Economie

Omkering

Vorige week was Klaas Knot in de Tweede Kamer. Zijn advies: maak je vooral niet te snel zorgen over de staatsschuld die nu snel oploopt. Wacht tot na volgend jaar voordat je die terug gaat brengen. En doe het dan vooral niet te snel. Omdat iets als corona slechts ééns in de honderd jaar gebeurt, aldus Knot, kun je voor het afbouwen van de schuld die het veroorzaakt ook rustig een paar decennia nemen.

Een president van De Nederlandsche Bank die ons op het hart drukt dat de staatsschuld echt niet te hoog is: ik had niet gedacht het mee te gaan maken. Pieter Hasekamp, directeur van het Centraal Planbureau (CPB), was het ermee eens. Zelfs als – in het slechtste scenario dat het CPB maakte – de schuld naar 75 procent van het bbp stijgt, dan nog ‘kan Nederland dit soort schuldniveaus aan’, zei hij.

Ik was blij, maar ook in de war. Met afstand het grootste gevaar voor de Nederlandse economie is voortzetting van de bezuinigingsdrift die onder Rutte I, II en III hoogtij vierde. Mocht er onverhoopt een Rutte IV komen, dan houd ik mijn hart vast. De afgelopen tien jaar is het begrotingstekort in elk jaar afgenomen, en sinds 2015 omgeslagen in vier achtereenvolgende overschotjaren – iets wat de afgelopen eeuw slechts één keer eerder voorkwam, in de wederopbouwjaren 1948-1954.

De resulterende staatsschuld van slechts 48 procent van het bbp in maart 2020 was al evenzeer een anomalie. Sinds het begin van het Koninkrijk der Nederlanden in 1814 is de staatsschuld alleen in de jaren 1970 en opnieuw gedurende 2001-2007 onder de vijftig procent gedoken, verder nooit. (Vreemd genoeg waren die twee episodes van afbouw van de staatsschuld de opmaat naar de twee zwaarste economische crises sinds de Grote Depressie.) Dus waar was die 48 procent voor nodig? Want de schade door de bezuinigingen was enorm. Dat benoemde Knot helaas niet in de Kamer.

Een overheids-‘tekort’ is een ondersteuning van de economie

Het wordt ook verdoezeld door de retoriek. Een tekort – help! we komen iets tekort – betekent dat de overheid méér in de economie besteedt aan infrastructuur, uitkeringen, toeslagen en de publieke sector, dan ze eruit trekt middels belastingen. Een overheids-‘overschot’ – fijn woord! er schiet iets over – is een tekort voor de private sector. Wat er gebeurt in ‘tekort’-jaren is netto ondersteuning van de economie door de overheid. Dat is precies waar de overheid voor bestaat.

Overschotten zijn daarom abnormaal. Van de vijftig jaar tot 2015 waren er slechts drie met een begrotingsoverschot. We hebben er nu dus vier achter rug, en zonder corona zou 2020 de vijfde zijn. We kunnen wel nagaan hoezeer de publieke sector uitgeknepen is onder Rutte. Het was een decennium van krimp in mensen en middelen in de rechtspraak, de zorg, het welzijnswerk, het onderwijs en de politie – en dat ging door, ook in de hoogconjunctuur.

En hier zit mijn verwarring. Het CPB heeft, naar mijn weten, in die tien jaar nooit gewaarschuwd dat er te veel bezuinigd werd. En nu zegt CPB-directeur Hasekamp dat Nederland een schuld van 75 procent van het bbp goed aankan? Had dat alsjeblieft eerder verteld. Nog afgelopen december, dus met de staatsschuld op een historisch dieptepunt, verscheen het CPB-rapport Zorgen om morgen, waarin ik las: ‘Als de politiek ervoor kiest om de overheidsfinanciën houdbaar te maken (in de hierboven beschreven zin), dan heeft dat als gevolg dat de schuld op de lange termijn zal stabiliseren op 25 procent van het bbp.’ Dit is krankjorum: de helft van het historisch dieptepunt wordt ‘houdbaar’ genoemd. Hoe houdbaar de publieke sector dan nog is, staat er niet bij.

Na 2007 waarschuwde de DNB-president keer op keer voor hoge huishoudschulden, iets wat zijn voorganger naliet. Na maart 2020 legt de nieuwe directeur van het CPB uit dat Nederland best een schuld aankan die drie keer zo hoog is als houdbaar, volgens een rapport dat enkele maanden geleden, nog net onder zijn voorganger, verscheen.

Ik begin een patroon te zien. Wat goed is voor het land, wordt eindelijk ingezien in een crisis, en daar is een personele wissel voor nodig. Die personele wissel is dus ook voor het premierschap geen slecht idee.