Meerderheid Amerikanen is voor ruimhartig immigratiebeleid

Onbegrensde mogelijk heden

Amerikanen zijn in meerderheid pro immigratie. Ondanks twee miljoen illegalen in Los Angeles en ondanks Lou Dobbs van CNN.

WASHINGTON – Onlangs ondernam de politie van New York een omvangrijke zoekactie naar een verdwenen man in de Bronx. Hij was zoekgeraakt in of rond een 41 verdiepingen tellende flat. De man was bezorger van het Chinese restaurant Happy Dragon. Collega’s hadden zijn fiets teruggevonden onder het gebouw, op slot gezet en vastgebonden tegen een paal. Daarna hadden ze hem als vermist opgegeven. In New York zijn bezorgers een geliefd doelwit van gewelddadige rovers. Je schiet altijd raak: geld of eten. Niet voor niets vreesde de politie voor het leven van de man.

Agenten pakten de zaak serieus aan. Ze gingen van deur tot deur in het 871 appartementen tellende complex. Er werd met helikopters gezocht en kikvorsmannen speurden over de bodem van de nabije vijver van Jerome Park. Een bewoner van de flat, de 21-jarige Troy Smith, zag bij thuiskomst tot zijn schrik dat de deur van zijn appartement was ingetrapt. Bij binnenkomst werd hij door agenten, met helmen op en in kogelvrije vesten, tegen de muur gezet, geboeid en afgevoerd. Op het bureau kreeg hij vragen over de vlekken op een T-shirt dat de politie uit zijn wasmand had gevist. Het bleek barbecuesaus te zijn. «Ik werd er gek van», verklaarde Smith later. «Ze bleven maar vragen: waar is de Chinese man en wat heb je met hem gedaan?»

Door zijn vele bestellingen bij de Dragon kende Smith de Chinese bezorger inderdaad. «Hij spreekt nauwelijks Engels», zei hij tegen de New York Times: «Maar hij is mijn vriend. Hij is cool.»

Na drie dagen zoeken schalde plotseling het liftalarm door het gebouw. Chen zat vast. Al die tijd al en zonder eten, want dat had hij eerder afgeleverd. Na zijn bevrijding dronk Chen direct een hele fles water leeg. Om uit te leggen hoe lang hij in de lift had gezeten, imiteerde hij met zijn vinger de bewegingen van de kleine wijzer op de klok. Via een tolk zei Chen dat hij verscheidene keren via het alarmsysteem contact had gezocht – en zelfs gevonden – met de beveiligingsdienst van de flat. Vanwege Chens beroerde Engels en het vreemde tijdstip dacht de security met een dronken man van doen te hebben. Via de camera had de beveiliging bovendien niemand gezien. Ook de politie, die continu bij de beveiligingsdienst in en uit liep, had nooit iets op de kleine schermpjes waargenomen. Hadden ze het te druk met de sausvlekken van Troy, met het besturen van helikopters en het intrappen van deuren, of had Chen al die tijd angstvallig in de dode hoek van de camera gezeten? Pas toen Chen het bewustzijn leek te verliezen, drukte hij op de grote rode alarmbel.

Twee jaar geleden is Chen naar Amerika gekomen, met hulp van een mensensmokkelaar, die hij vijftigduizend euro betaalde. Hij brengt sindsdien twaalf uur per dag en zes dagen in de week Chinees voedsel rond, voor minder dan 250 euro per week. Daarmee onderhoudt hij zijn vrouw en twaalfjarige zoontje, die zijn achtergebleven in het zuidoosten van China. Chen is één van de 400.000 illegalen in New York, die voor de fiscus en allerhande statistieken per definitie onzichtbaar zijn. Maar bij Chen is die onzichtbaarheid mysterieus hardnekkig: een dag na zijn bevrijding uit de lift bleek de Chinese maaltijdbezorger opnieuw onvindbaar. Deze keer was hij ondergedoken bij «vrienden», vertelden collega’s, die de pers uitlegden dat Chen bang was het land te worden uitgezet, nu zijn immigratiestatus in de krant had gestaan.

Die angst is ongegrond. Anders dan in Nederland mogen politieagenten in Amerika niet vragen naar de immigratiestatus van burgers. Sterker, Special Order 40, sinds 1979 van kracht, verbiedt de politie zelfs een «gesprek te beginnen om de immigratiestatus van een burger te achterhalen».

Kom daar maar eens om in Nederland. In de VS kan pas naar de immigratiestatus van een burger worden gekeken nadat die voor een geweldsdelict is veroordeeld. Dan kan een rechter ook besluiten de veroordeelde terug te sturen naar het land van herkomst. De wet, die bekend staat als de sanctuary policy, is om redenen van privacy in het leven geroepen, maar ook om het de politie makkelijker te maken getuigen van misdaden te vinden. In bepaalde wijken van de grote steden, met meer dan zeventig procent illegalen, was de situatie ontstaan dat bijna niemand meer met de politie durfde te praten. Bovendien hoopte de overheid – het was in de jaren zeventig – zo de naar schatting tien tot twaalf miljoen illegalen ertoe aan te zetten een beroep te doen op overheidsdiensten, als poliklinieken en scholen, zonder angst voor deportatie.

