De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Onbegrip en verwondering in vijf niet samenhangende punten

  1. Een bericht op Teletekst: ‘Minder verlies voor Air France-KLM’. Het eerste kwartaal van 2015 leed Air France-KLM een verlies van 559 miljoen euro. Het afgelopen eerste kwartaal was dat slechts 155 miljoen euro. Hoe kan dat? Niet het verlies, dat zal allemaal wel, maar het feit dat zo’n bedrijf dan nog bestaat?
Medium beeld webcolmn2

155.000.000 euro. De laatste zin van het bericht: ‘Air France-KLM denkt dat 2016 een moeilijk jaar wordt.’ Ja, dat kan ik me voorstellen, als je je medewerkers niet meer kunt betalen, de vliegtuigen niet langer kunt onderhouden, geen kerosine meer kunt inkopen. Wacht, ik heb even gegoogled: ‘verlies’ is helemaal geen verlies: er is sprake van een omzet van meer dan twintig miljard. Met ‘verlies’ wordt vermoed ik aangegeven dat de omzet is gedaald. Met andere woorden: een kleinere winst. Dat is nu opgehelderd, maar ik begrijp het nog steeds niet. Waarom een omzetdaling ‘verlies’ noemen? Een kleinere winst is toch zeker geen verlies? Of zie ik iets over het hoofd? Ik ben een alfa-mannetje. Als nietsvermoedende burgers – naast een alfa-mannetje ben ik ook nietsvermoedend – Teletekst lezen, denken ze dat Air France-KLM een noodlijdend bedrijf is. Dat is dus niet zo?

(Ergens kan het me niks schelen. Ik vlieg graag met de KLM. Vriendelijke mensen en hun vliegtuigen heten allemaal heel vertrouwenwekkend ‘buizerd’, ‘kiekendief’ of ‘slangenarend’. Nee, die zullen niet uit de lucht vallen. En je krijgt nog iets te eten ook en nooit is mij een flesje witte wijn geweigerd, een tweede ook niet.)

  1. Naar aanleiding van een avond ‘Vertalersgeluk’ die ik modereerde in Heemstede – daarin wordt drie vertalers van boeken die genomineerd zijn voor de Europese Literatuurprijs gevraagd een praatje te houden, en daarna worden ze ondervraagd, in dit geval door mij, en als dank daarvoor ontving ik een bakje heerlijke aardbeien – las ik Nora van Colm Tóibín. Ik ken Tóibín [spreek uit: T’bien] als een goed schrijver, en als beminnelijk mens, ik kom hem wel eens tegen in Ierland. Ik ben halverwege opgehouden. Niets begreep ik van alle loftuitingen op het boek op Facebook of Twitter of in kranten, het is zelfs door het ‘boekenpanel’ in DWDD genoemd. Is het een nogal mindere Tóibín of kwam het toch door het woord ‘betuttelend’, daar waar in het origineel ‘patronizing’ zal hebben gestaan (eerlijk is eerlijk: ik heb dat nog niet na kunnen zoeken; de dichtstbijzijnde boekhandel hier in de Eifel is twintig kilometer verderop, en daar zullen ze het origineel niet hebben)? Een in mijn ogen minder geslaagd boek of lost in translation? Dit was de eerste Tóibín die ik in het Nederlands las. Ik herinner me nog heel goed dat ik eens – lang geleden – een vertaalde Iris Murdoch las. Ik was geschokt. Wat was dit voor keukenmeidenproza? Van míjn Iris Murdoch, al haar boeken heb ik, ik las ze dolgraag. Ik begreep het niet.

Nog iets literairs: ik was stomverbaasd dat boekhandelaren tien jaar geleden mijn boek Boven is het stil een prachtboek vonden, maar ook Art. 285b van Christiaan Weijts. Hoe kon dat nou weer? Hoe kun je twee zulke uiteenlopende romans tegelijkertijd mooi vinden? Mogelijk omdat het boekhandelaren erom gaat zo veel mogelijk boeken te verkopen en dat hun leeservaringen niet persoonlijk maar marktgericht zijn? Of is het omdat boekhandelaren uitsluitend naar het verhaal kijken en zich niets aantrekken van de stijl?

  1. Vandaag – 5 mei – is het hier Vatertag. Huh? Die valt toch zeker op de derde zondag in juni? Nee, in Duitsland heeft men Vaderdag verbonden met de Hemelvaart van Jezus, een ‘symbolische’ vader. Moederdag is dan weer niet verbonden aan de Hemelvaart van Maria (15 augustus), maar valt net als in Nederland op de tweede zondag in mei.

  2. In films en tv-series vallen mij steevast twee ergerlijke dingen op: glaasjes water en tandenpoetsen. Als iemand erge dorst heeft en om een glas water vraagt, wordt dat glas minimaal gevuld en neemt de dorstige slechts één slok. Waarom? Duurt het te lang om een glas helemaal te vullen en de betreffende acteur dat glas helemaal leeg te laten drinken? Ik vind het ongeloofwaardig. En als iemand zijn of haar tanden poetst, is dat nooit met een elektrische tandenborstel. Ook raggen ze maar wat heen en weer met zo’n ouderwetse handmatige tandenborstel, in niets lijkt dat op het zorgvuldige poetsen dat ik van de mondhygiëniste heb geleerd. Raar. En het geeft een verkeerd signaal af: als George Clooney zó zijn tanden poetst, is dat voor mij toch zeker ook voldoende? Is het een complot van de AAD? De American Association of Dentists?

  3. Bijna tegelijkertijd met het in Nederland verschijnen van mijn boek Jasper en zijn knecht verschijnt bij Suhrkamp Jasper und sein Knecht. Zoals gebruikelijk vertaald door Andreas Ecke. Nog even los van de interessante vraag of Duitsers die ook Nederlands kunnen lezen dat boek mogelijk net zo zullen ervaren als ik de vertaalde Nora van Colm Tóibín, ontdekte ik bij het beantwoorden van vragen en het nadenken over opmerkingen van Andreas iets. Hij had al aangegeven dat bepaalde passages mogelijk zouden sneuvelen, vanwege té Nederlands. In een e-mail gaf hij mij bladzijnummers door, die ik dan opzocht in het manuscript. Wat bleek? Alle columns voor de website van De Groene Amsterdammer die ik in het boek heb opgenomen zijn verdwenen! Allemaal! Nee, ik lieg, één bleef er staan, de column over carnaval in het naburige dorp, geplaatst op 18 februari 2015. Wat zegt dat? Dat ik oer-Hollandse columns schrijf, zó Hollands dat ze onvertaalbaar zijn. Stemt mij dat tevreden? Best wel.