeligheden van die anderen. Dat vraagt een evenwichtiger beheersing, van anderen en van zichzelf. Zo past Elias bij Freud: hij vat Freuds inzicht dat de samenleving driftbeheersing vereist in een historisch betoog, want hoe deze driften beheerst worden hangt af van de sociale verhoudingen, en deze zijn aan veranderingen onderhevig. Als deze veranderen, veranderen daarmee ook de gevoelens en gevoeligheden.

‘Mijn huidige scrupules’, vervolgt Goudsblom zijn verhaal, ‘vormen op zich ook weer een autobiografisch gegeven – een reden temeer om het voorval niet te verzwijgen.’ In die laatste zin toont hij zich de sociologische beschouwer die ook zichzelf genadeloos bekijkt en geen vervalsing van het geheugen toelaat: dit voorval werd toen, ook in zijn verlichte vriendenkring, grappig gevonden, zijn eerlijkheid wint het van de gêne.

Dit fragment wekt bij mij de plaatsvervangende schaamte die hoort bij deze tijd. Als je kind zoiets zegt, hoop je dat niemand het gehoord heeft en doe je er gegeneerd het zwijgen toe. Zo niet Goudsblom, en daarmee laat hij scherp de verandering in gevoeligheden zien die ook in de Zwarte-Pietenstrijd (discussie kun je het nauwelijks meer noemen) zo zichtbaar wordt. De strijd om wiens gevoelens zwaarder wegen, de gehechtheid aan eigen traditie of het kwetsende karakter van de figuur van Zwarte Piet, wijst al op veranderende verhoudingen.

***

Mijn pleidooi voor de terugkeer van schaamte heeft precies hierop betrekking. Het gaat me niet om de terugkeer van formele manieren, maar om verhoudingen waarin niet vernederd wordt. Het verdwijnen van schaamte zoals Trump dat aan de dag legt, is angstwekkend omdat het een erosie vormt van een belangrijk beschavingsmechanisme: er is geen rem meer op het honen en vernederen van anderen. De kern van beschaving is voor mij het vermogen je te kunnen verplaatsen in de positie en gevoeligheden van anderen. Dat vermogen als grondslag voor woord en gedrag, met als elementaire regel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet: dat is beschaving. Wie die regel overtreedt en anderen schoffeert, zou beschaamd moeten worden.

Trump is ongevoelig voor de beschamende ogen van anderen

Alleen zijn de echt schaamtelozen vaak immuun voor beschaming.

Hier beland keer ik terug naar het begin, naar de betekenis van schaamte. Het is een lastig te omschrijven gevoel van ellende, van kleinering en buitensluiting, individueel ervaren, maar sociaal opgewekt: het zijn de blikken van anderen die je vernederen, in wier ogen je een misstap hebt begaan, een norm overtreden; een norm die je je hebt eigen gemaakt.

Schaamte is sociale pijn, stelt Goudsblom, een pijn die niemand onbekend is, maar mensen verschillen in de mate van blootstelling aan en vatbaarheid voor dit gevoel. Veel herinneringen over de kindertijd gaan over schaamte en angst voor uitstoting, de alpinopet van mijn vader die hem, en daarmee mij, buiten de gewone orde van het schoolplein plaatste; de angst die Charlotte Mutsaers beschrijft in Harnas van Hansaplast om raar gevonden te worden. ‘En ik wou niet raar zijn. Raar maakt je zwak en plaatst je overal buiten.’ Die angst werkt conformerend. De psycholoog Nico Frijda typeert schaamte in zijn boek De emoties als onderwerpingsgedrag. Het is precies het verzet tegen die onderwerping, in haar geval aan mannen en de patriarchale orde tout court, die de inzet vormt van Anja Meulenbelts De schaamte voorbij. Een daad van bevrijding.

Schaamte kun je afschudden. Menige psychotherapie, zeker bij mensen die gebukt gaan onder een streng gereformeerd geweten, is gericht op bevrijding van de neerdrukkende last van schaamte en schuld, waardoor ze wat vrijer in het leven staan. Een vermindering van lijden. Toegenomen autonomie, soms het begin van een revolte, thuis en daarbuiten. Van vernieuwing, in denken en doen, loskomend uit de oude patronen; ook emotioneel, de bevangen makende schaamte voorbij.

De retoriek ligt klaar, evenals de instemmende geluiden, maar what about Trump? Het feit dat hij zich niet onderwerpt aan de codes van ‘de elite’ en zijn schaamteloosheid zien wij vooral als alarmerend teken van verval, van vergroving en regressie, psychisch en sociaal. Wat maakt het verschil? Trump is maar een voorbeeld, er zijn vele anderen die in dit beeld passen.

Voor mij is de kern van het verschil het uitleven van agressie, de lust tot vernederen. Het loslaten van dwingende codes en regels voor gedrag en gevoel hebben we toegejuicht, maar dat betekent niet dat je je onbeheerst kunt laten gaan en alles maar kunt doen en zeggen – een gevaarlijk misverstand. Het vraagt om een subtielere vorm van zelfsturing dan de strakke restricties van vroeger, en als je daartoe niet in staat bent vereist het sturing van buiten, door wetten en instituties, of anderen die je tot de orde roepen, als de ordedienst van binnen niet werkt. Anderen die je beschamen, als je mensen kleineert of in hun waarde en bestaan bedreigt.

Maar als je die anderen buitenspel zet, door je te beperken tot eigen kring, hoef je hun ogen niet te voelen. Trumps opzeggen van handelsakkoorden, het uittreden uit het Klimaatverdrag van Parijs: het zijn verbrekingen van afhankelijkheidsverhoudingen, wat hem ongevoelig maakt voor de beschamende ogen van anderen, hij hoeft zich daar niets meer van aan te trekken.

Schaamte treedt op als je je identificeert met anderen, zoals je familie, vrienden, soms je beroepsgroep, je sekse- of geloofsgenoten; de schaamte over hun wangedrag kleeft ook jezelf aan. Maar je kunt die identificaties ook losser maken, anderen als minder eigen beschouwen. Hoe losser de banden, hoe minder vatbaar voor schaamte en beschaming. En hoe groter de ruimte voor diskwalificeren en andere vormen van destructief gedrag. Dat is het grote gevaar van het losmaken van betrekkingen, van het verbreken van contact, van het vergroten van scheidslijnen tussen wij en de anderen. Dat is vaker gezegd, maar het verband met de sturing van emoties blijft vaak onderbelicht: het vermindert de rem op het onbeheerst uitleven van emoties. De kern van het civilisatieproces is voor mij niet de verfijning van manieren, maar het rekening houden met de gevoelens van anderen, en het zich rekenschap geven van wat je hebt aangericht. Trumps gedrag is schaamteloos en hij is immuun voor onze beschamingsmacht. Dat ligt aan zijn karakter, maar ook aan de sociale verhoudingen die zijn gedrag toelaten. Schaamte als regulerend mechanisme, van binnenuit en van buitenaf, verliest dan zijn werking.

Het verlangen naar beschamingsmacht bij destructief gedrag wordt bij mij steeds sterker. Ook met terugwerkende kracht.


Christien Brinkgreve is hoogleraar sociale wetenschappen aan de Universiteit Utrecht