Ome schel, berg u maar!

De ‘kasba van Europa’ dreigt uiteindelijk toch onderworpen te worden aan de Haagse reguleerdrift. En Schelto Patijn personifieert de beknottende Hagenees. Maar het verzet groeit. De Amsterdamse stadsprovincie krijgt het nog moeilijk.
OOK AL VIEL HIJ OP bevrijdingsdag nog zo omstandig in de armen van de bejaarde Canadezen in hun jeeps, mr. Schelto Patijn blijft kampen met een levensgroot assimilatieprobleem in Amsterdam. Als in een omgekeerde Midas-truc verandert alles wat hij aanraakt in modder. Iedere poging om iets van krachtdadig bestuur uit te stralen, roept gegarandeerd een allergische kettingreactie op binnen de gemeentegrenzen. De oer- Haagse regeercultuur die hij als commissaris der Koningin in Zuid-Holland ontwikkelde, met een hoog achter-de-schermenniveau, blijkt in de hoofstad in het geheel niet te werken.

‘Hij is het helemaal niet gewend als mensen dingen recht voor hun raap zeggen’, aldus Roel van Duyn, de ex-Provo die als gemeenteraadslid voor de Groenen al diverse malen in aanvaring kwam met de nieuwe burgervader. 'Een tijdje geleden zei het VVD-raadslid Reina Prins dat er een kunstoverschot was in de stad, dat maar in de grachten moest worden gesodemieterd. Dat mocht van Patijn dus niet in het raadsverslag, dat “gesodemieterd”. Onder Van Thijn was dat geen probleem geweest, maar voor Patijn was het ontoelaatbaar. Dat verraadt een stevig gebrek aan gevoel voor hoe er in Amsterdam politiek bedreven wordt.’
Het toppunt vond de ex-kabouter de wijze waarop Patijn uit zijn slof schoot toen Van Duyn ageerde tegen de royale financiele compensatie van zes miljoen gulden die de gemeente de beruchte onroerend-goedspeculant Gerard Bakker wilde geven om zelf een tennispark in de Vietnamweide aan te kunnen leggen. Van Duyn sprak bij die gelegenheid van 'een stap op weg naar corruptie’, waarna de burgemeester woedend dreigde met juridische stappen wegens smaad. Van Duyn: 'Dat getuigt natuurlijk helemaal van een ouderwetse, patriarchale geest, die helemaal niets te maken heeft met hoe het er in Amsterdam nu eenmaal aan toe gaat. Die rechtszaak is er natuurlijk nooit gekomen, maar ik kreeg nog wel van Patijn te horen dat hij me nog een kans zou geven.’
Met zijn kloeke voornemen om het aantal coffeeshops in de stad te halveren - een besluit dat elders in het land ongetwijfeld luid zou zijn bejubeld - gaf Patijn zijn dissonante visitekaartje af als burgemeester van de kasba van Europa: het was een teken dat hij, veel meer dan zijn voorganger Van Thijn, een man van law and order was, naar de stad gezonden om paal en perk te stellen aan de libertaire wildgroei. Het was tevens het startsein voor een groeiende anti-Patijn- beweging, die nu, met het massale verzet tegen de komst van de stadsprovincie, de contouren krijgt van een massale volksopstand.
Het verzet tegen de stadsprovincie is al lang geen louter bestuurstechnische aangelegenheid meer. Het is het symbool geworden voor het verlangen om de stad haar unieke status als Europese vrijhaven te laten behouden, het is een diep in de geschiedenis van de hoofdstad geworteld verzet tegen Haagse reguleerdrift, en in de figuur van Schelto Patijn is de aangewezen kop van jut gevonden. Tot diep in de Jordaan wordt momenteel op melodie van Johnny Jordaans 'Geef mij maar Amsterdam’ het anti-Roa-actielied 'Geef mij een Amsterdam’ gezongen (tekst Mohamed el-Fers en Jerry Derby), waarin Schelto Patijn onder de naam 'ome Schel’ wordt neergezet als een ongewenste 'Hagenees’ die 'de tofste stad van ’t land wil elimineren’.
DE PLANNEN VOOR DE vorming van het Regionaal Orgaan Amsterdam (Roa) - waarin Amsterdam wordt opgedeeld in dertien afzonderlijke gemeenten, die vervolgens met een aantal omringende gemeenten weer zullen worden samengevoegd tot de stadsprovincie Amsterdam - zongen al langer dan een decennium rond in de vergaderkamers van met name de Amsterdamse PvdA, zonder tot enig noemenswaardig protest te leiden. De grote motor achter het project was en is de aloude ambitie van de hoofdstedelijke bestuurders om de invloedssfeer van de stad enorm uit te breiden.
Ook in Rotterdam koesterde men soortgelijke ambities. Daar heet de nieuwe superprovincie het Overleg Orgaan Rijnmond (Oor), een operatie waar Schelto Patijn zich als commissaris van de koningin in Zuid- Holland totaal mee had geidentificeerd. Om die redenen was de Amsterdamse PvdA onder leiding van de nieuwe fractieleider Eberhard van der Laan zeer gebrand op Patijns komst naar Amsterdam als opvolger van de naar de Haagse slachtbank getrokken Van Thijn. Dat was dan ook in recordtempo geregeld, met wat critici omschreven als 'een onverantwoorde, ondemocratische turbo-procedure’.
