Onbegrip in venetie

Een professioneel publiek hoeft niet altijd het juiste publiek te zijn voor een kwetsbare film. Tijdens de slotscene van de nieuwe film van de jonge Taiwanese regisseur Tsai Ming-liang (de maker van Rebels of the Neon God/ Qingshaonian nayu, die momenteel in de filmhuizen is te zien) groeide in Venetie in enkele minuten een onpeilbaar diepe kloof tussen de film en zijn publiek. Tsai liet zijn hoofdrolspeelster aan het slot door een desolaat park in wording in een nieuwbouwwijk wandelen. Hij liet haar plaats nemen op een bank en keek geduldig toe hoe ze uithuilde na een film waarin emoties op een extreme manier worden ingehouden. Dit werd de menigte van meer dan duizend kijkers, allemaal in het gelukkige bezit van een kaart waarop staat dat ze zich beroepsmatig met film bezighouden, te veel. Ze gierden het uit. Van het lachen, ja.

Er ging duidelijk iets mis tussen Aiging Wansui/ Vive l'amour van Tsai en zijn ontvangst in Venetie, en het was wonderlijk dat dit pas op het allerlaatste moment duidelijk werd. Wonderlijk omdat Tsai er vanaf de eerste minuut geen misverstand over laat bestaan dat zijn houding radicaal en helder is. Hij maakt rustige en uiterlijk koele observaties van voornamelijk zwijgende jonge mensen, en als dit je niet bevalt - en niets wijst erop dat Tsai wil dat zijn film iedereen bevalt - dan hoef je natuurlijk niet twee uur met hem mee te dolen door een koud en zakelijk Taipei.
Dat lijkt duidelijk maar Tsai zaait ook enige verwarring. Deze mooie, treurige en traag stromende film heeft vreemd genoeg het fundament van een komedie. Dat is misschien alleen maar te begrijpen als je het ziet en dat geeft voor mij ook aan dat Tsai een bijzondere regisseur is. Zijn film heeft drie hoofdrolspelers, drie jonge mensen die ieder op hun eigen manier proberen te overleven in het harde grote-stadsklimaat van Taipei. Ze leven alleen en hun wegen kruisen elkaar toevallig. Twee jongens, Hsiao- kang en Ah-juing, en Mei-mei, een jonge vrouw. Mei-mei werkt voor een makelaar en doorkruist van vroeg tot laat de stad om huizen aan klanten te laten zien. Ze verdient hiermee niet genoeg om zelf fatsoenlijk te wonen. Dat geldt ook voor de jongens. Ah- jung verkoopt zonder vergunning kleren op straat en Hsiao-kang moet mensen overhalen alvast een urn voor hun crematie te kopen. Een centrale rol bij de toevallige ontmoetingen tussen de drie slecht- of niet-behuisden speelt een leegstaand luxe appartement en dit brengt het komedie-element binnen. Ze hebben alle drie een sleutel weten te bemachtigen van dit kennelijk onverhuurbaar dure appartement en aanvankelijk zonder dit van elkaar te weten maken ze gebruik van de droombadkamer en de king size- bedden. Tsai gaat zelfs zover een klassieke kluchtsituatie te ensceneren, waarin een hoofdrolspeler, verstopt onder een bed, getuige is van het bedrijven van de liefde door de andere personages. Dat klinkt flauw. Dat klinkt om te lachen. Maar Tsai’s doel ligt elders. De seks in zijn film is zonder liefde en voor humor is door de verstikkende en verkrampte leegte ook geen plaats. Onmacht lijkt het sleutelwoord in een film waarin een zelfmoordpoging mislukt om dit te illustreren.
Toevallig natuurlijk, maar er draaide in Venetie nog een verwarrende en mooie film met twee jongens en een meisje in de hoofdrollen. In de film Tres irmaos van Teresa Villaverde, die met A idade maior ook al opzien baarde in onze filmhuizen, gaat het om twee broers en een zus, en de desolate hedendaagse stad is hier Lissabon. Tsai zaaide verwarring met een intelligente vermenging van grimmig realisme en komedie, en Villaverde doet dit door de hedendaagse realiteit te bekijken met ogen die zijn gekleurd door het melodrama en een gehoor dat is afgestemd op opera. De middelen van Tsai en Villaverde zijn zeer verschillend en misschien zelfs onvergelijkbaar, wat maar weer aantoont hoe divers de wegen naar een goede film kunnen zijn. Maar beide filmers zijn verwant in hun pogingen een hedendaags levensgevoel in een compromisloze vorm te gieten. En ze zijn verwant in hun melancholie. Tussen alle onvermijdelijke opgewektheid en begrijpelijkheid zijn de droevige en verwarrende films van Tsai en Villaverde uiterst prettige uitzonderingen. De uitzonderingen waar het om gaat.