Nader bekeken

Onbehagen

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: Bas Heijne in de verdeelde wereld en twee documentaires over, respectievelijk, Raqqa en Aleppo.

Medium onbehagen

Onbehagen heet een nieuwe HUMAN-VPRO-serie waarin Bas Heijne ‘de verdeelde wereld’ verkent. ‘Wat is er gebeurd met de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap die voor Heijne altijd vanzelfsprekend leken?’ luidt de vraagstelling. Voor de meesten van ons ook, neem ik aan. Zelfs de pessimisten in mijn omgeving plus die in mijzelf, die incidenteel fluisterden dat de schil van de beschaving akelig dun kan zijn, konden, wilden zich actuele scenario’s, van Trumpisme tot religieuze terreur, niet echt voorstellen. Heijne maakte vier tv-essays, vertrekkend vanuit eigen biografie en Werdegang, waarin hij, gebruik makend van veel archiefbeelden en in gesprek met denkers, historici en wetenschappers, verklaringen zoekt voor het steeds meer onder spanning komen van ‘de idealen van onze beschaving’. Ik zag aflevering 1, ‘De nieuwe wanorde’, waarin bioloog en neurowetenschapper Robert Sapolsky, schrijver David Van Reybrouck, journaliste Zineb El Rhazoui (voorheen Charlie Hebdo), historica Anne Applebaum en antropoloog en terrorisme-expert Scott Atran aan het woord komen. Van harte aanbevolen voor wie Heijne met bewondering leest. Trouwens ook voor wie dat niet doet. Voor de oudere kijker: Wim Kayzer maar dan heel anders.

Een van de factoren die onbehagen genereren is de burgeroorlog in Syrië en de gevolgen daarvan, daar en hier, onder meer door de vluchtelingenstroom. Diezelfde HUMAN en de VPRO komen met een Tale of Two Cities, documentaires respectievelijk gewijd aan Raqqa en Aleppo. De eerste van Amerikaanse makelij, de tweede Nederlands. Wie niet nog meer onbehagen wil voelen, kijke niet. Wie niet alleen wil weten maar ook begrijpen en zelfs voelen wat de razernij in Syrië betekent voor actief betrokkenen en andere burgers – voor die is het verplichte kost. In mijn borst schuilen de zielen van de wegkijker en die van ‘kijker uit morele plicht’. Maar ik moest hevig slikken voor ik me aan de eerste, City of Ghosts, waagde. Die gaat over de burgerjournalistengroep Raqqa is Being Slaughtered Silently (RBSS), die de wereld, vanaf de vestiging van het ‘kalifaat’ in 2012, van binnenuit informeerde over de gruwel van bezetting en verkrachting van hun stad door IS. En die daarmee in 2015 de International Press Freedom Award won. Dan weet je wat je te wachten staat aan beeldmateriaal dat je tot dan uit de weg ging. Om u niet af te schrikken: regisseur Matthew Heineman toont vreselijke gebeurtenissen, vastgelegd door het anonieme netwerk van RBSS zelf, of door IS (dat overstapte van schutterig mobieltjeswerk naar met Hollywood-technieken vervaardigd propagandamateriaal, uitgaand van de aantrekkingskracht van gruwel en wreedheid in naam van geperverteerde religieuze ‘gerechtigheid’). Maar hij doet dat, door montage, terughoudend en zonder enig effectbejag. Bovendien: het verhaal van onvoorstelbare moed en van geloof in ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’ van de mannen (want ja, dit is een Arabisch verhaal – er is maar één vrouw te zien) verdient het bekeken te worden, ook door zelfbeschermers. Drie van hen worden tot hoofdpersoon, tegen wil en dank – vanwege hun belangrijke rol, maar ook vanwege het feit dat zij tot nu overleefden en veel van hun vrienden niet.

