column

On This Night

Waarom ik de voorbije maanden heel Archie Shepp weer aan het draaien ben is mij een raadsel. Ik houd niet eens van jazz. Het begon tijdens een ijzige nacht in 1994.

Op een dag geef ik bij mij thuis een interview aan het actualiteitenprogramma EenVandaag. Ik zit in een fauteuil voor de platenkast die onze woonkamer domineert en waarin zo’n tweeduizend elpees staan – het merendeel is van mijn vriendin, ze kocht ze voor de hoezen. ’s Avonds wordt het interview uitgezonden en de volgende ochtend ontvang ik een e-mail van een jazzliefhebber uit Den Haag. Hij vraagt me waar ik al die platen van het label Impulse! vandaan heb. Ik bekijk de uitzending opnieuw, en inderdaad, op de beelden zit ik precies voor die twee vakken van onze kast die zijn gevuld met een tweehonderdtal jazzplaten. Links van mijn hoofd is overduidelijk een reeks platenruggen te zien waarvan de bovenste helft oranje is en de onderste zwart – kenmerk van elpees op het beroemde jazzlabel Impulse!. Bovendien blijkt de man in kwestie een persoonlijke vriend van jazzlegende Archie Shepp te zijn. Dus ik ga dat rijtje Impulse!-platen af en ja hoor, ik heb meerdere platen van Archie Shepp. Ik trek de elpee On This Night uit het vak en leg hem op.

Het titelnummer van die plaat is een experimenteel stuk van meer dan negen minuten. Een vrouwelijke sopraan zingt terwijl Archie Shepp op de achtergrond zijn vingers schijnbaar doelloos over de pianotoetsen laat wandelen alvorens de band invalt en Archie de sax ter hand neemt waarna het geheel in een hypnotiserend ritme valt waarop hij improviseert. Heel mooi. De liner notes van die plaat – alle jazzelpees hebben uitgebreide liner notes, waarin de opnames worden toegelicht en ingeleid, vaak geschreven door mensen die er verstand van hebben; kom daar maar eens om bij de gemiddelde roman – gaan over de illusie van spontaneïteit waarnaar niet alleen de jazz, maar ook veel andere kunsten streven, en hoe moeilijk het is controle te verkrijgen over deze illusie. Hoe de nachten de muzikanten soms door de vingers glijden, nachten waarop niets lijkt te gebeuren. En de muzikanten blijven spelen, hopend op dé nacht dat hét gebeurt en alle inspanningen samen komen in een moment dat nooit meer terug kan keren. Daarom gaat jazz over het nu, schrijft de journalist die de liner notes van On This Night voor zijn rekening heeft genomen. Jazz gaat over zijn, in plaats van bestaan: omdat geen enkel moment ooit weer kan keren. En dat weet ik, schrijver zijnde, natuurlijk ook wel.

Maar vreemd genoeg doet On This Night mij denken aan een nacht in de winter van 1994 wanneer ik met een oudere vriend in een Antwerpse kroeg beland. Het is een man die zichzelf buitengewone kwaliteiten toedicht, en in zekere zin bezit hij die ook. Op die avond, in die kroeg, knoopt hij op wonderlijke wijze een gesprek aan met Tom Barman, de zanger van de bekende Antwerpse band dEUS. Tenminste, dat weet ik. En ook weet ik hoe dit soort gesprekken zich kan ontwikkelen wanneer mijn vriend eenmaal op dreef is. Dus al snel begin ik mij terug te trekken middels subtiele lichaamstaal en onopvallende manoeuvres met barkrukken terwijl het gesprek al even gestaag in felheid en volume toeneemt – het gaat over jazz, een van de vele gebieden waarop mijn vriend een zelfbenoemde autoriteit is – en het laatste wat ik hoor, alvorens de deur van die kroeg achter mij dicht valt is: ‘Maar jóengen toch! Wat hebt gij dan gepresteerd in uw leven? Noemt mij nu ’ns één ding dat gij kunt dat ik geen tien keer beter kan. Awel?’

Alleszins. Ik vlucht naar een ander café en daar ontmoet ik puur toevallig een ándere vriend die mij onmiddellijk meesleurt naar een leegstaande appartementsgebouw elders in de stad. Hij zegt iets heel bijzonders ontdekt te hebben en wanneer we daar aankomen en – de feiten zijn verjaard – in dat gebouw inbreken, blijkt dat inderdaad ook zo te zijn.

Ik had al heel lang niet meer aan die nacht gedacht, totdat ik die e-mail ontving van een persoonlijke vriend van Archie Shepp. En sindsdien weet ik niet wat het is met mij en die jazzplaten. Ik hou niet eens van jazz. Dus waarom ik ze de voorbije maanden allemáál aan het spelen ben, één voor één, terwijl ik ze al twintig jaar in mijn bezit heb, is mij een raadsel. Maar ik kan je wel vertellen hoe ik eraan gekomen ben. Het verhaal begint tijdens een donkere, ijzige nacht in 1994. Zo’n nacht tijdens dewelke aanvankelijk niets lijkt te gebeuren.