(onbekend)

‘Het debat over onze toekomst.’ Zo kondigt het NOS-persbericht het Groot Economiedebat aan dat zij donderdagmiddag rechtstreeks uitzendt. Op uitnodiging van minister Andriessen onderhoudt een gezelschap van ondernemers, vakbondsbestuurders en politici elkander over de toekomst van de vaderlandse economie.

Want die is zorgelijk. Voorafgaand aan Andriessens mediaspektakel drukten de werkgevers ons in paginagrote advertenties in de zaterdagkranten nog eens met de neus op de feiten: we stevenen af op een naoorlogs record van 800.000 werklozen. Hoe komt dat? Onze loonkosten zijn te hoog. Hoe komt dat? Door de hoge belastingen en premies. En de burgers zitten bij de pakken neer: wie niet werkt, krijgt een te hoge uitkering, en wie wel werkt, werkt korter dan zijn collega c.q. concurrent in andere landen. De oplossing: minder overheidsregulering en drastische loonmatiging. Dan zal het bedrijfsleven ons allemaal weer aan het werk helpen. Het betoog besluit met een grafiekje van loonkosten: Nederland is het duurst, gevolgd door de Verenigde Staten, Japan, Taiwan, Mexico, Polen en India.
Wat opvalt is de defensieve toonzetting van het debat: we willen blijven doen wat we al deden, alleen goedkoper. Wat de ondernemers niet vertellen, is dat de Nederlandse economie drijft op vier grote clusters: metaal, chemie, industrie"le land- en tuinbouw en transport. Allemaal sectoren in de problemen. Niet vanwege te hoge loonkosten, maar vanwege onaanvaardbare milieukosten. Het beleid wil kool en geit sparen door deze sectoren te ontzien bij milieumaatregelen - zie het briefje van Bukman over de gasprijs voor de tuinders. Dat beleid is slecht. Voor kolen en geiten, maar ook voor bedrijven: het spaart ze op termijn niet, het plaatst ze zelfs op achterstand. Juist door het bedrijfsleven wel te confronteren met de nieuwe milieueisen en tegelijk onderzoek en ontwikkeling naar nieuwe produkten en produktiemethoden te stimuleren, kan onze economie worden versterkt.
Zal dat ons dan weer volledige werkgelegenheid brengen? Nee. Bedrijven zorgen namelijk niet in de eerste plaats voor werk. Ze zorgen - als het meezit -voor winst. Werkgelegenheid is een bijprodukt. De reactie daarop moet niet zijn onze lonen te verlagen naar het niveau van India. Wel moet er een lastenverschuiving plaatsvinden van arbeid naar milieu, als aanzet tot de broodnodige innovatie. Tegelijk zal een tweede thema op de agenda moeten komen. Dat is, in de woorden van Oeso-econoom Emmerij, het nieuwe herverdelingsprobleem van arbeid en vrije tijd. Herstel van volledige-werkgelegenheid-oude-stijl vereist een economische groei van zes procent per jaar, of de verleiding van werkgevers met allerlei trucs om meer mensen aan te nemen. In het eerste gelooft niemand, het tweede is duur en contraproduktief.
Een krachtig milieu- en technologiebeleid en een nieuwe verdeling van arbeid, scholing en (omgaan met) vrije tijd. Dat zou een echt debat over onze toekomst zijn. Maar ik ben bang dat we daar nog even op moeten wachten.