Profiel: Roel Pieper

Onbescheiden durfkapitalist

«Van alle economische en maatschappelijke stelsels is het kapitalisme ontegenzeglijk het natuurlijkste», zegt een kwaadsappige fabel ooievaar in Michel Houellebecqs De wereld als markt en strijd. «Dat volstaat reeds om aan te geven dat het tevens het ergste moet zijn.» Wie zich ook nog eens «durfkapitalist» noemt (en ernaar handelt) zou dus op het allerergste voorbereid moeten zijn. Voor Roel Pieper kan de moordaanslag op zijn vrouw Ricka in hun buitenverblijf Koekoeksduin te Aerdenhout dan ook nauwelijks als een donderslag bij heldere hemel zijn gekomen.
Wie zich, zoals Pieper, persoonlijk laat voorstaan op zijn maatschappelijk succes moet er helaas rekening mee houden dat maatschappelijke verliezers met een al dan niet verwarde geest hem persoonlijk verantwoordelijk stellen voor hun lot. Als exponent van de ellebogencultuur van de jaren tachtig en negentig heeft Pieper niet voor niets talloze vijanden gemaakt. Van de reorganisatieslachtoffers bij zijn eerste werkgever, het Duitse bedrijf Software AG, tot en met de ICT-managers die hij de laatste jaren genadeloos uit zijn investeringsportefeuille wipte. En van de ingeslapen academici van de Technische Universiteit Twente die hij één dag per week de stuipen op het lijf jaagt tot en met de certificaathouders van de Goyer Golf & Country Club die door toezichthouder Pieper van hun beslissings bevoegdheid werden beroofd.
In een eerste opwelling gaf Pieper politie en justitie de schuld van de moordaanslag. Zij zouden te laks hebben gereageerd op de waarschuwingssignalen die de vermoedelijke dader Paul T. had afgegeven. Het aanvankelijke verweer van de politie Kennemerland dat het bordje «Verboden toegang» bij Piepers landgoed niet rechtsgeldig was omdat de toevoeging «Art. 461 Wetboek van Strafrecht» ontbrak, was inderdaad te gek voor woorden en is dan ook door de officier van justitie ijlings teruggenomen. Voor het overige lijkt de politie in de kwestie correct te hebben gehandeld. Pieper heeft intussen zijn oude vorm weer gevonden. Hij heeft een advocaat in dienst genomen om te waken over de rechtsgang. «Hij wil erop toezien dat T. de maximale straf krijgt», aldus een woordvoerster van de familie.
Als gevolg van het incident verkeren Piepers buren nu in een collectieve beveiligingswaan die ook de meest teruggetrokken miljonairs dwingt om eieren voor hun oude dan wel nieuwe geld te kiezen. Het kan niet lang duren of het hele dorp verandert in een gated community zoals voorzien door dezelfde Roel Pieper in zijn oratie voor de Technische Universiteit Twente. Daarin voorspelde hij dat de wereld van misdaad en straf ook bij ons in de toekomst Amerikaanse contouren zou krijgen: «Als je een Europeaan vraagt wie er voor zijn veiligheid en recht op privacy moet zorgen, dan zegt hij volmondig: de staat. Een Amerikaan daarentegen zal eisen dat hij zelf de verantwoordelijkheid krijgt over dit soort zaken.»