Vooral in Los Angeles is deze wet de laatste jaren onder toenemende druk komen te staan. In de stad wonen rond de twee miljoen burgers zonder papieren. De LAPD, de plaatselijke politie, meent dat dertigduizend van hen crimineel zijn, of tenminste lid van een gewelddadige bende. De leden van deze gangs gedragen zich even anders dan Marokkaanse hangjongeren in de Diamantbuurt. Het is er niet ongewoon dat een gewapende overval of zelfs moord onderdeel uitmaakt van een initiatie ritueel van een bende. De politie van Los Angeles ergert zich er mateloos aan dat moordenaars na deportatie – meestal naar Mexico – direct weer terug zijn in de straten van hun stad. En dus wil de LAPD de macht krijgen de immigratiestatus na te gaan bij verkeers controles en andere ondervragingen. Onlangs bijvoorbeeld werd in Los Angeles een man gearresteerd, Aneceto Reyes, die eerder naar Mexico was gestuurd na een moord. Terug in LA vermoordde hij iemand om zijn jas. Rechercheur Johnny Smith van de LAPD: «Op het vrijheidsbeeld staat: Give me your tired, your weak, your poor. Er staat niet: Geef me je moordenaars, verkrachters en drugsdealers.»

Toch is het niet waarschijnlijk dat de bepaling zonder slag of stoot zal verdwijnen. Laat staan dat het toelatingsbeleid zal worden aangescherpt. Immigratie wordt in Amerika nog altijd door een grote meerderheid gezien als het fundament van de Amerikaanse droom en de kurk waar de nationale economie op drijft.

Grover Norquist, baas van de organisatie Americans for Tax Reform, was deze maand gastspreker bij de presentatie van een rapport over immigratie van het Manhattan-instituut, een rechtse denktank. Norquist is na Karl Rove de bekendste campagnestrateeg van de Republikeinen en een van haar geroemde partij- ideologen. Hij steunt het plan van Bush om meer buitenlanders een legale status te verlenen en het officiële, strikte immigratiebeleid meer in overeenstemming te brengen met de praktijk. Het bedrijfsleven (waaronder de hele landbouwsector) maakt immers ge bruik van honderdduizenden illegale seizoens arbeiders. Bush speelt zelfs met de ge dachte van een generaal pardon.

Bij de presentatie drukte Norquist Republikeinse politici nog eens op het hart geen campagne te voeren met anti-immigratiewetgeving: «Je zag het in de vorige verkiezingen, toen enkelen uit onze partij het hebben geprobeerd, bijvoorbeeld in Arizona en New Mexico. Geen succes. Het is niet alleen fout, het is ook stom. Ik kan het niet anders zeggen: een anti-immigratieprogramma is voor losers. Ooit nog iets van Pat Buchanan (een voormalige presidentskandidaat die een restrictiever beleid voorstond – pvo) gehoord? Als wij banen creëren, moet je niet raar opkijken als mensen met duizenden tegelijk het land binnenglippen. Wees daar trots op! Samen met het bedrijfs leven verheug ik me op de komst van mensen die er alles voor over hebben om hier te slagen. We leven in een prachtig land met een geweldige president; een feest waar je bij moet zijn! Door het irreëel strenge toelatingsbeleid is onze economie volledig afhankelijk van illegale praktijken. Kijk, je kunt de snelheids limiet wel tot 25 mijl terugbrengen, maar dan weet je dat niemand zich aan de wet zal houden. Aan de snelheid op de wegen zal het niets veranderen. Zo zit het ook met immigratie.»

Het Manhattan-rapport is een reactie op de Minutemen, vrijwilligers die deze geuzennaam uit de Onafhankelijkheidsoorlog ge bruiken om in een ultieme daad van eigenrichting de immigranten uit het zuiden tegen te houden. Het zijn veelal gepensioneerde of werkloze blanke Amerikanen. Onder massale media-aandacht begonnen ze recent «de gaten in de grens» te dichten. Ze opereren binnen de wet. Als ze in de woestijn bij Arizona een gelukzoeker vinden, melden ze dit aan de douane beambten. Die reageren niet dankbaar maar geërgerd, want de Minutemen veroorzaken met hun terreinwagens, barbecuesets en ligstoelen voortdurend alarmmeldingen van de daardoor onbruikbaar geworden sensoren, die in een verder volstrekt stille woestijn staan opgesteld, samen met enkele grote watertanks, neergezet door de burgerrechtenbeweging om illegale immigranten van de uitdrogingsdood te redden.

Tot hun ontsteltenis heeft ook Bush de Minutemen inmiddels op hun vingers getikt. Daar zijn ze razend over. Hun website (minuteman project.com) is in enkele dagen tijd veranderd in een scheldkanonnade tegen de man op wie ze enkele maanden geleden nog stemden. Ook Lou Dobbs, vaste anchorman van CNN, is des duivels. In zijn dagelijkse televisieprogramma heeft hij zich ontpopt als de meest rabiate bestrijder van illegal aliens. Dagelijks keert hij zich tegen het «gedoogbeleid» (ja heus) van de regering.

Het rechtse Cato-instituut schat dat 25 procent van het Republikeinse electoraat het met Dobbs eens is. Een ander deel, 50 procent, huldigt de status-quo en zal om het immi gratiestandpunt nooit een kandidaat steunen of laten vallen. Nog weer 25 procent bestaat uit enthousiaste voorstanders van een ver soepeling van het beleid. Tot deze laatste groep behoren de machtigste strategen van de partij, die de mening van de president delen.

«Als je eens zo’n anti-immigratietype tegenkomt», hield Norquist zijn publiek bij het Manhattan-instituut voor, «dan moet je hem eens naar zijn carrière vragen. Daar gaat het altijd slecht mee. Frustratie, dat is wat die mannen beweegt. Ik kan je vertellen: dat resoneert niet bij de kiezer. Amerikanen houden niet van mislukkelingen, maar van mensen die hun best doen iets van hun leven te maken.»

Chen kan gerust weer aan het werk.