Kunst

Omstreden collectie geobsedeerd door de mens

Beeldende kunst: Flick-collectie in Berlijn

BERLIJN – Wekenlang woedde in de Duitse feuilletons een felle strijd over de omstreden collectie van kunstverzamelaar Friedrich Christian Flick in het Berlijnse Hamburger Bahnhof. De kleinzoon van een nazi-industrieel en berucht wapenfabrikant had opa’s enorme erfenis gebruikt om binnen enkele jaren 2500 van ’s werelds bekendste kunstwer ken te kopen. Mag je met door de tewerkstelling van tienduizenden dwangarbeiders vergaard kapitaal goede sier in de kunstwereld maken? Over die vraag braken de Duitse kunstcriticasters zich de kop.

Door zo veel ethisch getouwtrek, en de aanslag door een activiste op een kunstwerk, is de aandacht voor de esthetiek van de tentoonstelling tekort gekomen. Dat is merkwaardig – want de ruim vierhonderd kunstwerken die Flick zeven jaar kosteloos aan de stad Berlijn uitleent, bieden een flinke wandeling langs de westerse moderne kunst. De failliete Duitse hoofdstad mag van geluk spreken dat de mecenas hem heeft uitverkoren. Nu heeft Berlijn – nadat het Museum of Modern Art uit New York zijn collectie aan de Neue Nationalgalerie uitleende – weer een publieks magneet. Nederlandse musea zouden bij zo’n aanbod hun vingers aflikken.

Goed, Flick is de suikeroom onder de Duitse verzamelaars, met een collectie die meer dan tweehonderd miljoen euro waard is. Maar anders dan bijvoorbeeld een steenrijke verzamelaar als Charles Saatchi, die in zijn Sensation-tentoonstelling de tot dan toe relatief onbekende Young British Artists tot wereldfaam verhief, toont Flick geen kunstenaars generatie uit een bepaald land of een bepaalde stroming, maar bijvoorbeeld ook allang gearriveerde kunstenaars als Marcel Duchamp, Bruce Nauman en Jeff Koons.

De Flick-collectie imponeert vooral door de mens in al zijn facetten – en niet zoals bij Sensation de maatschappij – in het middelpunt te stellen. Daarbij gaat het om de mens met al zijn curiositeiten en absurditeiten, om menselijk gedrag en de menselijke waanzin. De voornaamste hoofdrolspelers daarvan zijn Bruce Nauman, Jason Rhoads en Paul McCarthy met zijn pornografische Saloontheater.

Pardon, Saloontheater? Jawel, deze kunstenaar bouwde in de historische stationshal uit 1847 een schots en scheve houten saloon, die door meerdere deurtjes te betreden is. Binnenin ziet de verbaasde bezoeker video’s van twee elkaar voor rotte vis uitmakende dames. Hun doelloze zinnen – «I always get fucked» – hangen als los zand aan elkaar. Aansluitend copuleren ze met een sigaarrokende cowboy. McCarthy krijgt van de curator Eugen Blume flink de ruimte. Zijn «Apple Heads», oranje mensjes met rode appels als hoofden en enorme geslachtsdelen, vervreemden nog meer. De bezoeker wordt een spiegel van een onwerkelijke wereld voorgehouden.

Elders in de hoofdhal ligt een levenloze jongeman naast een kapotte motorfiets. De bebloede pop beeldt het «Motorcycle accident» van Duane Hanson uit. Dit zijn dan weer scènes uit ons alledaagse leven, die Flick ons voorschotelt. Dit geldt ook voor de enorme installatie van Jason Rhoads. Die vindt dat hij een «perfecte wereld» geschapen heeft. De toeschouwer ziet een complete binnenhuisinrichting, met ronddraaiende monitoren, bloemen in plastic emmers, modelspoorlijnen, een strijkplank – schijnbaar toevallig door de Californische kunstenaar neergezet. Tussen de houten pilaren met pornobeelden zegt iemand op video: «It looks like a madhouse here.» En zo is het maar net. Rhoads’ kafkaeske kermis kreeg de meest prominente plaats in het tot dertienduizend vierkante meter uitgebreide Hamburger Bahnhof (normaal staan hier de op de eeuwigheid wachtende werken van Anselm Kiefer). Pal naast zijn groteske werk hangen – onverklaarbaar – vrouwenbeeltenissen van Francis Picabia uit de jaren veertig. Van Marcel Duchamp zijn enkele readymades aanwezig, Jeff Koons heeft een verchroomde handelsreiziger en Nam June Paik laat in zijn «moving theater» speelgoedautootjes à la Fluxus achter elkaar stoppen.

Alleen Bruce Nauman heeft een complete vleugel voor zichzelf. Hij dwingt tot introspectie door de bezoeker door nauwe nissen te leiden, in claustrofobische ruimtes met groenig neonlicht alleen te laten en langs tribunes te lopen. Daarop rusten museumbezoekers uit en bekijken elkaar. Als kunstconsument word je zo van subject tot object gemaakt, zeker als je de doodlopende gangen inloopt waar anderen je via camera’s bekijken. Maar daarna krijgt de bezoeker direct te maken met een dubbele fellatio in Naumans lichtinstallatie «Sex and Death». Als ook nog vijf marcherende mannen met elk een hoogstaand lid getoond worden bekruipt de bezoeker misschien een beetje het gevoel dat vooral popart en pornografie de Flick-collectie kleuren, maar die indruk bedriegt: Flick heeft zich obsessief met menselijke bevreemding bezig gehouden. Geen wonder, gezien zijn familiegeschiedenis.

Tot 23 januari in het Hamburger Bahnhof, Berlijn