Omgekeerde Assepoester

De typisch Europese hang naar het verleden is duidelijk terug te zien in de genomineerden voor de Europese Literatuurprijs. Bijna alle romans gaan over geschiedenissen die zich niet laten afronden.

Medium moordprinseuropakleur

In 1909 schreef de Franse dichter Charles Péguy in Cahiers de la Quinzaine een essay over een bezoek van een serieuze, achttienjarige student, die hem wilde ondervragen over zijn rol in de Dreyfus-affaire, die de grote gebeurtenis van Péguys leven was geweest, zoals het de grote gebeurtenis in het leven van alle intellectuelen van zijn generatie was. Péguy vertelde gedienstig en de jongen luisterde braaf: ‘Hij was zo dociel. Hij zat daar met zijn hoed in zijn handen, die hij steeds met zijn vingers omdraaide. Hij luisterde en luisterde. Hij dronk mijn woorden. Hij werd geïnformeerd. Hij was aan het leren. Nooit heb ik zo duidelijk begrepen als toen, nooit heb ik het zo scherp en direct gevoeld, in een flits, wat geschiedenis was: ik voelde de onoverbrugbare kloof die tussen de echte gebeurtenis ligt en de historische gebeurtenis. (…) Het heden – hoe lang dat ook duurt – waarin mensen bewegen. Het verleden – hoe ver dat ook reikt – waarin mensen niet bewegen, waarin mensen goede redenen hebben niet te bewegen.’

De Franse filosoof Alain Finkielkraut begint met dit citaat zijn essay-in-boekvorm La mémoire vaine: Du crime contre l’humanité (1989), over het proces dat de Franse staat halverwege de jaren tachtig voerde tegen SS’er Klaus Barbie, die tijdens de Duitse bezetting onder meer de verzetsheld Jean Moulin had doodgemarteld. ‘Voor ieder mens en voor iedere gebeurtenis’, citeert hij Péguy, ‘komt er een moment, een uur, een klokslag dat ze historisch worden; op een bepaalde klokslag van middernacht op een bepaalde klokkentoren van een bepaald dorp en de reële gebeurtenis verandert in een historische.’

Wat de zaak-Barbie bewijst, schrijft Finkielkraut, is juist de antithese van Péguy: er is altijd een moment van de omgekeerde Assepoester, het moment dat de klok slaat en het verleden weer tot leven wekt. Jean Moulin was begraven op Père-Lachaise en herbegraven in het Panthéon, maar toen Klaus Barbie de Franse rechtbank in werd gebracht was hij weer springlevend. Of om het naar de Nederlandse actualiteit toe te trekken: niemand ziet Willem van Oranje nog als iets anders dan een marmeren monument, maar als een team technisch forensen vaststelt dat hij nooit zijn beroemde laatste woorden zou hebben kunnen spreken – ‘Mon Dieu ayez pitié de mon âme; Mon Dieu ayez pitié de ce pauvre peuple’, zelfs zonder doorboorde long een mondvol – worden we ineens gedwongen hem weer voor ons te zien als een man van vlees en bloed.

Het gekke is, als ik dit zo opschrijf, dat het niet helemaal eerlijk aanvoelt. Van mijn kant. Het is te makkelijk. Sla een willekeurig boek open van een beetje Europese intellectueel, zoals ik met Finkielkraut deed, en je treft een aforisme over wat geschiedenis is. ‘Unstable identities are history’s prey’, schrijft Simon Schama in de proloog van Landscape and Memory. Nog een: ‘How do we seize the past? How do we seize the foreign past? We read, we learn, we ask, we remember, we are humble; and then a casual detail shifts everything’, zegt de Flaubert-expert in Julian Barnes’ Flaubert’s Parrot. Of: ‘There is no such thing as American history’, zegt Don Draper in Mad Men, ‘only a frontier.’

Nu is Draper een tv-personage, maar zijn opmerking sluit aan bij wat Tony Judt (1948-2010), waarschijnlijk de meest prominente historicus van het vorige decennium, opmerkt in het boek dat door collega-historicus Timothy Snyder is samengesteld uit gesprekken met Judt, Thinking the Twentieth Century. Dat Amerikanen over zichzelf kunnen nadenken en hoofdzakelijk de toekomst zien, terwijl Europeanen niet over zichzelf kunnen nadenken zonder hoofdzakelijk ons politieke en culturele verleden te zien.