Dat ze overleefden is overigens ook te danken aan het feit dat ze, wat ze nooit wilden, moesten vluchten, naar Turkije en Duitsland. Waarna ze hun werk konden voortzetten dankzij anonieme achterblijvers en geld van ngo’s. Ze stellen zich voor, woordvoerder Aziz, verslaggever Mohamed en cameraman Hamoud – geen van drie had ooit kunnen denken deze journalistieke en daarmee automatisch politieke en humanitaire rol te zullen vervullen. Aziz was student en feestbeest; Mohamed wiskundeleraar tot er een leerling in zijn klas werd gearresteerd en hij zich niet afzijdig kon houden; Mohamed een van film bezeten kluizenaar. En dan pas opent het verhaal met de geweldige energie en vreugde die de Arabische lente in verzet tegen de orde van dictator Assad meebracht. Die na zo kort al omsloeg in de minstens zo gruwelijke terreur en chaos van IS, door henzelf beschreven als ‘een paradijs waar rivieren stromen in de Hof van Eden’. Waarbij ze zwarte vlaggen zwaaiden, dat dan weer wel. Hun strategie is die van het schrikbewind en van misbruik van al snel ontstane tekorten aan primaire levensbehoeften: mensen sluiten zich aan of verzetten zich niet in de hoop op voedsel.

Het zijn belangrijke beelden die RBSS naar buiten weet te krijgen: honderden hongerende kinderen bij de goddelijke gaarkeukens van IS. Als een van de vrienden in het netwerk door een patrouille betrapt wordt op een vervalst identiteitsbewijs en het logo van RBBS op zijn laptop gevonden wordt, betekent dat uiteraard marteling en executie. Het lot van velen. (De arrestatie is gefilmd en zelfs nog naar buiten gesmokkeld of door IS vrijgegeven.) We zien de andere mannen in hun geheim onderkomen, het steeds moeilijker wordende werk voortzettend, treurend, soms zingend of zelfs lachend. ‘Ga je ooit weer lesgeven?’ vraagt er een aan Mohamed. ‘Als ik kinderen vind wel.’ ‘Ik wil dolgraag trouwen voor ik sterf’, zegt een ander. ‘Dat gaan we regelen.’ Maar de jongen ziet het, grijnzend, niet gebeuren, zo zeker lijkt de aanstaande dood. De dood die Hamoud volgens IS had verdiend (ze loofden een beloning uit voor zijn eventuele moordenaar) en die daarom werd voltrokken aan Hamouds vader en broer. De IS-video van de executie van zijn vader bekijkt Hamoud keer op keer: ‘Dat geeft me kracht.’ ‘Ik beloof je dat we doorgaan’, zegt hij tegen de dode vader. Alle drie protagonisten ervaren hun vlucht als nederlaag en beseffen het definitieve karakter van verlies van geliefde stad en dito land. Maar ze gaan inderdaad door. In Berlijn en omgeving, eerst ervaren als veilig en zuurstofrijk, al gauw een vreemd pakhuis waar deze katten verre van veilig zijn, bedreigd en opgejaagd door IS.

Een van de pijnlijkste scènes is wanneer Syrische vluchtelingen en radicaal-rechts elkaar ontmoeten bij de Brandenburger Tor. Opgesodemieterd hier, krijgen ze te horen en je realiseert je dat voor deze Europese onbehagen-radicalen Aziz met zijn baard en IS één pot nat zijn. Het is niet dat wat Aziz breekt. Dat doet een oproep van de Duitse politie naar het bureau te komen waar hem dringend bescherming wordt aangeboden vanwege IS-bedreigingen. Hij weigert tot ontzetting van de politie. Thuisgekomen verklaart hij waarom hij het niet kan accepteren tegenover zijn dode en levende vrienden In Raqqa. En verklaart hij weer dapper dat woorden sterker zijn dan wapens en dat ze zullen winnen of allemaal zullen sterven. Maar zijn stem klinkt voor het eerst zacht en depressief. Langzaam maakt zich een tremor van zijn lichaam meester – erbarmelijke aanblik. Mohamed lijkt het minst beschadigd. Hij lijkt ook de enige die met zijn vrouw is gevlucht. Ze hebben het merkbaar goed samen. Bij een eerste wandeling door Berlijn zegt hij: we kunnen hier een gezin stichten; onze kinderen worden Duits. ‘Toch niet meteen?’ zegt ze lachend.

