Onaangekondigd

Politici schetsen toekomstbeelden en geven hoop voor ‘later’. Dat wil de kiezer. Om toekomstdromen te verwezenlijken zijn uiteindelijk pragmatische maatregelen nodig. Idealisme en realisme moeten hand in hand gaan, ‘voor onze kinderen’.

Beloftes doen, de filosofe Hannah Arendt zag dat als de unieke menselijke manier om de toekomst te ordenen. Volgens haar maken mensen met beloftes die toekomst voorspelbaar en betrouwbaar, voorzover dat menselijkerwijs mogelijk is.

Als er één beroepsgroep is waarvan wordt verwacht dat ze die onzekere toekomst voor ons ordent, voorspelbaar en betrouwbaar maakt, en daar beloftes over doet, dan is het die van politici. Niks is dan ook zo dodelijk voor een politicus als het verwijt te krijgen geen visie, lees: geen toekomstplannen, te hebben. Politici over de hele wereld weten dat.

Omdat kinderen de toekomst plegen te hebben, symboliseren politici hun toekomstgerichtheid dan ook graag door met een kind op de foto te gaan. Of het nu democratisch gekozen politici zijn of dictators, president Obama van de Verenigde Staten, de Russische president Poetin of de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un, ze doen het allemaal. Over hoe de toekomst van dat kind eruit gaat zien, zeggen die foto’s dan ook niks. Wel wekken ze tedere gevoelens op.

Maar zodra in een democratisch land, zoals Nederland, een politicus met een omschreven toekomstbeeld komt, zal hij zijn borst nat moeten maken. Want naast bijval zal ook hoon zijn deel zijn. Niet iedereen zal van die toekomstvisie gecharmeerd zijn. Soms komt dat op een grappige manier naar buiten. Zo pleitte voormalig GroenLinks-fractieleider Jolande Sap eens voor meer investeringen, dat zou zo goed zijn voor toekomstige generaties. Waarop ChristenUnie-collega Arie Slob haar er direct op wees dat je met die investeringen een hogere staatsschuld krijgt waar je diezelfde kinderen dan wel mee opzadelt.

Maar laat nou juist de strijd over welke toekomst mensen voor ogen hebben en nastreven het wezen van de politiek zijn. Zonder kritiek op die toekomstvisies en publiek debat daarover kom je in een heel ander soort staat terecht, meer die van Kim Jong-un, om nog maar eens naar Arendt te verwijzen.

In Den Haag zijn de Algemene Politieke Beschouwingen na Prinsjesdag het debat bij uitstek om eens verder te kijken dan de vraag of de rekentoets al komend jaar verplicht moet worden, het minimumloon voor jongeren omhoog moet en het rijk tachtig miljoen euro moet willen betalen voor een schilderij van Rembrandt.

Op zich zijn dat allemaal belangrijke onderwerpen, maar zoals pvda-leider Diederik Samsom bij de laatste politieke beschouwingen zei, dat zijn de nitty gritty details van de dag. ‘Ik vind ook dat politici, zeker in deze Kamer, zeker tijdens dit debat, gewoon moeten schetsen waar ze naartoe willen’, voegde hij daaraan toe.

Tien jaar geleden deed toenmalig vvd-fractievoorzitter Jozias van Aartsen dat, hij schetste zijn beeld van de toekomst. Net als Samsom vond ook hij dat dat de taak van een politicus is, zodat de kiezers weten in welk perspectief ze vervolgens concrete maatregelen moeten plaatsen.

Van Aartsen keek vooruit naar Nederland in 2015. ‘Waarom zou Nederland niet het New York van Europa kunnen zijn?’ vroeg hij zich af. Dat concrete beeld – het altijd bruisende New York – bleef hangen, wat natuurlijk ook de bedoeling was, al werd Van Aartsen er hier en daar ook om uitgelachen. Altijd maar weer die vergelijkingen met de VS!

Niks is zo dodelijk als het verwijt te krijgen geen visie te hebben

Het is inmiddels 2015, daarom des te leuker om eens terug te kijken naar wat Van Aartsen in zijn glazen bol zag. ‘Ons land is zelfstandig, energiek, handelsgericht, cultureel toonaangevend, een land waar de inwoners van houden.’ Daar spreekt opgewektheid en trots uit, een stemming die er anno nu niet bepaald heerst in het land.