Daags na de aanslag verklaarde Unilever-president Antony Burgmans dat de dader was geïnspireerd door de «demonisering» van topondernemers in de media. Ook buiten Nederland bleef de aanklacht van Burgmans niet onopgemerkt. In Groot-Brittannië deed de vakcentrale TUC het verwijt van Unilever af als «een goedkope poging om politiek kapitaal te putten uit een tragische gebeurtenis». Zelfs de tegenhangers van het Institute of Directors vonden Burgmans’ aantijging te ver gaan, hoewel de werkgeversorganisatie wel kanttekeningen plaatste bij de gretigheid waarmee de pers zich de laatste tijd stortte op de beloningen voor topmanagers. Het inzicht dat hij zelf heeft bijgedragen aan een maatschappelijk klimaat waarin succes en mislukking als persoons gebonden eigenschappen worden beschouwd, is aan een man als Pieper hoe dan ook niet besteed.
Hoor hoe hij in zijn oratie het evangelie van de Nieuwe Economie predikt, geïnspireerd op de door hem geïdealiseerde Verenigde Staten waar de burgers zoveel beter begrijpen hoe de nieuwe netwerkmaatschappij er uit gaat zien: «Burgers worden kleine bedrijven. De e-burger zal vooral ook zichzelf moeten veranderen. De keuze is: wil ik een digitale have worden of blijf ik een digitale have-not. ‹Kennis is macht› is een volstrekt achterhaald begrip. Educatie-à-la-carte is in het informatietijdperk niet alleen een reële optie, het is ronduit een must. Hoe dichter men bij het bedrijfsproces staat, des te belangrijker men in de nabije toekomst wordt. Dat is slecht nieuws voor het grijze gilde van lijnmanagers dat in de laatste jaren alleen maar in omvang is toegenomen. Hun rol is uitgespeeld. Exit paper pushers.»
«Strak omlijnde businessplannen en dichtgetimmerde begrotingen kunnen overboord», aldus Pieper. «Een manager die bij de tijd is, zal straks aan het einde van de dag kunnen uitroepen: ‹Shit, we hebben vandaag dit product in het verkeerde land tegen de verkeerde prijs aangeboden.›»
Als fervent pleitbezorger van het rekeningrijden in ons land, waarvoor hij telkens weer grootse plannen ontwikkelde die moesten uitmonden in de totale vermarkting van het wegvervoer, heeft Pieper aan ambtenaren helemaal een hekel. In zijn oratie pleit hij voor een drastische reductie van het aantal ministeries in Nederland. Vier departementen zijn genoeg, te weten een ministerie voor burgers, een ministerie voor bedrijven, een ministerie voor supranationale zaken en een ministerie van netwerken.

Ondanks zijn individualistische ethos en het aplomb waarmee hij zijn ideeën lanceert, is Roland Pieper (Vlaardingen, 1956) in het geheel geen selfmade man. Hij mag dan kind aan huis zijn bij Bill Gates, Charles Wang en Tom Perkins, Pieper heeft nooit een eigen bedrijf opgezet, hij heeft geen enkele uitvinding of doorbraak in de informatie- en communicatietechnologie op zijn naam staan en hij weet niet wat het is om klein te beginnen, om een idee of product in voor- en tegenspoed op te kweken en er de wereld mee te veroveren. De settopbox die hij vergeefs bij Philips trachtte te introduceren kwam er nog het dichtste bij, maar die uitvinding had hij van een (tijdig overleden) collega gepikt. Pieper is een job hopper, een typisch product van de Amerikaanse bedrijfscultuur waarin hij in de jaren negentig zijn sporen verdiende.
Het bedrijfsleven was zelfs een late roeping voor de boomlange Pieper, die zijn werkzame leven begon als basketballer bij Juventus Schiedam en vervolgens in de tweede Duitse Bundesliga, totdat een motorongeluk (buiten zijn schuld) op achttienjarige leeftijd een einde maakte aan zijn sportcarrière. Het uitstapje naar Duitsland kwam nog goed van pas: reeds tijdens zijn studie wiskunde en informatica in Delft (die hij cum laude afrondde) toog hij aan het werk bij de oosterburen. Na tien jaar ervaring als programmeur en systeembeheerder waagde hij de overstap naar de Verenigde Staten. Daar wist hij de softwareafdelingen van grote bedrijven als at&t en Compaq tot ongekende beurswaarden op te stuwen, een prestatie die overigens in Silicon Valley en omstreken in die bubble-_jaren niet uitzonderlijk was.
Zijn grote slag sloeg hij bij het computer bedrijf Tandem, dat hij voor meer dan drie miljard dollar wist te verkopen aan Compaq, toen nog marktleider in personal computers. Het zakenblad _Forbes
was verbaasd omdat de deal te duur was en het nieuwe bedrijf te veel staf functionarissen in dienst bleef houden. Compaq wilde met de overneming vooral «zijn eigen problemen achter het behang plakken», aldus Forbes. Pieper zelf liet zich niet achter het behang plakken, hij was vanaf dat moment financieel onafhankelijk.

