Onbedoeld geestig

Honoré de Balzac
Fysiologie van de ambtenaar
Uit het Frans (Physiologie de l’employé, 1841) vertaald en geannoteerd door Mechtild Claessens
Voltaire, 101 blz., € 12,-

‘Frankrijk schrijft rapporten, schrijft zoveel rapporten dat het zich te gronde richt ondanks al die mooie rapporten, dat het zijn tijd verdoet en over dingen uitweidt in plaats van te handelen. Er worden in Frankrijk jaarlijks een miljoen rapporten geschreven. Dientengevolge regeren de bureaucraten.’ Aldus Balzac in 1841. Gelukkig de arme landen die het moeten stellen zonder twee Kamers, zonder persvrijheid, zonder Rapport en Nota, zonder circulaires, zonder een ambtenarenleger – ze zijn minder geestrijk dan Frankrijk, maar ze doen daar tenminste iets.
Als het onbegonnen werk is het oeuvre van Balzac te lezen – een werk dat als landkaart 1:1 staat ten opzichte van het beschreven tijdperk – kan beter zoiets kleins als deze fysiologie lezen. Jaloers als hij was op de zoölogie wilde hij het volledige maatschappelijke leven in kaart brengen, tot in de kleinste geledingen. Zo beschrijft hij de biotoop van de ambtenaar, maar dan ook alle soorten en subsoorten van het geledingpotige dier. Als je al die radertjes ziet is het woord ‘ambtenarenapparaat’ een vondst. Balzac is geen humorist, maar onbedoeld wel heel geestig. Zie de acht soorten klerken die hij beschrijft, tezamen een laag tussen de souschef en de surnumerair, van wie ‘de zwoeger’ Balzacs voorkeur heeft, niet verwonderlijk voor het schrijfbeest dat zestien tot achttien uur per dag pende. De fysiologie was toentertijd in zwang, de verhandeling die bij Balzac wetenschappelijke allure krijgt, maar voor de lezer nu geraffineerde satire is. Mooi is het onderscheid tussen de ambtenaar uit de provincie die iemand is en verder onbesproken blijft, en de ambtenaar uit Parijs die iets is: ‘Inderdaad, iets wonderbaarlijks, algemeens en zeldzaams, bijzonders en gewoons, iets wat lijkt op een plant en een dier, op een weekdier en een bij.’

In een samenleving die draait om geld heeft Balzac natuurlijk vooral oog voor de verkwisting die er gemoeid is met het zichzelf in stand houden van het apparaat. Hij wil in elk geval gezegd hebben ‘dat Frankrijk zich voor die prijs het meest snuffelige, pietepeuterige, pennenlikkende, papierverslindende, inventariserende, controlerende, verifiërende, zorgvuldige, kortom meest huisvrouwachtige van alle bestuursapparaten in verleden, heden en toekomst verwerft.’ In één moeite door spuide Balzac zijn gal over de julimonarchie van de Burgerkoning, die het land sinds 1830 in z’n moltongreep hield. Maar Balzac had geen antwoord kunnen geven op de vraag hoe het genus pissenbed in zoveel varianten zo’n lang leven beschoren was.