Economie

Onafhankelijk

Centrale banken zijn politiek onafhankelijk. We vinden dat tegenwoordig vanzelfsprekend: het kan niet zo zijn dat het monetair beleid meedraait met de laatste verkiezingen.

Politici bepalen via wetgeving wel het mandaat van de centrale bank, maar niet het te voeren monetair beleid of de keuze van beleidsinstrumenten.

Je zou denken dat dit ook omgekeerd geldt: de politiek is ‘monetair onafhankelijk’. De centrale bankier wacht keurig af tot democratisch besloten is welk beleid het volk wil. Hij is niet links en niet rechts. Hij voert uit. De politiek moet hem onafhankelijk laten opereren, en hij houdt zich verre van politieke uitspraken of drukmiddelen.

Hier zit mijn vraag. Waarom is onze ECB toch zo rechts? Ik weet het eerlijk niet, maar een feit is het wel. Ik heb Draghi nog nooit horen pleiten vóór hogere lonen, meer werknemersrechten of meer overheidsinvesteringen – een links beleidspakket. En kunnen we ons voorstellen dat Klaas Knot ooit zal zeggen dat nivellering een feest is? Hoeft ook niet, natuurlijk. Maar omgekeerd staat de ECB wél voor lagere lonen, privatisering en deregulering – de voorkeur van rechts.

Het wordt tijd voor een ECB die politieke keuzen bij de kiezer laat

Je zou kunnen denken dat er in crisistijd nu eenmaal gesaneerd moet worden, met weinig ruimte voor linkse hobby’s. Maar zo recent is de ECB-voorkeur niet. In 2007, nog voor de crisis dus, pleitte toenmalig ECB-president Trichet voor meer financiële integratie, deregulering en liberalisering in de interne markt, en arbeidsmarktflexibilisering met meer parttime en tijdelijk werk, hetgeen mensen zou aanzetten tot harder werken. Waar hééft die man het over? dacht ik toen. Elk van deze maatregelen is een stokpaardje van vrijemarktideologen. Hun effectiviteit is wetenschappelijk gezien twijfelachtig. Laten we daar dus vooral een goed politiek debat over hebben, gevoed door de feiten. Maar we betalen de hoogste bureaucraat van de ECB toch zeker niet om zijn gezag te misbruiken door partijdig buiten zijn mandaat te treden? Want in de statuten van de ECB staat veel, maar niets over flexibele contracten.

Centrale bankiers geven dit ook niet als hun persoonlijke mening – wat voor een bureaucraat nog geoorloofd zou zijn – maar kapittelen verkozen politici. Onze eigen Klaas Knot, lid van de ECB-directie, toonde zich vorige maand verbolgen omdat Frankrijk hervormingen uitstelt. Ik citeer: ‘Hervormingen verhogen je groeipotentieel, daar is geen extra beloning voor nodig. Ze pakken gevestigde deelbelangen aan die ten koste gaan van het algemene belang. Het probleem is alleen dat die deelbelangen vaak beter zijn georganiseerd.’ Tjonge. Is het echt een uitgemaakte zaak dat hervormingen het groeipotentieel verhogen? Voor mij is dat nieuw. En over welke deelbelangen heeft Knot het? Mensen die niet willen flexwerken? Ik denk het. Hij bedoelde vast niet het uitstekend georganiseerde deelbelang van de financiële sector. Daar is de ECB nooit zo kritisch op.

Ik maak me daar dus een beetje kwaad over. Centrale bankiers proberen keer op keer politici en ons, de burgers, te vertellen wat we moeten doen. Vreemd genoeg is het altijd een boodschap met een bepaalde politieke kleur. En dat op gebieden – arbeidsmarkt, politieke integratie – waar ze geen mandaat hebben, en dus niet horen te zijn. Dit steekt vooral omdat omgekeerd Europese politici geen kritiek op de ECB mogen uiten. Dan krijgen ze te horen dat de onafhankelijkheid van centrale banken gerespecteerd moet worden.

Die opstelling begint wrange vruchten af te werpen. Toen de onderhandelingen met de nieuwe Griekse regering in februari begonnen, diskwalificeerde de ECB prompt Grieks staatspapier als onderpand voor leningen door de ECB aan Griekse banken, en ontnam de regering zo financiële speelruimte. Zodat de Grieken iets meer onder druk stonden om toe te geven: om nog verder te privatiseren, te flexibiliseren, en efficiënter en competitiever (meer lagelonenland dus) te worden – precies wat de ECB altijd bepleit. Dat bleef in de pers niet onopgemerkt. Misschien is dat onterecht: de ECB kan natuurlijk geen dubieus onderpand accepteren. Maar misschien heeft de ECB zulk misplaatst wantrouwen ook gevoed.

Het wordt tijd voor een ECB die agnostisch is over beleid waar de wetenschap nog niet uit is. Die politieke keuzen bij de kiezer laat. Wij stuiten nu keer op keer op ideologische vooringenomenheid en politieke drukmiddelen – een speech hier, een beleidswijziging daar – van onze machtigste bureaucraten. Geen prettig gezicht. Het past ook niet bij hun zo gekoesterde onafhankelijkheid.