Hoofdcommentaar

Omgekeerde Brezjnev-doctrine

In een oudjaarsprogramma op de Russische televisiezender ORT vertolkte de parodist Maksim Galkin vorige week een imitatie van Viktor Tsjernomyrdin, oprichter van Gazprom, tussen 1993 en 1998 premier en sinds 2001 ambassadeur in Oekraïne. Succes op voorhand verzekerd. Tsjernomyrdins stem is onder Russen net zo vertrouwd als zijn geniale axioma («we wilden het betere, we kregen het gebruikelijke») waarmee hij de paradox van elke hervorming in Rusland beschreef. De grap van Galkin ging zo: «Ik ambassadeur? Wat voor een ambassadeur? Ik zit gewoon bij de kraan. Zeggen ze open, dan draai ik het ventiel open. Zeggen ze dicht, dan draai ik het dicht.»

Het was een accurate samenvatting van zijn werkzaamheden. Tsjernomyrdin is in Kiev de gezant van Gazprom. De hogere politiek moet hij aan anderen overlaten. Bij de Oekraïense presidentsverkiezingen eind 2004 was hij een quantité négligeable. Het Kremlin vloog zijn eigen spindoctors in om de pro-Russische premier Viktor Janoekovitsj uit het kolendistrict Donbass naar de zege te leiden. Dat werd een fiasco. Dankzij de Oranjerevolutie op straat en een bibberend parlement en hoog gerechtshof won de pro-westerse Viktor Joesjtsjenko na een extra derde ronde. In het Westen werd die uitkomst bejubeld als een dreun voor Poetin, wiens «geleide democratie» alleen op goedkeuring kan rekenen als het geopolitiek uitkomt. Scepsis was niettemin gepast. «Hoe de crisis in Oekraïne ook uitpakt, de winst-en-verliesrekening voor het Westen zal nog jaren op zich laten wachten», schreef deze krant kort voor de countdown van de Oranjerevolutie.

Dat was geen correcte prognose. De balans kan al na één jaar worden opgemaakt. Dankzij aardgas zit Europa tot zijn nek in een wespennest. Nog geen dag nadat Gazprom de gaskraan een kwartslag had dichtgedraaid – en bezwoer dat westerse consumenten geen centje pijn zouden lijden – bleek de gastoevoer naar een groot aantal EU-landen gemiddeld met een kwart te zijn afgenomen, bijna exact het percentage waarmee Gazprom de zuiderburen wil dwingen om 230 dollar per duizend kubieke meter te betalen. Volgens Gazprom is dit veroorzaakt door diefstal in Oekraïne. De Oekraïners ontkennen dat ze wederrechtelijk aftappen, hoewel ze hun historische reputatie tegen hebben.

De suggesties van Gazprom ten spijt – het zegt alleen uit te zijn op een marktconforme prijs voor zijn gas – is dit geen puur economische krachtmeting. Het is politiek van de bovenste plank en spoort met een traditie. Eind jaren zestig werd het buitenlandse beleid van de Sovjet-Unie gebaseerd op de zogeheten Brezjnev-doctrine, een variant van de Monroe-doctrine over de Western Hemisphere, die ertoe strekte dat Moskou zich het recht voorbehield in te grijpen als het «reëel bestaande socialisme» gevaar liep. De interventie in Tsjechoslowakije in 1968 was daarvan, althans in Europa, de laatste harde illustratie. De laatste omdat de Sovjet-Unie eigenlijk al niet meer in staat was louter met de stok orde te scheppen. Zonder wortels lukte het haar niet de status-quo van Jalta af te blijven dwingen.

Die wortels werden vanaf 1968 verstrekt in de vorm van goedkope olie en gas. Ook binnen de Sovjet-Unie werden die dumpprijzen normaal gevonden. Toen Rusland, Oekraïne en Beloroes in december 1991 de unie met één pennenstreek aan euthanasie onderwierpen, maakten ze geen woord vuil aan de energiebronnen in Siberië die formeel toch ponds gewijs verdeeld hadden kunnen worden over de vijftien deelrepublieken van de Sovjet-Unie. Maar nu de energieprijzen naar het hoogste niveau ooit zijn gestegen en een kentering niet in zicht is, acht Moskou de tijd rijp om het gas onder het mom van transparant kapitalisme in te zetten voor een omgekeerde Brezjnev-doctrine. Niet iedereen maar alleen degene die Rusland niet erkent als regionale grootmacht met historische aanspraken moet betalen. Het bewijs daarvoor is de prijscourant van Gazprom. Beloroes en Rusland zelf hoeven nog geen kwart procent van de wereldprijs te betalen. Voormalige sovjetrepublieken als de Baltische landen en Georgië krijgen een korting van vijftig procent. Maar Oekraïne, dat dagdroomt van toelating tot Navo en EU, is een maatje te groot voor zulke coulance. Bovendien valt er op korte termijn wat te winnen. Het succes van de burgerrevolte bij de presidentsverkiezingen van 2004 is nauwelijks uitbetaald. Op 26 maart zal blijken of de kiezers president Joesjtsjenko respijt willen geven. Er wordt dan een nieuw parlement verkozen dat machtiger zal worden dan het oude. Omdat de orangisten, bij wijze van concessie aan de zittende macht en ter camouflage van hun onderlinge onenigheid, hebben ingestemd met een amendement op het staatsbestel wordt de rol van de president uitgekleed ten faveure van de premier en zo ten gunste van het parlement.

De parlementsverkiezingen zijn voor Rusland dus een kans op revanche. Volgens recente peilingen kan de Partij der Regio van verliezer Janoekovitsj rekenen op 21,9 procent van de stemmen, merendeels kiezers uit het Russisch sprekende oosten van Oekraïne. Het blok van Julia Timosjenko, de petroleuse van de Oranjerevolutie die het slechts driekwart jaar uithield als premier, en Joesjtsjenko’s Volks unie/Ons Oekraïne volgen met 17,2 en 14,2 procent. Het zijn geen heldere meerderheden. Juist dat perspectief biedt Moskou de mogelijkheden. In het Kremlin bekreunt men zich niet om het scenario dat het met de gasoorlog de Oekraïners wel eens tot patriottisch stemgedrag kan opzwepen. Oekraïners zijn in Russische ogen uiteindelijk slapjanussen wier «kuifjes» met alle winden meewaaien.

Europa is nu ook in dit spel betrokken geraakt. Met name Duitsland heeft deze week meteen scherp gereageerd met dreigementen richting Poetin, die per 1 januari voorzitter is geworden van de Wereldhandelsorganisatie, waar de politieke prijscourant van Gazprom al langer wrevel oproept. Moskou maakte stante pede een terugtrekkende beweging door de kraan voor Europa weer open te draaien. Dat suggereert dat er in Moskou geen doordacht plan is, zoals wel vaker het geval is. Gazprom is onder auspiciën van Poetin iets begonnen zonder te weten hoe het kan worden afgewikkeld. Maar dat wil niet zeggen dat Europa gevrijwaard is. Juist de wispelturigheid van het Russische beleid is nu het probleem. Morgen kunnen de ventielen weer de andere kant op staan.

De EU staat voor het blok. Om gas uit Rusland te krijgen en invloed in Oekraïne te houden, is er maar één remedie: dokken. Eigen belang en altruïsme kosten nu eenmaal geld.

Milo is op vakantie