Ook in Nederland leken de bomen tot in de hemel te groeien, de top van Philips was niet temin nerveus: met gloeilampen, scheer machientjes en televisietoestellen zou de multinational zijn toekomst niet lang meer kunnen veiligstellen. De raad van bestuur — moe en geïrriteerd door de provinciale cultuur van Eindhoven — had dringend behoefte aan een nieuwe standplaats en een nieuwe ideoloog. De verhuizing naar Amsterdam was een eerste stap om het bedrijf de mondaine allure te geven die het zo node miste. Het stoppen van de sponsoring van PSV was een kwestie van tijd, de rode posten in de boekhouding («bleeders» in het jargon) waren door Cor Boonstra onder controle gebracht. Nu was een echte sprong voorwaarts vereist: de integratie van geluid, beeld en informatie.
Als hifi, televisie en pc zouden worden samengebracht, zou Philips precies op het snijvlak van productie en consumptie terechtkomen, anders gezegd: in het hart van de netwerkmaatschappij die dankzij de informatie- en communicatietechnologie niet meer te stuiten was. Er was één Nederlander die daar raad mee wist omdat hij zowel over de landsgrenzen als in het diepste innerlijk van de computer had gekeken: Roel Pieper. Hij had niet alleen het vereiste prestige, maar ook de vereiste connecties. Alleen al zijn Rolodex was een kapitaal waard.
In het najaar van 1997 begonnen de onderhandelingen. Pieper zou als vice-voorzitter van de raad van bestuur de portefeuille strategie en technologie moeten gaan beheren. Boonstra bleef nog even op zijn post om te zijner tijd plaats te maken voor de dynamiek van de jeugd. Tot verwondering van de buitenwacht bleek na verloop van tijd dat de besprekingen niet gingen over Piepers honorarium als vice-voorzitter. De «kroonprins» had meer belangstelling voor de vertrekpremie die hem ten deel zou vallen als hij onverhoopt zou falen als nieuwe bedrijfsstrateeg. Pieper hield voet bij stuk en won: in zijn arbeidscontract was niet alleen zijn arbeidsloon verdisconteerd, maar ook en vooral de gouden handdruk bij ontslag die volgens bronnen bij Philips meer dan vijftien miljoen gulden bedroeg.

Zodoende was Pieper al voor zijn terugkeer op vaderlandse bodem een trendsetter. Terwijl de oude garde nog dacht dat inkomen een beloning voor geleverde prestaties was, wist Pieper dat het paradigma was gewisseld: een gegarandeerde beloning voor wanprestaties was in de nieuwe managementcultuur nog belangrijker. Dankzij zijn vorstelijke oprot premie waande hij zich dan ook praktisch onaantastbaar. Toen hij in mei 1998 zijn opwachting maakte in de Amsterdamse Rembrandttoren zei hij strijdlustig: «Nummer twee is geen slechte positie, maar liever ben ik nummer één.» In de wolkenkrabber aan de Amstel bleken de oude vormen en gedachten echter hardnekkig.
Pieper gedroeg zich onbescheiden, om niet te zeggen onbeschoft jegens ondergeschikten, in overeenstemming met de Amerikaanse managementcultuur waarin consensus en kuiperijen uit den boze worden geacht. Na nauwelijks vier maanden viel het doek: de afdeling voorlichting liet per fax weten dat Cor Boonstra «nog enkele jaren» bestuursvoorzitter zou blijven. Op 1 juni 1999 verliet Pieper voor het laatst de Philipstoren. «Ik had gedacht dat Boonstra sterker zou zijn in zijn wil om het bedrijf te veranderen», zei hij naderhand in het Twentse universiteitsblad. «Dat was misschien in 1997 zo, maar na de fouten met Lucent niet meer. Oké, je hebt aan mij geen makkie. Ik ga niet naar een bedrijf toe om me aan te passen. Je presenteert juist je eigen ideeën.» Eén idee van Pieper had in elk geval school gemaakt: Philips ontwikkelde zich binnen de kortste keren tot een duiventil en betaalde volgens de boeken voor 16,8 miljoen gulden aan gouden handdrukken uit.
Pieper zelf was in die korte tijd uitgegroeid tot de Johan Cruijff van de nieuwe economie. Het minste gebaar van zijn kant gold voortaan als een vingerwijzing, een visionaire aankondiging hoe de wereld er over tien of vijfentwintig jaar uit zou zien. Hij aanvaardde een baan als deeltijdhoogleraar in Twente en zette samen met ex-minister Hans Wijers een proefproject op, Twinning, dat als «incubator» (couveuse) moest dienen voor startende internetbedrijfjes. In de verhitte fantasie van Pieper zou Twinning uitmonden in een Nederlandse pendant van Silicon Valley. Het project kreeg achttien miljoen gulden overheidssubsidie, uitgerekend op hetzelfde moment dat de zeepbel knapte en de meeste dotcoms over de kop gingen. Niet temin duurde het nog drie jaar voordat Economische Zaken de moed opgaf en het verlieslijdende Twinning sloot.

