(onbekend)

Ik ken geen levender legende dan Melina Mercouri Vrouwen die het verschoppen in de politiek hoeven nog niet een reclame voor de vrouwenemancipatie te zijn. Melina Mercouri was dat wel. Een brok charisma, dat mens.

Ik zie haar nog in actie destijds in Parijs, hoofdstad van het culturele verzet tegen de dictatuur van kolonel Papadopoulos. Die vlammende ogen, die enorme mond, die felle taal, dat bruisend vitale. Een vulkaan. Alles aan haar leek overdreven. Maar zo was ze. Ze was gek op komedies en tragedies, in de kunst en in het leven. Wat daar tussenin zat, was niets voor haar. Bij serieuze films viel ze in slaap, want die doofden het vuur in haar aderen. Jaren later zag ik haar terug in Athene. Ze was toen al lang een legende. Een levender legende heb ik nooit gezien. Ze had al een longoperatie achter de rug, haar gezicht was getekend. Maar het vuur was ongedoofd, en ze rookte nog steeds als een ketter. Ik zei haar dat een Argentijnse vriend zijn oudste dochter naar haar had genoemd. Dat vond ze prachtig. Op een stuk papier schreef ze ‘From Melina to Melina with love’. Dat papier hangt nu ergens ingelijst in een meisjeskamer in Buenos Aires.
Met de beroemdheid komt vaak de arrogantie. Maar niet bij Melina Mercouri. Natuurlijk, ze vond het heerlijk zich ’s zondags in een Atheens restaurant te posteren om er herkend te worden. Zelfbewust was ze zeker, en hoe. Maar ze bleef er, haar felste tegenstanders hebben dat moeten erkennen, overweldigend sympathiek bij. Als minister van Cultuur was Mercouri even vulkanisch als in haar glansrol van de hoer met het eindeloos grote hart in Nooit op zondag. Hartstochtelijk als altijd speelde ze in op de nationalistische trots - die nu met de kwestie-Macedonie griezelige trekjes heeft aangenomen - om die te gebruiken voor het goede culturele doel. Dat was geen trucje, maar diepe overtuiging, want Melina Mercouri was de kwintessens van de liefde van de Griek voor zijn vaderland. Haar grootste vijand in haar culturele strijd was een andere vrouw, de koude kikker Thatcher. In het British Museum in Londen hangen de friezen van het Parthenon, die de latere lord Elgin begin vorige eeuw heeft meegenomen. Van de teruggave van die sculpturen heeft Mercouri een principiele kwestie gemaakt. Thatcher zei nee en bleef nee zeggen. Melina werd er niet door ontmoedigd. In oktober vorig jaar, toen ze met Andreas Papandreou terugkeerde in de regering, begon ze die strijd weer van voren af aan.
Haar loyaliteit aan Papandreou heeft iets ontroerends en tekent haar karakter. In 1989 kwam deze sociaal-populist te midden van de corruptie- en liefdesschandalen ten val. Velen van zijn vrienden lieten hem in de steek. Melina niet. Papandreou zei na haar dood: 'Haar figuur zal blijven leven in de tijd en de ruimte. Ze was een moedige vechter, een buitengewone kunstenaar en vrouw.’ Hij had voor deze keer gelijk.