FILM

Omtrek van een dood mens

The Housemaid

De echte wereld openbaart zich als een chaotische serie wazige beelden voor de vermoeide ogen van Eun-yi (Jeon Do-yeon), die als bordenwasser werkt en op een avond getuige is van een zelfmoord: een jonge vrouw die van een hoog gebouw is gesprongen. Na haar werk, in de late uurtjes, bezoekt Eun-yi de locatie waar de vrouw zich te pletter heeft laten vallen. Er is verder niemand op straat. Eun-yi kijkt uitdrukkingsloos naar de lege figuur, een onzichtbaar lichaam begrensd door de witte krijtomtrek die politieagenten maakten op de plaats delict. Juist vanaf dit moment maken de vage beelden in The Housemaid van de Zuid-Koreaanse regisseur Im Sang-soo plaats voor scherp gefilmde scènes waarin de bijna obsessief strakke mise-en-scène evenwel weinig goeds voorspelt.
Het iconische beeld van de indringer die de rust in het kerngezin verstoort vormt de narratieve spil van The Housemaid, een remake van een Koreaanse film met dezelfde titel uit de jaren zestig. Vaak hebben dit soort verhalen en films iets angstwekkends en ondermijnends. Claude Chabrols La Cérémonie (1995) en Curtis Hansons The Hand that Rocks the Cradle (1992) zijn voorbeelden van films waarin de harmonie en de balans van het gezin opeens van binnenuit worden bedreigd. Ook Michael Haneke’s meesterlijke Funny Games (1997) laat zien dat het geluk van vader, moeder en kinderen slechts een rookgordijn is. Buiten de grenzen van geruststellende, traditionele structuren wachten onafwendbaar onbeschrijflijke gruwelen.
In The Housemaid is het storende element net als in Chabrols film een ogenschijnlijk onschuldige jonge vrouw: Eun-yi. Na haar akelige ervaring in het stadscentrum krijgt ze een baantje als huishoudster en oppas bij het rijke gezin van Hoon (Lee Jung-jae), getrouwd met Hae Ra (See Woo) die in verwachting is van een tweeling. Het echtpaar heeft ook een dochtertje, Nami. Het hoofd van de huishouding is de afstandelijke, wereldwijze mevrouw Cho (Yoon Yeo-jeong).
Eun-yi wordt in haar nieuwe omgeving geconfronteerd met een moderne wereld waarin rijkdom en stijl en design alles zijn en menselijkheid of emotie overbodig lijkt. Het huis bestaat uit glimmende vloeren en muren en meubelen. De belichting is gedempt, bijna clair-obscur. De personages dragen donkere kleren waardoor ze met de setting lijken te fuseren. Klassieke muziek, onder meer Beethoven, klinkt zacht. Alles lijkt te kloppen. Maar de oppas brengt verandering. In een prachtige scène treft Hoon bij thuiskomst twee taferelen naast elkaar aan: in de ene kamer zit zijn zwangere vrouw op een bank terwijl Eun-yi vlak ernaast, maar in een ander vertrek, bezig is het bad schoon te maken. De mannelijke blik van Hoon neemt beide beelden voyeuristisch op; hij staat precies in het midden van het filmbeeld en kijkt afwisselend naar links en rechts, eerst naar zijn vrouw en daarna naar de bediende, die een kort, strak rokje aan heeft waardoor haar benen verlokkelijk zichtbaar zijn.
De spanning tussen erotiek en onderdrukt verlangen máákt The Housemaid, dat eerder dit jaar een hit in Zuid-Korea was. Een mooie film. Toch zijn er kanttekeningen bij te plaatsen, vooral in de gebrekkige ontwikkeling en motivering van Eun-yi’s karakter en in de tamelijk voorspelbare impact van het verhaal op haar leven. Aan de andere kant: misschien is er ‘niets’ in haar, een leegte zoals ook bij Chabrols oppas in La Cérémonie, en die zich eigenlijk al vanaf de eerste minuten in The Housemaid openbaart als Eun-yi onder aan de wolkenkrabber in het centrum staart naar de omtrek van een dood mens.

Vanaf 11 november te zien in Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Eindhoven en Maastricht