De huidige burgemeester van Den Haag voorspelde destijds in de Tweede Kamer ook concretere zaken, zoals het opgelost zijn van de verkeersinfarcten in het westen en zuiden van het land. Enigszins cynisch zou je kunnen zeggen dat hij daar gelijk in heeft gekregen, maar dat is dan wel vooral dankzij de economische crisis. De tweede, inherent veilige kerncentrale is niet in aanbouw, zoals Van Aartsen graag had gezien. Ook daarin speelde een onvoorziene gebeurtenis een rol, de kernramp in het Japanse Fukushima. Dat Eindhoven inmiddels het energieke middelpunt van het zuiden van ons land is, dat had hij echter wel goed voorzien.

Van Aartsen droomde ook hardop over hoe zij die in 2005 nog kind waren vandaag zouden leven. Want kinderen komen er niet alleen op foto’s, maar ook in de omschreven toekomstbeelden altijd aan te pas. Soms concreet de eigen kinderen, zoals het zoontje van de huidige vvd-fractievoorzitter Halbe Zijlstra bij de laatste politieke beschouwingen, soms meer in het algemeen zoals bij Van Aartsen destijds.

‘Onze kinderen van nu blikken in 2015 met optimisme naar de toekomst. Er is werk. Nederlandse jongeren van Marokkaanse of Turkse afkomst zijn immuun voor de lokroep van de imam die de weg is kwijtgeraakt en niemand is nog bang om vanwege zijn naam geweigerd te worden voor een stage, een baan of de toegang van de discotheek.’

Veel van zijn toekomstbeelden zijn niet uitgekomen. Daar kun je Van Aartsen om uitlachen, met dank aan de kennis van nu. Maar is het hem, een Nederlandse politicus, te verwijten dat hij niet alleen de wereldwijde financiële crisis en de kernramp in Japan niet zag aankomen, maar ook de Arabische lente en de gevolgen daarvan niet voorzag, de oorlog in Syrië niet, de vluchtelingenstromen niet en ook het handelen van de Russische president Poetin of dat van president Obama niet?

De geschiedenis houdt geen rekening met de toekomstdromen van politici. Of, zoals de Amerikaanse commentator en Pulitzer-prijswinnaar George Will ooit schreef: ‘The future has a way to come unnanounced.’ Toch blijven de kiezers van politici verwachten dat ze voor hen de toekomst ordenen. Dat ze leiderschap tonen.

Volgens de Amerikaanse hoogleraar Barry Posner en zijn collega-auteur James Kouzes van het boek The Leadership Challenge zijn leiders de mensen die instituties creëren die de tijd weten te overleven. Leiders kijken naar de lange termijn, hun belangrijkste bijdrage is dat mensen en instituties zich zodanig kunnen ontwikkelen dat ze zich ‘kunnen aanpassen, kunnen veranderen, kunnen gedijen, kunnen schitteren’.

Het zijn juist die instituties die op dit moment onder druk staan of waar het onrustig is als gevolg van de vluchtelingenstroom, de financiële crisis, de oorlog in Syrië, reorganisaties of bezuinigingen. Binnenlands geldt dat voor onder meer de rechtspraak en de politie, internationaal voor de Europese Unie en de Verenigde Naties. Er is zoveel in beweging, alles grijpt zo op elkaar in, dat het grote onzekerheid met zich meebrengt. Het leidt tot de paradoxale situatie dat de roep om zekerheid groot is, het verlangen naar leiderschap van politici daar gelijke pas mee houdt, terwijl die politici juist des te meer door een dikke mist waden.

Doemdenken is vooral bij de oppositie in trek als ze het beleid wil afkraken

Minister-president Mark Rutte kreeg dit jaar veel kritiek over zich heen toen hij zei: ‘Als visie een blauwdruk voor de toekomst betekent, dan verzet alles wat liberaal is in mij zich daartegen.’ Posner en Kouzes zullen het met hem eens zijn, ook zij zouden zich verzetten tegen die uitleg van wat een visie is. Blauwdrukken hebben nu niet bepaald als belangrijkste eigenschap dat ze zich aanpassen.

Rutte heeft ook wel degelijk een toekomstbeeld van Nederland voor ogen. Dat is voor hem een land met een kleine overheid en een grote samenleving, een land waarin mensen hard werken en harder gaan roeien als het tegen zit, een land waar respect is voor agenten en docenten, een land waarin niet wordt gediscrimineerd op geloof. Je kunt het mager vinden, je kunt het er niet mee eens zijn, maar dit is wat het is.

