Media

Omstreden wetenschap

Het gezag van de wetenschap is tanende – wanneer we althans afgaan op uitlatingen van vooraanstaande publicisten en onderzoekers, te beginnen met Robbert Dijkgraaf, de president van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschap. En het moet gezegd: er zijn tekenen die inderdaad in die richting wijzen.

Wie herinnert zich niet de campagne om jonge meisjes te vaccineren tegen het baarmoederhalskanker veroorzakende HPV-virus, die pijnlijk mislukte als gevolg van een effectief geruchtencircus op internet; of de uitgelekte e-mails van onderzoekers van de IPCC, het internationale panel dat zich bezighoudt met klimaatverandering, waaruit zou blijken dat zij hun resultaten welbewust manipuleerden. In beide gevallen droegen de media in belangrijke mate bij aan de ondermijning van het vertrouwen in de betrokken instellingen. In het geval van climategate, de uitgelekte e-mails van IPCC-medewerkers, werden al dan niet gefundeerde twijfels op detailpunten enorm uitvergroot. De media, aldus sommige critici, weerspiegelen daarmee niet alleen de erosie van het vertrouwen in de wetenschap, ze dragen er ook actief toe bij.

Dat deze voorstelling van zaken te simpel is, blijkt uit de onlangs verschenen bundel Onzekerheid troef: Het betwiste gezag van de wetenschap, onder redactie van Huub Dijstelbloem en Rob Hagendijk. Enquêtes wijzen erop dat een grote meerderheid van de bevolking nog altijd een groot vertrouwen koestert in wetenschap en technologie. Een ander, belangrijker bezwaar dat de auteurs inbrengen tegen de idee van een kwijnend prestige van de wetenschap is dat de vertrouwenskwestie veel te absoluut gesteld wordt. Om te begrijpen waarom ‘de’ wetenschap niet langer over een vanzelfsprekend gezag beschikt, moet haar positie vanuit een meervoudig perspectief worden bezien. Onderzoekers en instellingen opereren immers in een ingewikkeld politiek en economisch krachtenveld.

De idee dat ‘de’ wetenschap aan gezag heeft ingeboet, is historisch gezien op zichzelf al aanvechtbaar. Dat haar beoefenaren in vroegere, van standsgevoel doortrokken samenlevingen over een zeker prestige beschikten, is onmiskenbaar, maar veel van hun inzichten zijn altijd onderwerp van vaak bittere controverses geweest. En dat verbaast niet, om de eenvoudige reden dat veel opvattingen en theorieën rechtstreeks verbonden waren met maatschappelijke en politieke krachten, zoals de geschiedenis van uiteenlopende disciplines, van de medische wetenschap en de geschiedschrijving tot de sociale wetenschappen laat zien.

Ook nu gaan politieke en wetenschappelijke meningsverschillen in veel, vaak saillante gevallen hand in hand. De voorbeelden bestrijken een gebied dat varieert van de biologie en psychologie tot de economie. Maar tegelijk is er een groot verschil met vroeger: nu speelt de strijd tussen elkaar beconcurrerende opvattingen zich meer dan ooit af in de media. Waren wetenschappelijke berichten en verslagen van voordrachten en symposia vroeger vrijwel uitsluitend te vinden in de grote liberale kranten, vanaf de jaren zestig en zeventig hebben wetenschappelijke onderzoekers steeds gemakkelijker toegang gekregen tot de media. Die ontwikkeling begon, wat Nederland betreft, in de Volkskrant, die al vroeg furore maakte met geëngageerde journalistiek over wetenschap en samenleving, en breidde zich in de volgende decennia gestadig uit – een proces waarvan ook Oost-Europa-deskundige dr. Clavan, een creatie van Kees van Kooten, een exponent vormde.

Of het nu gaat om discussieprogramma’s, opinierubrieken, nieuwsuitzendingen of boekenpagina’s – sinds de jaren negentig is de wetenschapper eenvoudig niet meer weg te denken uit de media. En dat kan nauwelijks verbazen. Wetenschap en technologie participeren in zeer uiteenlopende kwesties en hun claims en opvattingen botsen precies daar waar het publieke debat zich vandaag de dag bij uitstek afspeelt: de media. En precies als de politiek of de culturele sector voelt de wetenschap de tucht van het medium, in de vorm van wat gewoonlijk wordt aangeduid als medialogica: de intrinsieke eigenschappen en de conventies van de verschillende media bepalen de vorm van het debat over wetenschappelijke inzichten.

Er is geen ontkomen aan, zo betoogt de Amsterdamse hoogleraar Maarten Hajer terecht in Onzekerheid troef. Ook het gezag van de wetenschap is tegenwoordig discursief: het moet, net als in het geval van politieke en andere maatschappelijke instituties, in het communicatieve handelen worden gerealiseerd. Wetenschappers zijn, met andere woorden, gedwongen zich te verstaan met de media – zoals ze zich ook moeten verstaan met andere krachten die voortdurend op hen inwerken, te beginnen met politieke, financiële en economische machten. En iedereen in de wereld van wetenschap en onderzoek weet hoe moeilijk dat is – vooral in deze tijd.