Onbekende meester

Ich Phoenix. Tentoonstelling in de Gasometer Oberhausen. Nog tot en met 13 oktober.
Kolen en staal wijken uit het Ruhrgebied. Waar eens de aarde zwart van vooruitgang zag, waar schoorstenen onophoudelijk hun dampen spuwden, waar dieseltreinen over hun emplacementen bonkten, daar komt nu de volgende Bundesgartenschau. Ik wist niet dat het einde van het industriele tijdperk zo snel zijn beslag kreeg. De mijnen zijn dicht, de fabrieken maken plaats voor uitgestrekte winkelcentra, multimediacentra, just-in-time logistics. De economie wordt geheel tertiair, kwartair en meer. Met gezwinde spoed transformeert de ene mythe tot de andere. Alleen een enkele grootindustrieel van de oude stempel, zoals Thyssen, blijft manmoedig zijn kavel verdedigen tegen de oprukkende informatiemaatschappij.

Hoe ik dit weet? Omdat het nu in een groots uitzicht te zien is. Vanaf de Gasometer te Oberhausen. Dit monument uit het industriele verleden mag blijven staan omdat het te mooi is om ten offer te brengen. Vanaf het dak, op meer dan honderd meter hoogte, is het Ruhrgebied in een prachtig panorama te zien. Thyssen is een donkere vlek, te midden van uitgestrekte vernieuwingsprojecten. Grote kavels zijn vrijgemaakt voor nieuwe functies. Een recreatiepark laat de kronkels zien van een aanstaand geensceneerd Engels landschap. In een toekomstige villawijk wordt een kunstmatige jachthaven gegraven. Een grote sportarena is bijna klaar. Daartussenin staan wat zieltogende flatjes uit de jaren vijftig, geblakerd door de kolendampen die zelf verdwenen zijn.
De Gasometer is een onvoorstelbare mastodont in het landschap: 117 meter hoog, 68 meter in doorsnede met een inhoud van 350.000 kubieke meter - een gebouw dat als zodanig nooit bedoeld was. Decennia was het ontoegankelijk, gevuld met de gassen van de cokes, de voorraad voor de omliggende hoogovens. Sinds kort doet het gevaarte dienst als kunsthal en theater. De bezoeker betreedt de immense cilinder door een eenvoudige stalen deur, gaat door een tochtsluis en staat in eerste instantie in het duister. Op vier meter hoogte bevindt zich de schijf die ooit heen en weer door de ruimte schoof, als een compressiemiddel voor het daaronder opgeslagen gas. De schijf is nu vastgezet en creeert een tentoonstellingsruimte van drieduizend vierkante meter. Daarboven torent die reusachtige kolom van ruimte, uitkomend in een gewelf waar het daglicht, in een door de simpele constructie bepaald motief, doorheen sijpelt. Dit is van een proportie waar de Sint Pieter kinderspel bij is. Boven een zekere maat heeft architectuur geen stijl meer nodig. Architect: onbekende meester uit 1929.
De voormalige gashouder biedt deze zomer ruimte aan een beeldende-kunstmanifestatie, onder de titel Ich Phoenix, een wat clichematige verwijzing naar het hergebruik van de gasometer. Op de begane grond, onder de schijf, is als de ogen aan de duisternis zijn gewend een werk te zien van Anne en Patrick Poirier. Het is meteen het beste werk. Omgeven door afgrondelijk zwart water rijst een eiland op. In een cirkel van 360 graden staan om de tien meter telescopen opgesteld waarmee de bewegingen op dit duistere eiland kunnen worden waargenomen. Door een maanlandschap waar her en der ruines van oude industrieen te zien zijn, rijdt een rood Marklin-locomotiefje rond. Af en toe ontsnapt er sissend een wolk stoom uit een van de verzonken bouwvallen. Zij blijft even hangen in een zwak maar magisch schijnsel dat nergens vandaan komt. Een meesterwerk, maar uiteraard is dit niet het werk dat gebruik maakt van de ruimte. Dat zal dan een verdieping hoger moeten gebeuren.
De overige kunstenaars hebben iets te geimponeerd gereageerd op de mogelijkheden. De meesten tonen vrij traditioneel werk dat in regelmatige segmenten is opgesteld. Omhoog kijken doe je wel, maar niet als onderdeel van de kunst.
De Gasometer in Oberhausen moet u ervaren hebben, maar de kunst is voorlopig niet meer dan een belofte.