Ook de twintig romans die op de longlist stonden voor de Europese Literatuurprijs, aangedragen door elf onafhankelijke Nederlandse en Vlaamse boekhandels, delen deze preoccupatie met het verleden. Bijna allemaal gaan ze over geschiedenis die zich niet laat afronden, in bijna allemaal spelen culturele, politieke of persoonlijke geschiedenissen door in het heden van de hoofdpersonages. Soms als fantasierijk decorstuk waar de hoofdpersonen zich onbekommerd doorheen manoeuvreren (in De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van de Zweed Jonas Jonasson; de avonturenroman De begraafplaats van Praag van Umberto Eco; of Vertel hun over veldslagen, koningen en olifanten door Mathias Enard), soms als een socia­le realiteit die overwonnen moet worden (Het Mussolinikanaal van Antonio Pennacchi), soms als een trauma dat niet verwerkt kan worden voordat iemand er een beslissend oordeel over velt (in de roman over het Joegoslavië-tribunaal Zeezwijgen van de Duitse Nicol Ljubic), soms als iets heel persoonlijks, waarin je nog steeds zoekt naar hoe gebeurtenissen elkaar moeten hebben beïnvloed (Patrick Modiano’s De horizon en Jeanette Wintersons Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn?)

En soms is geschiedenis iets wat als een aanklacht aan je kleeft, en waartegen je je kunt indekken. Aan het woord in Julian Barnes’ Alsof het voorbij is, vertaald door Ronald Vlek, genomineerd voor de shortlist, is Tony Webster. Vader van een dochter. Ex-echtgenoot. Pas gepensioneerd. Nu, niet aan het einde van zijn leven maar aan ‘het einde van elke waarschijnlijkheid van verandering in dat leven’, presenteert Webster de lezer zijn conclusie dat zijn leven bescheiden is geweest: hij heeft geen grote drama’s meegemaakt, hij is er zonder kleerscheuren doorheen gekomen. Totdat het verleden opnieuw opduikt, in dit geval een brief van een overleden vriend: ‘A casual detail shifts everything.’

Jongens waren we, zo vertelt Webster over zijn schooljaren, over zijn net te bijdehante vrienden en hun gebbetjes met hun leraren (Wanneer hun lievelingsdocent vraagt wat geschiedenis is, antwoordt Tony meteen dat het ‘de leugen van de overwinnaars’ is, een andere vriend zegt dat het een broodje ui is: ‘Ze komt steeds terug, meneer. Ze rispt op’). Maar ondertussen, zo lees je door Websters woorden heen, heeft hij een spoor van vernietiging achtergelaten in zijn tienerjaren. Herinnert Webster zich dat niet meer, of wil hij het zich niet herinneren?

Precies het tegenovergestelde beweert de verteller in de eveneens voor de shortlist genomineerde De waarheid omtrent Marie van Jean-Philippe Toussaint, vertaald door Marianne Kaas: hij herinnert zich alles nog. Hij verzucht dat hij en Marie ‘nooit zo verbonden waren geweest als sinds we uit elkaar waren gegaan’. En sinds ze bij hem weg is, kan hij alleen maar duidelijker over haar nadenken. Sterker nog: hij ‘is geboren om over Marie te vertellen’. En dat doet hij niet aflatend, in lange, meanderende zinnen waarin hij zich steeds herneemt, herformuleert en blijft zoeken hoe hij zo dicht mogelijk op Marie kan komen, waarin hij zo veel informatie en interpretatie over Marie geeft dat je je gaandeweg steeds meer afvraagt of hij wel echt weet wat hij allemaal weet van Marie. Of zijn waarheid niet een verheerlijking van het ver­leden is. Unstable identities are history’s prey: inderdaad.