In de slotscène zit een vleugje hoop: Hamoud staat in het Duitse ziekenhuis naast zijn pasgeboren zoontje Mohamed, genoemd naar zijn vermoorde vader (dus is er toch nog een vrouw). Tegelijk vraagt hij zich af hoe lang zijn kind een vader zal hebben, want IS kan verslagen worden maar zal niet verdwijnen. Hun ‘leeuwen’ in Duitsland is verzocht Hamoud te vermoorden. Dan denk je terug aan het begin van de lange documentaire, als de drie in New York hun Award in ontvangst nemen. ‘U mag wel lachen’, zegt de fotografe van de organisatie tegen Hamoud. Weet zij veel?

In A Stranger Came to Town bouwt Thomas Vroege zijn film op rond close gefilmde interviews met vijf mannen. Vier ervan vertellen hun verhaal vanaf het begin van de opstand tegen Assad en de manier waarop ze daarbij betrokken raakten. Alle vier zijn uiteindelijk gevlucht en, de een minder, de ander beduidend meer psychisch beschadigd. Vroege lijkt het erom begonnen duidelijk te maken dat verhalen constructies zijn die de complexe werkelijkheid maar deels benaderen (als die al gevat kan worden). En, daaruit volgend, dat simpele goed-fout-schema’s nooit, en zeker niet in het Syrische geval, toereikend zijn. Dat lijkt me geen opzienbarend inzicht. Toegespitst wordt dat vooral door de vijfde man, een bekend fotograaf, die vanuit zijn raam de burgeroorlog zich zag voltrekken (en die ook vastlegde) en vaststelde dat het Vrije Syrische Leger in de loop van de tijd van een democratie-beogende organisatie tot steeds meer islamistisch werd. En in gedrag en methoden gelijkenis met de aanhang van Assad begon te vertonen. Wat lang in het Westen niet werd geloofd of werd verdrongen. Deze Issa is geen deelnemer maar waarnemer. Vroege’s theoretisch kader en soms ook zijn cinematografische aanpak doen licht pretentieus aan. Wat misschien te oneerbiedig is voor iemand die wel degelijk grote betrokkenheid bij het lot van Syrië en zijn gespreksgenoten heeft.

De verhalen van de mannen geven inzicht en zijn aangrijpend. De klaagliederen die delen van de film verbinden zijn indrukwekkend. De beelden van een steeds meer kapotte stad afschuwelijk. De conclusie van de fotograaf is dat het verzet tegen Assad de unieke kans had op het vestigen van een burgerlijke democratie waarin gelijkheid voor ieder fundament was. Die historische kans is gemist en hij verwijt dat het verzet. De tremor van Aziz uit Raqqa wordt gespiegeld in het posttraumatische stresssyndroom van Ferhad uit Aleppo. Want daarin hebben de tegenstanders van ruimhartig asielbeleid gelijk: velen zijn getraumatiseerd. Maar hun conclusie is na het zien van deze documentaires bijna pervers. Eén ding verbaast me: in een interview op de HUMAN-site zegt Vroege dat de vier betrokkenen twee Koerden, een soennitische Arabier en een Armeense christen zijn. En dat dat belangrijk is om te begrijpen hoe de verschillende bevolkingsgroepen in het conflict staan. Ik had dat absoluut niet begrepen en vraag me af of dat mijn tekortkoming is.


Bas Heijne, Onbehagen, HUMAN-VPRO, vier delen vanaf dinsdag 10 april, NPO 2, 23.00 uur;
Matthew Heineman, City of Ghosts, VPRO 2Doc, woensdag 11 april, NPO 2, 22.55 uur;
Thomas Vroege, A Stranger Came to Town, HUMAN 2Doc, woensdag 18 april, NPO 2, 22.55 uur