In 2001 voelde ook Pieper voor het eerst de hete adem van de schuldeisers in zijn nek. Zijn mislukte reddingsoperatie bij Lernout & Hauspie, een Belgische producent van spraakherkenningssoftware die door frauduleus handelen van de oprichters failliet ging, deed hem net niet de das om, maar het scheelde weinig. Terwijl vrijwel al zijn voorgangers werden uitgekleed in een Amerikaanse class action suit wist Pieper aan de dans te ontsnappen.
Niettemin konden de zeshonderd onder nemers die in juli 2001 à raison van tweeduizend gulden aan de Emerce Day in de Beurs van Berlage deelnamen Pieper horen zeggen dat de internethype nog lang niet voorbij was. Welnee, het ging alleen slecht met dotcom bedrijven die winstgeoriënteerd waren. De bedrijven die zich slechts op de omzet richtten, hadden de toekomst, aldus Pieper. De man zelf saneerde intussen zonder aanzien des persoons zijn investeringsportefeuille en trok zijn geld terug uit de meest riskante bedrijfjes, geheel in tegenspraak met zijn imago van voortrekker en «durfkapitalist». Hij had andere financiële zorgen die meer pasten bij de traditionele status van captain of industry.
Op het hoogtepunt van de hype had Pieper bij een Finse werf een tachtigvoets jacht uit de Swan-klasse besteld. Hij gaf het schip dezelfde naam als zijn pas opgerichte ICT-investeringsmaatschappij, Favonius (Latijn: favoriet), omdat zeilen en zakendoen wat hem betreft in elkaars verlengde liggen: «Een interessante combinatie van risico nemen en de bereidheid om in korte tijd veel geld te willen verbranden.» Zijn schip is niet geavanceerd genoeg om de America’s Cup naar Aerdenhout te halen, maar wel geschikt om eens flink uit te pakken voor de rede van Cowes of Porto Cervo. Dat heeft Pieper dan ook naar hartelust gedaan, want zeilen kán hij. Volgens het tijdschrift Quote heeft hij de onhebbelijke gewoonte nimmer het roer uit handen te geven. Zodoende brengt hij zijn crew tot wanhoop, maar dat maakt hij aan de wal weer goed door de bemanning te onthalen op vorstelijke slemppartijen. Waar of niet waar, deze eigenzinnigheid kenmerkt alle goede schippers en Pieper heeft herhaaldelijk bewezen dat hij zich kan meten met groten als Russell Coutts en Paul Cayard.
In Nederland wordt hij door Harry Mens & Co nog altijd bewierookt als ICT-goeroe, maar in zijn tweede vaderland wordt Pieper sceptischer bejegend. Het zakenblad Business Week schrok op 4 september 2001 niet terug voor dit meedogenloze oordeel: «Pieper maakt veel fouten, ladingen zelfs, maar elke keer komt hij weer op zijn pootjes terecht. Het geld lijkt hem te volgen waar hij maar gaat. Groot geld. Waarom? Simpelweg omdat de twee rijkste economieën ter aarde, de Amerikaanse en de Europese, elkaar niet goed begrijpen en Pieper dienst doet als tolk. Hij is het levende bewijs dat in deze industrie vriendschappen en communicatieve banden meer tellen dan kennis van technologische trends. Het punt is niet dat Pieper geen verstand van technologie heeft. Net als de meeste stervelingen wedt hij maar al te vaak op het verkeerde paard.»