Onaantastbaar

Het is niet mogelijk om een klassieke film als Il conformista van Bernardo Bertolucci te zien alsof je de eerste bent die hem ziet. Ook als je de film nooit eerder zag, is hij op een indirecte manier toch te vertrouwd geworden om hem als nieuw te ervaren. Dat heeft een voordeel. Zoals je naar een tentoonstelling kunt gaan om een bekend schilderij eens in het echt te zien, zo kun je nu in de bioscoop zelf vaststellen of de reputatie van Il conformista nog geldig is.

Heel even dacht ik dat het misschien toch mogelijk was om onbevangen naar Il conformista te kijken. De onwaarschijnlijk jong ogende Jean-Louis Trintignant doet zijn mond open en veel te veel fracties van een seconde te laat zet de Italiaanse nasynchronisatie in. Een moment van imperfectie binnen een onaantastbaar meesterwerk? Ja en nee en dan meer nee dan ja. Goed geluisterd is de nasynchronisatie niet fraai. Het Italiaans dat zogenaamd uit de mond van de Fransman Trintignant moet komen (wie dacht nog dat de Europese co-produktie een recent euvel was?) is te snel en te soepel voor een acteur die zo fraai traag kan zijn, zo goed kan pauzeren en zo fenomenaal kan zwijgen. Het Italiaans met een vet, maar verre van overtuigend, Frans accent van de meer dan onwaarschijnlijk jonge Dominique Sanda lijkt aanvankelijk niet om aan te horen. Maar het is snel vergeten. Het oude meesterwerk heeft een vitaal zelfherstellend vermogen dat kleine oneffenheden direct repareert. Trintignant zwijgt, zit en loopt als nooit meer daarna en de episode-Sanda wordt snel en groots afgesloten.
Zo groots dat het zelfs de voorafgaande scenes veranderde. De sterfscene van Sanda is een mooi staaltje filmopera. Sanda speelt Anna, de mooie jonge en mondaine vrouw van de anti-fascistische, in ballingschap levende hoogleraar filosofie Quadri. Trintignant als de meeloper-fascist Marcello achtervolgt het echtpaar tijdens een eenzame autorit door de bergen. Op een onherbergzaam stuk wacht het echtpaar een hinderlaag. De auto’s komen tot stilstand in een fraai Nibelungen-decor. Grootmeester-cameraman Vittorio Storaro belichtte een winters dennebos op een berghelling als een gotische kathedraal.
Trintignant/Marcello zet zijn beste troef in: hij blijft in de auto zitten en zwijgt. Van de helling rennen anonieme moordenaars-prototypen met regenjassen en gleufhoeden op de theatrale handeling op de voorgrond af. Sanda/Anna zet een ruimtelijke aria in. Ze werpt zich hysterisch op de auto van de apathische dader die door zijn zwijgen en niet ingrijpen haar lot bezegelt. Ze vlucht het mooie natuurlijke decor in. Storaro volgt met de camera op de schouder. Ze wordt uiteindelijk afgeschoten als een stuk opgejaagd wild, maar haar theatrale sterven wordt tot het uiterste gerekt.
Dat het accent van Sanda soms niet overtuigt, is bij het expressieve sterven triviaal geworden. Het stilzwijgende toekijken van Trintignant, onaantastbaar voor nasynchronisatie, is de kern van deze scene en daarmee van de hele film. In feite is de hoofdpersoon de hele film door op weg naar de moord in het Nibelungen-bos. Alles wat zich voor dit moment afspeelde, wordt verteld via flash-backs. Pas na de slachting onder de bomen kan de film vooruit in de tijd en hij is dan ook spoedig bij het definitieve en theatrale einde. Trintignant moet dan veel praten, maar tegen die tijd is zijn ratelende Italiaans gewoon geworden. In de nacht van de val van Mussolini vindt hij aan de voet van de Engelenburcht (Castello San Angelo aan de Tiber in Rome) een schandknaap die hij in een woedend betoog de moord op Quadri en zijn vrouw in de schoenen schuift. Als een Judas en Petrus ineen verloochent hij zijn betrokkenheid bij het fascisme en verraadt hij een vriend.
De mannen met lange jassen en gleufhoeden zijn verdwenen. Jassen en hoeden zijn weggegooid en ze lopen nu met op de toekomst gerichte blikken in antifascistische demonstraties door de stad. Vijfentwintig jaar na Il conformista zijn die toekomstgerichte blikken wel uitgekeken, maar de film is gebleven. Om te zien.