Opvallend dat de enige daadwerkelijk historische roman van de shortlist, C van Tom McCarthy, vertaald door Auke Leistra, meteen de meest antihistorische insteek heeft. C ademt de geest van het Futuristisch manifest van F.T. Marinetti. Hoofdpersoon Serge Carrefax probeert zich in de eerste decennia van de twintigste eeuw met alle macht los te maken van de historische structuren om hem heen – sneller, verder, hoger, als amateur-marconist, als vliegenier aan het westfront in de Eerste Wereldoorlog, als cocaïneverslaafde in het bruisende Londen van het interbellum. Hij wordt geboren onder een elektriciteitsmast en kan als kind al uren luisteren naar het knisperende geluid van stroom – het klinkt als denkende hersenen – en fantaseert samen met zijn zus over ‘een web’ waarbij ze alle signalen van over de hele wereld kunnen samenbrengen. Zo presenteert ­McCarthy geschiedenis als proloog voor onze tijd. Die typisch Europese hang naar het verleden is niet alleen een bron van potentieel conflict, suggereert Michel ­Houellebecq, het is ook iets wat we bij uitstek cultiveren. In zijn voor de shortlist genomineerde De kaart en het gebied, vertaald door Martin de Haan, debatteert kunstenaar Jed Martin, eerst met zijn voor Michelin werkende geliefde en daarna met de schrijver Houellebecq, die de tekst bij zijn tentoonstellingscatalogus schrijft, over de vraag hoezeer traditie kan worden gehandhaafd in een tijd van globalisering en massatoerisme: hoe authentiek blijft het Franse platteland als de boerderijen worden opgekocht door nieuwrijke Aziaten?

Martin is zo’n kunstenaar die aanvankelijk overleeft in de marge, die met wat ­commerciële fotografieopdrachten de huur betaalt, totdat hij op een dag bij een tankstation getroffen wordt door de esthetische schoonheid van een Michelin-kaart en de manier waarop levens op de kleinst mogelijke manier worden weergegeven: ‘De essentie van de moderniteit, van het wetenschappelijke en technische begrip van de wereld, werd er vermengd met de essentie van het dierlijke leven. De tekening was complex en mooi, en door de beperkte kleurencode volmaakt helder. Maar in elk van de gehuchten en dorpen, weergegeven naar omvang, voelde je de hartslag, de roep van tientallen mensenlevens, van tientallen of honderden zielen – sommige voorbestemd tot verdoemenis, andere tot het eeuwige leven.’

De laatste titel op de shortlist, de geijkte uitzondering die de regel bevestigt, lijkt dan weer het minst iets te maken te hebben met het verleden. De hoofdpersoon in Wilhelm Genazino’s Geluk als geluk ver te zoeken is, vertaald door Gerrit Bussink, heet Warlich, is hooggeleerd in de filosofie, bijna gepromoveerd, sociaal behept, observeert scherp, heeft een relatie (met kinderwens), zou een van de culturele critici van de tijd kunnen zijn; alleen heeft deze tijd hem niet nodig. Buiten de beschermde wereld van de faculteit der geesteswetenschappen zit niemand op zijn kennis te wachten. Er zijn geen salons meer om denkers bescherming te bieden; om rond te komen moet hij aan de bak bij een wasserette waar hij zich langzaamaan zo verveelt dat zelfs de simpelste opdrachten mislopen.

Zo, met enige omweg, kom je ook hier weer uit bij het conflict van het verleden met het heden: volgens alle oude maatstaven zou ­Warlich een waardevol lid van de maatschappij moeten zijn. Volgens alle hedendaagse normen kan hij voor een minimum­loon aan de slag. Zo verdient ook Geluk als geluk ver te zoeken is het stempel ‘In het verleden behaalde resultaten bieden geen garanties voor de toekomst’.


De Vertalersgeluktournee

In de komende weken maken de literair vertalers van de vijf voor de shortlist van de Europese Literatuurprijs genomineerde titels een korte tournee door het land. Ze vertellen wat hun veelzijdige en vaak onzichtbare werk zo moeilijk maar vooral ook zo mooi maakt. Aansluitend is er voor het publiek gelegenheid om met de vertalers in gesprek te gaan. De tournee, georganiseerd door de literair vertalers Nicolette Hoekmeijer en Andrea Kluitmann en (financieel) ondersteund door het Nederlands Letterenfonds komt in Amsterdam (do 24 mei), Haarlem (wo 30 mei) en Rotterdam (di 19 juni). Op de laatste avond wordt tevens de winnaar van de Europese Literatuurprijs bekendgemaakt.

Voor reserveringen en nadere informatie kunt u terecht op de websites van de deelnemende boekhandels, Linnaeus in Amsterdam, Athenaeum in Haarlem en v/h Van Gennep in Rotterdam.

Zie ook www.groene.nl/boeken