FILM Man on Wire

Omlijst door de dood

Een ‘artistieke misdaad’. Zo wordt de beroemde act van Philippe Petit genoemd. Op 7 augustus 1974 koorddanste deze Franse straatartiest pakweg een uur lang illegaal en zonder vangnet tussen de Twin Towers. Over dit verhaal heeft regisseur James Marsh een film gemaakt: Man on Wire, die kans maakt op de Oscar voor beste documentaire.
Het is een prachtig geconstrueerde film en wie hem ziet zal nog dagenlang met vragen in zijn hoofd rondlopen. Als het een misdaad was, waar zat dat ’m precies in? Wat heeft Petit misdaan op die dag, wat heeft hij gestolen? En wat was er kunstzinnig aan? Een mogelijk antwoord: Petit – en dat maakt zijn daad tot een kunstwerk – berooft ons met zijn koorddansen van onze grip op het leven, dat wil zeggen van de geruststellende acceptatie van onze eigen sterfelijkheid. Petit steelt onze angst voor de dood en zo creëert hij het idee, de leugen, dat we in dit leven slechts omlijst zijn door de dood, dat de dood er altijd is, als een raamwerk, maar dat de dood nooit werkelijk zal toeslaan, net zoals Petit geen enkele keer in zijn leven van een hoog koord was gevallen maar altijd op onmogelijke wijze in de lucht was blijven lopen, als een figuur in een niet-bestaand verhaal.
Maar Petit is echt, zijn verhaal ook. Regisseur Marsh laat de usual suspects voor zijn camera vertellen over hun avontuur in 1974: Petit, die in schitterende volzinnen praat, zijn sympathieke vriendin-met-de-mooie-ogen Annie Alix, die (of droom ik het maar?) nog altijd smoorverliefd naar hem kijkt, en een werkelijk uitzonderlijk bonte groep sukkels die hand- en spandiensten verleenden op de dag van de daad: een verzekeringsmakelaar die destijds een bureau in het WTC had, een pianist die erkent 34 jaar lang stoned te zijn geweest, een Australiër die geen achtergrond lijkt te hebben en een New Yorker die sprekend op Harry Osborne lijkt, The Goblin, zoals getekend door Steve Ditko in de Spider-Man-comics. Deze interviews worden afgewisseld met muziek van Michael Nyman en geniaal geënsceneerde beelden van de ‘overval’ op de Twin Towers, plat gefotografeerd in een soort Mack Sennett/Keystone Cops-stijl. Daarnaast gebruikt Marsh echt beeldmateriaal, gedraaid door de daders zelf, en gespeelde zwart-witbeelden die iets vertellen over de motieven van Petit. Deze zijn geworteld in zijn jeugd, toen hij een jongen was die leefde voor het klimmen en op een dag bij de tandarts een tijdschriftartikel las waarin de bouw werd aangekondigd van ’s werelds hoogste wolkenkrabbers, aan het water in New York.
Vervolgens leeft Man on Wire de regels van de heist movie tot op de letter na, compleet met het plan, het rekruteren van de teamleden, het voorbereiden van de daad met maquettes, de irritatie van praktische tegenslagen, ruzie in het groepje, het binnendringen van de te ‘beroven’ locatie, het gevaar te worden ontdekt en uiteindelijk de climax: de koorddansact van Philippe Petit tussen de Twin Towers, uitgevoerd op een grijze New Yorkse ochtend, met zijn lover Annie die ver beneden staat en vol opwinding naar omstanders schreeuwt, ‘kijk, kijk!’, en naar boven wijst, waar Philippe tussen de wolken loopt, waar hij op de wolken loopt. Want zo lijkt het – het koord is onzichtbaar. Dat is de leugen: Petit lijkt iets bovennatuurlijks te doen, voor eeuwig hangend in de lucht, alsof de dood niet bestaat, behalve als omlijsting van het menselijk bestaan.
Nog een mogelijkheid: dit slaat allemaal nergens op. Vraag aan Petit: waarom heb je het gedaan? Antwoord: ‘Why? There is no why.’

Te koop op dvd