14-18

Onbekende getuigen

In april start de tv-herdenking van de Grote Oorlog die eind juli een eeuw geleden begon. Vanuit Nederland gezien een gigantische brand bij alle buren, die in het zuiden letterlijk te horen was, zoals de opa van Diederik van Vleuten als jochie tijdens een logeerpartij in Brabant vaststelde.

Vreselijk, maar onderdeel van ons collectief bewustzijn werd die oorlog, die de idee van de superioriteit van de westerse beschaving fors deed wankelen en soms verdwijnen, nooit. Dat wankelen begon pas in het tweede bedrijf, toen de fik naar hier oversloeg. Ook ik ben me pas laat voor ’14-’18 gaan interesseren, onder meer dankzij de fictie van Pat Barkers indrukwekkende Regeneration-trilogie, het werk van politicoloog Koen Koch en de prachtreeks ‘Oorlogsdomein’ van De Arbeiderspers.

ntr en vpro brengen nu een achtdelige Europese mega-coproductie: 14-18: Dagboeken van de Eerste Wereldoorlog, waarin zij zelf als kleine partij participeerden. Behelzend het chronologisch verloop van de strijd en wat die voor betrokkenen betekende aan de hand van passages uit egodocumenten, klinkend in vele talen, van Servisch tot Vlaams. Niet alleen geïllustreerd met een indrukwekkende hoeveelheid historisch beeldmateriaal, waarvan ik een groot deel niet eerder zag, maar ook met gedramatiseerde scènes, die niet verzonnen zijn, maar geconstrueerd op basis van die dagboeken en brieven. Overwegend onbekende getuigen als de dochter van een Koeban-Kozak die met papa de oorlog in wil, een Oostenrijkse boer die erin moet, een Oost-Pruisisch meisje dat (dan al) vlucht voor de Russen, een Frans jochie in Sedan dat zijn speelgoedsoldaatjes weggeblazen ziet door maar al te echte granaten. Maar ook Käthe Kollwitz, sociaal-democratisch beeldend kunstenares die, tot verbijstering van haar echtgenoot, begrip ontwikkelt voor de nationalistische hartstocht van zoon Peter als die, hoewel te jong, alles in het werk stelt om toch als vrijwilliger mee te mogen. Wat hem tot zijn vreugde lukt. Al in oktober gesneuveld bij Diksmuide.

Ik zag de eerste aflevering en zal blijven kijken, uit belangstelling en als morele plicht; en met bewondering voor de breedte van de aanpak en de diepte van de research. Maar de nadrukkelijkheid, soms zelfs pathetiek van de dramascènes, zowel in spel als in vormgeving, en ondersteund door navenante muziek, belemmeren totale waardering. Dramatisering in letterlijke en figuurlijke zin ontbreekt in de voorafgaande eigen ntr/vpro-productie over ons eigen land tijdens de oorlog. Daarvoor staat presentator en medesamensteller Diederik van Vleuten garant. Net als de zegen van de neutraliteit die massakerkhoven als in Vlaanderen voorkwam. Doden vielen hier letterlijk op de grens met België door de Duitse stroomdraad; en op zee door Duitslands onbeperkte duikbootoorlog. Terwijl juist op zee Nederlandse reders kapitalen verdienden, zoals blijkt uit de boekhouding van de middelgrote Rotterdamse onderneming Van Nievelt Goudriaan welks omzet van 9,7 miljoen euro in 1913 in 1917 gestegen was tot 112 miljoen. Terwijl tegelijk de consumptie van de al even neutrale Nederlandse bevolking evenredig daalde, met een distributiesysteem en letterlijke eenheidsworst (slagers dienden alle delen van alle dieren bijeen te stoppen om de kwantiteit te doen toenemen) tot gevolg.

Het zijn de details die wat je al wist levend maken. Wat ik weer niet wist was dat hetzelfde Rotterdam in die jaren tot spionagehoofdstad van Europa werd, waar belligerenten op een paar honderd meter van elkaar zo veel mogelijk inlichtingen verzamelden. Er is ook nog een aparte internationale reeks voor en over kinderen in diezelfde oorlog.


Diederik van Vleuten, presentatie, 14-18: Nederland in de Eerste Wereldoorlog, NTR/VPRO, zaterdag 5 april, Nederland 2. Jan Peter, 14-18: Dagboeken van de Eerste Wereldoorlog, zaterdags vanaf 12 april, Nederland 2. Kleine handen in een grote oorlog, vanaf zondag 6 april, Nederland 3.