Al meteen werden er vraagtekens gezet bij Patijns uitverkiezing. Schelto Patijn stamt uit een oud regentengeslacht. Zijn vader was kamerheer van koningin Juliana, zelf was hij als jongeman de danspartner van Beatrix tijdens fuiven in Baarn. Schelto Patijn was als het ware geboren met een gouden bestuurslepel in de mond, maar de grote vraag was of dat in het dwarse, niet van enig protocol gediende Amsterdam niet eerder in zijn nadeel zou gaan werken.
Tot voor kort genoot hij nog steeds het voordeel van de twijfel. Maar sinds Patijn in een uitzending van het programma Elias aan de Amstel van de lokale tv-zender AT5 tegenover interviewer Ton Elias liet weten dat het aangekondigde referendum over de komst van de stadsprovincie wat hem betreft 'te vroeg’ kwam en derhalve niet zaligmakend hoefde te zijn, zijn de poppen aan het dansen. D66-wethouder Jikkie van der Giessen, verantwoordelijk voor het referendum, reageerde getergd op de uitlatingen van de burgervader en overal in de stad sprongen de comites ter behoud van Amsterdam uit de grond.
Ineens kreeg het abstracte, dorre bestuurstechnische Roa-verhaal een duidelijke strekking: hier stonden de democratische krachten van Amsterdam tegenover autoritaire machinaties als in de hoogtijdagen van tragisch mislukte burgervaders als Van Hall. De Roa, hoewel dus grotendeels uit de koker van de Amsterdamse vergadertijgers zelf afkomstig, werd de verzinnebeelding van het Haagse streven naar de beknotting van Amsterdam. En Schelto Patijn werd aangewezen als de hoofdverantwoordelijke.
AANVANKELIJK WAS in de gemeenteraad van Amsterdam alleen Roel van Duyn tegen de vorming van de stadsprovincie. GroenLinks was tot voor kort een warm voorstander. Toen het verzet begon te groeien, hopte de partij over naar de boot van de tegenstanders. Ook binnen de PvdA begint de twijfel inmiddels op gang te komen, zeker nu allerlei hot shots van de partij, zoals Han Lammers, de gehele bestuurskundige revolutie afdoen als een genante, megalomane en volkomen zinledige operatie, die alleen maar tot meer bureaucratie, financiele verspilling en een enorme aanwas van het ambtenarenkorps zal leiden.
Het belangrijkste bezwaar tegen de vorming van de stadsprovincie is dat zo'n vijftigduizend buitenlanders in de stad binnen de Roa hun stemrecht zullen verliezen. Voor de huidige gemeenteraad mogen zij wel stemmen, maar de grondwet laat dat voor verkiezingen op provinciaal niveau niet toe. Maar een meer gevoelsmatig en misschien nog zwaarwegender argument voor veel Amsterdammers om nee te zeggen bij het referendum dat 17 mei aanstaande over de Roa wordt gehouden, is dat het huidige Amsterdam wordt opgedeeld in dertien afzonderlijke eenheden. Alleen de grachtengordel zou zich in de toekomst van de magische naam Amsterdam mogen bedienen, de rest moet het dan doen met weinig tot de verbeelding sprekende gemeentenamen als Bos en Lommer en De Baarsjes. Invoering van de stadsprovincie zou wel impliceren dat het huidige gemeentebestuur van de stad zou promoveren tot provinciebestuur, heersend over een gebied dat zes keer zo groot is als het huidige Amsterdam.
VOLGENS DE MEEST recente peilingen zal het hervormingsstreven van Patijn c.s. door de kiezers genadeloos worden afgestraft. Vandaar dat in het kamp van de Roa- gelovigen nu heftig wordt geprobeerd het belang van dat referendum te verkleinen. Waar het allemaal van zal afhangen is de opkomst: minimaal 34 procent van de kiesgerechtigden zal moeten komen opdagen, wil de volksraadspleging officieel worden erkend. Om die reden zorgden Patijn en de PvdA-fractie er eerder voor dat het referendum niet gelijktijdig mocht plaatsvinden met de Provinciale-Statenverkiezingen. Dat was 'organisatorisch onmogelijk’, aldus Patijn, zonder uit leggen waarom. Het werkelijke motief was natuurlijk dat de opkomst voor het referendum op die manier bijna automatisch groot genoeg zou worden, met alle problemen van dien.
Voor gemeenteraadslid Van Duyn was deze gang van zaken reeds aanleiding om nu al te zeggen dat hij bij een eventuele doorgang van de Roa-plannen uit protest tegen de ondemocratische gang van zaken zal aftreden. 'Het democratische gehalte van het stadsbestuur is voor mij dan te klein geworden om nog langer goed te functioneren’, aldus Van Duyn.
De laatste strohalm voor Patijn en zijn mede-Roa'ers is dat Den Haag bij een eventuele afwijzing van de stadsprovincieplannen het referendum naast zich neer zal leggen. Uiteindelijk is deze volksraadpleging een experiment dat nergens in de grondwet wordt erkend. Het blijft dus een facultatieve aangelegenheid. Tijdens een bijeenkomst in De Balie gaven de vertegenwoordiger van bijna alle fracties in de Tweede Kamer echter te kennen dat zij de uitslag van het referendum wel degelijk zullen eerbiedingen. Dus ook deze ontsnappingsclausule lijkt niet op te zullen gaan. Als 'ome Schel’ zijn zin dan toch nog wil doordrukken, zouden er weleens taferelen in de stad kunnen uitbreken die we sinds de kroning van 1980 niet meer hebben mogen meemaken.