Menno Hurenkamp

Omzien in ergernis

Flitspalen langs de snelweg staan er om hardrijders te betrappen. Maar ze hebben een onbedoeld effect. Mensen die met 170 kilometer per uur aan komen scheuren, zien de flitspalen opduiken en trappen plotseling op de rem. Daardoor ontstaan gevaarlijke situaties en files. Als je meer flitspalen neerzet of de palen vermomt als boom zou dat probleem wel moeten afnemen. Maar het antwoord van de Lijst Pim Fortuyn was eenvoudiger: de flitspalen moeten weg. Het is een domme oplossing, want dan zullen nog meer mensen te hard rijden. Toch schuilt er een strategie achter. Die wordt nu, in de relatieve stilte die de partij zichzelf gunt, door de tovenaarsleerlingen van Pim Fortuyn tot beleid verheven. Aan de hand van de verwikkelingen rond de heren Nawijn en Eberhard kom je beter achter die nieuwe vorm van politiek denken.

Hilbrand Nawijn, voorheen CDA-lid, marcheert sinds niet al te lange tijd in de gelederen van de LPF. Hij constateerde dat er allochtone mannen zijn die hun vrouw slaan. Dat is een serieus probleem, want de vrouwen van deze mannen gaan niet snel naar blijf-van-mijn-lijfhuizen en hebben bovendien vaak geen zelfstandige verblijfstitel. Ze moeten eerst drie jaar bij hun man blijven voor ze een paspoort krijgen en kunnen weglopen. Logisch is: geef die vrouwen sneller recht op zelfstandig verblijf, of vervolg die mannen effectiever, of doe beide. Maar Nawijn heeft de analogie met de flitspaal getrokken en bedacht dat die slaande mannen het land uit moeten. Dan kunnen ze in een ander land vrouwen slaan. De LPF past deze wonderlijke redeneertrant ook in eigen kring toe. Het kamerlid Eberhard wordt beticht van allerlei misdrijven — met name stelen en liegen. De club vertrouwt de exploitant van seks-websites volledig. Dat wil zeggen, hij wordt twee weken «geschorst» om zijn onschuld te bewijzen. Schuldig totdat zijn onschuld is bewezen, wordt zo het probleempje-Eberhard niet opgelost, maar weggeduwd.

Als er een gedachte achter schuilt, is het deze: het cliché in de politiek wilde al eeuwen dat regeren vooruitzien was. De afgelopen decennia bleek dat goedbedoelde plannen vaak onbedoelde effecten hadden. Je kunt als politicus tegenwoordig beter terugkijken naar je fouten dan grote plannen voor de toekomst maken. Zodoende verkondigen moderne bestuurskundigen steeds meer dat regeren vooral achteruitzien is. Dat omzien als strategie voor de «nieuwe politiek» is vermoedelijk de sleutel naar het ogenschijnlijk zo warrige LPF-beleid. Zeker als je geen traditionele ideologie hebt om op terug te vallen, kan het een dankbare en logische stap zijn het verleden heel serieus te nemen. De drang spreekt in elk geval sterk uit de hang naar een bestaan zonder boeven en vreemdelingen. Men wil zo snel mogelijk terug naar vroeger, wat dat vroeger ook moge inhouden.

Zo’n partij van tijdreizigers komt onvermijdelijk voor hindernissen te staan. Tijdreizen maakt dat oorzaak en gevolg niet meer goed te ontwarren zijn. Vanuit het nu naar vroeger gaan, beïnvloedt het nu, dat dan eigenlijk straks is. Reuze ingewikkeld. Flitspalen, slaande mannen en liegende volksvertegenwoordigers zijn dan geen politieke dilemma’s meer, maar vooral onontwarbare knopen van ergernis. En met knopen weet een daadkrachtig politicus nieuwe stijl wel raad. Die moeten doorgehakt.