(onbekend)

Waarom gaat een mens eigenlijk naar een musical? Om het spektakel, vermoed ik. Niet om de muziek. Die is onveranderlijk gecomponeerd door de achterlijke achterneef van John Philp Sousa. En ook niet om de kwaliteit van het libretto, waarvan het eigenlijk niet uitmaakt of het superieur of inferieur proza behelst, omdat de tekst altijd onverstaanbaar is.

Ik kan het weten. Ik woon op twintig meter afstand van het hoofdstedelijke Carre, waar vroeger circus Strassburger placht op te treden en nu dus het hoofdkwartier is van de musical, de eigentijdse variant op het wildebeestenspul.
In Carre logeert thans Cyrano de Bergerac, de enorm beneusde Fransman die zulke hartbrekende liefdesbrieven schreef. Ik heb mij er indertijd, toen Bob de Lange de titelrol in het gelijknamige toneelstuk speelde, de oogjes om roodgeweend; vandaar dat ik nu met geen stok dit theater ben in te krijgen. Cyrano-als-musical! Dan nog liever de Matthaus Passion door de Zangeres Zonder Naam, begeleid op het Hammond-orgel. Maar goed, sommige mensen zien er weinig kwaad in. Er zijn zelfs lieden die helemaal naar New York overvlogen om daar het Amerikaanse broertje van Cyrano te gaan bekijken, wat overigens nogal een sof moet zijn geweest. Het maandblad Vanity Fair sprak deze maand zelfs, verwijzend naar het recorddeficiet van achttien miljoen, over ‘de grootste flop uit de geschiedenis van Broadway’.
Het is een bedrag dat producer Joop van den Ende wat te gortig werd. Vandaar dat zijn Cyrano voortijdig van het repertoire is genomen. Het is, constateerde Van den Ende deze week bitter, allemaal de schuld van de kranten, vooral van de New York Times, die zijn 'fantastische show’ heeft vermorzeld en verpletterd. Daar klaagt Van den Ende niet over: 'Ik val nooit recensenten aan.’ Of doet hij dit eigenlijk wel? 'Je betaalt je blauw aan advertenties. Ze willen wel aan Broadway verdienen, maar besteden er weinig aandacht aan. Een advertentiepagina in de New York Times kost 70.000 dollar. Dan mag daar toch best wat tegenover staan?’
Wat dan? De garantie van een positieve recensie, blijkbaar. Inderdaad, zo heeft Van den Ende ervaren, al die spelletjes, quizzen en tv-shows met hun druktemakers en andere kunstartiesten zijn allemaal te koop. Het is blijkbaar nog niet tot hem doorgedrongen dat het bij kranten, serieuze kranten, vooralsnog anders gaat.
Sof of geen sof, er zijn, zegt hij, serieuze onderhandelingen gaande met Chicago, San Francisco, Los Angeles, Wenen en Berlijn. 'In elk geval gaat Cyrano in Israel in produktie.’ Aldus Van den Ende. Vreemd. Waarom zou, gegeven het feit dat de joden in doorsnee zo opvallend muzikaal zijn, in Haifa lukken wat in New York een flop is geworden? Of speculeert de producer op de mogelijkheid dat de beneusdheid van de titelheld in het Israelische uitgaansleven een extra attractie gaat worden?
Joop, kerel, mazzel en brooche!