Toneel

Omzien zonder wrok

Toneel: Zelfportret – dat kan geen toeval zijn door Dood Paard

De toneelspelers Kuno Bakker, Manja Topper en Oscar van Woensel richtten in 1993 hun gezelschap Dood Paard op en bouwden een indrukwekkend repertoire op. Ze zijn nu een jaar of vijftien verder. Middels hun nieuwste voorstelling Zelfportret – dat kan geen toeval zijn, kijken ze grijnzend, mild, liefdevol ook, in ieder geval zonder wrok over hun eigen schouders heen naar vér voor hun eigen toneelspelersgeschiedenis, naar vroeger, naar hun kindertijd, naar de momenten waarop toneel bezit van hen nam.

Een ander soort «autobiografie-in-toneel» schreven ze eerder op de toneelplankieren. Dat project heette toen Stock. Ze lieten – zo ergens rond de eeuwwisseling – zien wat ze tot dan toe gemaakt, geschreven, gerepeteerd, getoond hadden. Stock (letterlijk: voorraad) werd later herhaald in een serie Shakespeare-teksten die Dood Paard in de vijf jaar daarvoor had gespeeld. Enerverende toneelavonden waren dat.

In Zelfportret kiezen ze nu voor een andere weg. Van de explosieve trots die Stock en het Shakespeare-project uitstraalden, zwerven de toneelspelers van Dood Paard nu naar een implosie, naar hun persoonlijke historie, naar vragen aan zichzelf. Gelooft het publiek, dat steeds opnieuw naar ons komt kijken, ons nog? En geloven wij onszelf nog? Een soort persoonlijke tussenbalans, zonder de deftigheid die aan dat woord hangt. De energie achter die kwetsbare openheid is roerend prachtig.

De vorm die de toneelspelers van Dood Paard in Zelfportret hebben gekozen is een informele ontmoeting met het publiek. De toeschouwers worden begroet als oude vrienden – drankje, bier of plat water, toastje brie? Er worden foto’s geordend voor een diashow. Daar zitten snapshots tussen uit hun leven, hun loopbaan. Ook dia’s met multiple-choicevragen. Een voorbeeld dat ik me vaag herinner: je wacht in een overheidsgebouw op een document. Jouw volgnummer verschijnt. Achter de balie zit niemand. Wat doe je? Blijf je wachten? Loop je naar de balie? Of ga je weg?

De onderlinge discussie over denkbare antwoorden levert geestige, half geïmproviseerde scènes op. Die overgaan in gespeelde confrontaties op basis van bestaande (?) teksten (in het programmablad worden onder anderen Natalie Sarraute, Abram de Swaan, Anna Tilroe en Harold Pinter genoemd als inspiratiebronnen). In die speelscènes wordt dreigend aan de stoelpoten van zoiets als een toneelcollectief gezaagd. Of er wordt verbaasd gekeken naar dingen die wij nu de gewoonste zaak van de wereld vinden, maar die eigenlijk raar zijn. Iedereen kent de voorbeelden. Als vroeger iemand op straat hardop in zichzelf liep te praten, dacht je: een gek. Nu blijkt het een doodgewoon iemand te zijn met een handsfree mobiele telefoon. Dat soort dingen. Een discussie over een uit de tijd gevallen begrip als «tolerantie» kan in Zelfportret opeens omslaan in een felle ruzie die uitloopt op spattende haat of op diepe afkeer over de (veronderstelde) meningen van de ander.

Wat Zelfportret vaak plezierig, soms ongemakkelijk demonstreert, dat is waar de toneelspelers van Dood Paard in hun manier van werken steeds vanuit vertrekken: een doorlopend gesprek, op het gevaar af dat het tijdelijk oorlog wordt, maar wel consequent, vanuit het motto: tegenspraak brengt ons verder. Er is geen hiërarchie. Er wordt gecommuniceerd vanuit de op basis van gelijkwaardigheid gestelde vraag: wat wil je zeggen en waarom? Toneel als platform om met wat plat water en een toastje brie enkele existentiële levensvragen plotloos, want op socratische wijze, aan de orde te stellen. En opeens zijn ze door hun materiaal heen. En gaan wij met een hoofd vol macaroni ons weegs. Mooie avond.

Tournee tot en met 10 juni. www.doodpaard.nl