Bij het storten van het vloeibare restproduct van staalproductie komen vaak stofwolken vrij die overlast veroorzaken bij inwoners van omringende gemeenten © Olaf Kraak/ ANP

Bedrijven in Nederland kunnen vrijwel straffeloos milieu-overtredingen begaan. In grote delen van Nederland controleren de verantwoordelijke omgevingsdiensten bedrijven slechts zelden op milieuovertredingen. Als inspecteurs ondanks het gebrekkige toezicht toch een overtreding vaststellen, leggen zij bijna nooit boetes of andere strafmaatregelen op. Dat blijkt uit onderzoek van Investico voor Trouw en EenVandaag, mede voor De Groene Amsterdammer, in samenwerking met Tubantia en De Gelderlander.

Het onderzoek naar de prestaties van de 29 omgevingsdiensten in Nederland laat grote verschillen zien in het aantal controles, ontdekte overtredingen en opgelegde straffen. Die diensten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van milieuregels door ongeveer 280.000 bedrijven. De 500 meest risicovolle ‘Brzo’ bedrijven zijn buiten ons onderzoek gehouden: slechts enkele omgevingsdiensten houden zich hiermee bezig. In 2019 voerden milieu-inspecteurs in totaal 55 duizend controles uit. Tijdens 17 duizend controles constateerden ze minstens één overtreding. Slechts 362 bedrijven kregen vervolgens een straf opgelegd: dat zijn twee straffen op elke honderd overtredingen.

Volgens milieucriminoloog Marieke Kluin van de Universiteit Leiden, expert op dit terrein, zou een omgevingsdienst ieder milieubelastend bedrijf minstens eens in de zes jaar moeten inspecteren, maar drie op de tien diensten haalt dat niet. In Drenthe krijgen bedrijven zelfs gemiddeld eens in de twaalf jaar een bezoek van de milieu-inspecteur, terwijl dat in regio ‘Veluwe IJssel’ juist iedere tweeëneenhalf jaar gebeurt.

Boris van de Water, die bij een van de Utrechtse omgevingsdiensten leiding geeft aan 22 milieu-inspecteurs, schat dat een omgevingsdienst jaarlijks tientallen boetes zou moeten uitdelen. Zijn eigen inspecteurs legden vorig jaar twee op. ‘Als je netjes de handhavingsrichtlijnen volgt is dat gewoon te laag. Maar niet alle gemeenten gaven het signaal dat we de richtlijnen moesten toepassen.’ De gemeenten, die de diensten aansturen, vroegen om ‘motiveringsgesprekken’ in plaats van ‘direct handhaven’, blijkt uit het jaarverslag van 2019.

Het aantal opgelegde straffen loopt per regio sterk uiteen. Zo legden de omgevingsdiensten Zuid-Limburg en het Gelderse Rivierenland in het pre-coronajaar 2019 geen enkele boete of andere straf op, terwijl ze opgeteld bij meer dan 650 bedrijven overtredingen constateerden. Bij acht andere diensten was het aantal straffen op één hand te tellen. Alleen de regio’s Haaglanden en Rotterdam kwamen boven de 25 straffen uit met respectievelijk 45 en 142. Meestal geven milieudiensten een waarschuwing of leggen ze een hersteltermijn op: de ondernemer moet de overtreding binnen die termijn beëindigen of anders een geldbedrag betalen.

Milieucriminoloog Kluin zegt daarover: ‘Voor effectieve handhaving moet je wel af en toe de zwaarste sancties inzetten. Een omgevingsdienst die helemaal nooit of slechts in een enkel geval een straf uitdeelt, heeft geen geloofwaardige stok achter de deur’.

Bij een aantal omgevingsdiensten is het lage aantal straffen te verklaren doordat ze weinig zogenoemde milieu-boa’s in dienst hebben. Dat zijn milieu-inspecteurs met de bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden, een ‘gewone’ milieu-inspecteur kan geen straffen opleggen. Zes diensten hebben ieder minder dan één voltijd-boa in dienst.

De van omgevingsdiensten ontvangen informatie bevestigt de bevindingen van een commissie onder leiding van oud-minister Jozias van Aartsen. Die stelde begin dit jaar vast dat het functioneren van de omgevingsdiensten wordt ‘gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid’. De omgevingsdiensten waren in 2008 juist in het leven geroepen om te zorgen voor uniform milieutoezicht en -handhaving. Wat de tekortkomingen van het stelsel in de praktijk betekenen wist niemand, zelfs de meest basale gegevens over het functioneren van de diensten waren nooit onderzocht. Vera Dalm, lid van de Commissie van Aartsen noemt de variatie die uit de cijfers blijkt ‘enorm’ en ‘nog ernstiger dan gedacht’.

Koepelorganisatie Omgevingsdienst NL wil niet inhoudelijk reageren op het lage aantal straffen van alle diensten. De regionale verschillen wijt de organisatie aan het korte bestaan van een aantal diensten en de prioriteiten van provincies en gemeenten.


Lees het hele onderzoek in De Groene Amsterdammer van deze week