Voor pvda-leider Samsom is het toekomstbeeld van Rutte op één punt in ieder geval te mager: het rept niet over de klimaatverandering. Dat was juist het onderwerp waar Samsom bij de laatste politieke beschouwingen ‘onze kinderen’ bij haalde: ‘Hoe zorgen we ervoor dat het welzijn en de welvaart van onze kinderen niet op het spel komen te staan door onomkeerbare klimaatverandering?’

Nu de economie weer wat aantrekt en het kabinet veel maatregelen in gang heeft gezet die daar volgens hem aan bijdragen, vond de leider van de coalitiepartij, Samsom, het tijd om weer wat verder vooruit te kijken. Daarmee een andere wetmatigheid bevestigend: dat politici van de kiezer leiderschap moeten tonen, maar wel de verre toekomst even moeten laten rusten als de dijken breken.

In een toekomstvisie komen altijd beelden voor waarin een probleem is verdwenen dat er nog is, of dan toch in ieder geval door de politicus als zodanig wordt ervaren, op het moment dat de visie wordt uitgesproken. Een grote overheid, mensen die hun hand ophouden, hufterigheid tegen agenten en docenten, en discriminatie op geloof waren voor Rutte eerder dit jaar blijkbaar de grootste problemen. Inmiddels zal hij daar noodgedwongen de vluchtelingencrisis aan toe moeten voegen.

Niks is zo makkelijk als om met die problemen een sombere toekomst te schetsen. Doemdenken, vooral bij oppositieleiders is het in trek als ze het beleid willen afkraken. pvv-leider Geert Wilders is er bedreven in, en dankzij hulp uit de fractie een genie in het bedenken van zich in het geheugen vastzettende beelden. Ook derden, van buiten de politiek, maken daar graag gebruik van, om de politici op te jagen. Zo zei de huidige algemeen directeur van het Internationaal Monetair Fonds Christine Lagarde eens dat als er geen actie wordt ondernomen op klimaatgebied ‘future generations will be roasted, toasted, fried and grilled’.

Aan een politicus die ook een leider wil zijn de taak om de richting aan te geven voor de oplossing van het probleem. Want zoals de Amerikaan Posner eens tijdens een van zijn vele lezingen zei: ‘Zou je iemand volgen die verdwaald is?’

Samsom verwacht bij de oplossing van het klimaatprobleem veel van de technologie, van nieuwe uitvindingen en ontdekkingen. Vergeleek Van Aartsen in zijn toekomstbeeld Nederland met New York, Samsom herinnerde eraan dat ‘de generatie van onze ouders de maan bereikte’. Waarna hij schetste wat zijn eigen generatie moet willen bereiken: ‘Wij moeten de zon grijpen.’ Daarmee gebruikte hij – net als Van Aartsen – een beeld waarvan hij hoopt dat het in het geheugen blijft hangen, als symbool van zijn betoog. Goed nagedacht was er in ieder geval over dat beeld: wie wil er nou niet de zon grijpen in zijn leven en in dit geval kan de zon dan ook nog dienst doen als een energiebron die niet vervuilt.

Dat Samsom snapt hoe je met toekomstbeelden en hoop geven moet omgaan, liet hij zien toen de fractieleider van de Partij voor de Dieren, Marianne Thieme, hem interrumpeerde en wilde weten of hij nu ook voor de vleestaks is, omdat de intensieve veehouderij slecht is voor het klimaat. Samsom antwoordde haar toen ‘dat de gehaktbelasting ons niet gaat helpen’. Hij plaatste in één klap een _yes we can-_houding tegenover gedoe over nitty gritty details.

Dat werkte, in het voordeel van de eerste. Terwijl Samsom zelf heel goed weet dat om een toekomstdroom te verwezenlijken er uiteindelijk pragmatische maatregelen nodig zijn, vaak juist op het niveau van de gehaktbelasting.

Het was Samsom zelf die twee jaar geleden woorden van Willem Drees senior aanhaalde, uit diens toespraak bij de oprichting van de pvda in 1946. ‘Wij zullen, hoop ik, een partij worden vol van realisme en idealisme. Een werkelijkheidszin die rekening houdt met het bereikbare, doch die beseft dat in de werkelijkheid ook het ideaal meedoet. Anderzijds een idealisme dat ver vooruitziet, maar daarom niet voorbij gaat aan wat vlak voor ons ligt.’ Beter kan het spanningsveld waarin democratisch gekozen politici, ongeacht hun politieke kleur, moeten werken ook bijna zeventig jaar later niet worden verwoord.