Seinfeld, een sitcom over niks

Onbetekenende gebeurtenissen

In «Seinfeld» is het leven een eindeloze herhaling van het zelfde. En ook al gaat deze sitcom over niets, de broeierige en claustrofobische relatie tussen de personages boeit vele kijkers.

«Wat mij het mooiste lijkt», schreef Flaubert in 1852 terwijl hij aan Madame Bovary werkte, «wat ik het liefste zou willen schrijven, is een boek over niets.» Leefde Flaubert nu, dan zou hij ongetwijfeld geamuseerd naar de Amerikaanse sitcom Seinfeld hebben gekeken: een serie waarin niets gebeurt en die nergens over gaat. Dit vluchtige narratieve gegeven wordt over 169 afleveringen uitgesmeerd en tot een eeuwige terugkeer van hetzelfde verheven. Maar de naam van de serie heeft een heideggeriaanse klank die meteen aangeeft dat we hier niet met een gewone sitcom te maken hebben: in Seinfeld worden belangrijke existentiële problemen ter sprake gebracht.

De personages doen weinig meer dan met elkaar praten, en houden zich het liefst met ethische vraagstukken bezig, maar dan wel van de meest onbenullige soort: na hoeveel dagen mag je een kaart weggooien die door je geliefde is gestuurd? Hoe lang moet je vergeefs zoeken naar een toilet in een parkeergarage voor je mag wildplassen? Mag je het brood van een oude dame roven als de bakker is uitverkocht? Wat doe je als je moeder binnenkomt terwijl je aan het masturberen bent?

Naast filosofische worden ook literaire problemen aangeroerd, zoals de vraag of de oorspronkelijke titel van Tolstojs War and Peace misschien War: What Is It Good For? is geweest. Raciale discussies worden niet uit de weg gegaan. Jerry’s enthousiasme over de Black and White cookie, door hem beschreven als het symbool van de harmonische multi-etnische samenleving, heeft helaas een gastrisch conflict tot gevolg: het koekje wordt prompt weer uitgekotst.

Op zich is Jerry Seinfeld niet leuk, zijn optredens als stand-up comedian zijn vaak zoetsappig en voorspelbaar, hij mist de fysieke présence en het verbale geweld van Eddy Murphy of Chris Rock. Waar het in Seinfeld om gaat, is de wisselwerking tussen de personages. Jerry wordt pas Jerry in het kringetje dat de deur van zijn kleine appartement in Manhattan platloopt, of bij Monk’s Coffee Shop waar gezamenlijk wordt gegeten en gedronken. Zonder elkaar hebben de New York Four geen bestaan. Hun identiteit is het gevolg van de interactie tussen de verschillende karakters en wordt gestructureerd door de onderlinge relaties tussen de vier.

Jerry is dun, knap en vriendelijk, en zijn moeder merkt regelmatig op dat het onmogelijk is om niet van hem te houden. Jerry is een weliswaar aardige maar uiterst oppervlakkige figuur; zijn grote model in het leven is Superman. Hij stelt zich totaal gevoelloos op tegenover de inwisselbare vrouwen die zijn leven bevolken en slechts één mens kan hem tot razernij drijven: de weerzinwekkende Newman, wiens naam hij altijd met een grimas van afgrijzen uitspreekt. Newman is de anti-Jerry: dik, lelijk, vraatzuchtig, door iedereen gehaat en gevreesd en er altijd op uit om te klikken en de anderen een loer te draaien. Jerry is een problematische figuur die de dunne grenzen tussen fictie en werkelijkheid nog vager doet lijken.

Dit bleek toen de echte Jerry Seinfeld het boek Seinlanguage publiceerde, dat onmid dellijk een bestseller werd. Daarin zijn uitspraken opgetekend die hij als fictionele Jerry in de serie heeft gedaan, waarmee de vraag wordt opgeroepen of de auteur (en echte) Jerry Seinfeld wel bestaat. Want om wiens woorden gaat het hier; om die van de echte of de fictionele Seinfeld?

Jerry is de spil waar de serie om draait. Hij heeft de gewoonte om de anderen vragen te stellen die hij vervolgens zelf beantwoordt, waarmee hij zijn gesprekspartners evenwel aan het denken zet. De Amerikaanse filosofiedocent William Irwin schrijft in het uiterst politiek correcte Seinfeld and Philosophy dat dit Jerry een zekere socratische kwaliteit verleent.

Naast de altijd optimistische Jerry is George een melancholieke en totaal machteloze loser met paranoïde trekjes, die zich om de meest onbenullige zaken mateloos kan opwinden. George’s opvallendste eigenschap is zijn zelfhaat. Hij fantaseert dat hij architect of oceanograaf is maar blijft zich ervan bewust dat hij de grauwe middelmatigheid van zijn bestaan niet kan veranderen. Hij fleurt alleen op als hij een volslagen onbetekenende situatie een even onbetekenende draai kan geven, waarmee hij zichzelf kortstondig wijs kan maken dat hij de wereld beheerst. Het toppunt van geluk is voor hem het vinden van de perfecte parkeerplaats of ergens gaan werken waar hij niet in dienst is. Zijn grote gave is het verpesten van het kleine beetje mazzel dat hem wel eens ten deel valt. George heeft iets van Madame Bovary: hij fantaseert dat hij het gaat maken en omdat hij erin begint te geloven, is de val die volgt des te schrijnender. Hij is de tragische held bij uitstek: schuldig zonder te weten waaraan tracht hij zijn lot te ontlopen.

Elaine is de intellectueel van het gezelschap. Zij heeft aan een elitaire universiteit gestudeerd en werkt als redacteur voor uitgevers. Zij werd in de tweede aflevering aan de serie toegevoegd omdat die volgens Jerry Seinfeld wat oestrogeen kon gebruiken. Haar financiële onafhankelijkheid en haar seksuele escapades maken dat zij wel eens als een feministisch icoon wordt beschouwd, maar in de woorden van Kramer is ze «a man’s woman» die andere vrouwen haat en door hen wordt gehaat. Net als Jerry en George is zij een echte controlefreak die over haar toeren raakt als zij haar omgeving niet naar haar hand kan zetten.

Kramer is de grote ontregelaar en brenger van chaos. Hij is altijd op zoek naar interessante en aangename ervaringen, hij werkt niet en geniet van het leven. Hij houdt van gokken en van jaren-vijftigkleding die hij graag in de oven voorverwarmt voor meer comfort. Kramer is een charmante, zelfverzekerde nietsnut die geen sociale angsten kent en zich overal op zijn gemak voelt. Een kameleon die zijn persoonlijkheid aanpast aan wat de ander in hem wil zien, een eeuwige adolescent wiens pedante raadgevingen de anderen keer op keer in moeilijkheden brengen. Hij is beroemd om zijn onaangekondigd binnenkomen, hij heeft nooit geld, plundert Jerry’s ijskast en gebruikt diens telefoon. Maar hij is ook de grote verleider, geliefd bij mannen en vrouwen: hij is Kramer, «the K man».

De vriendschap tussen de vier karakters heeft niets bevrijdends en maakt geen van hen beter of minder egocentrisch. Door hun onophoudelijke gepsychologiseer over elkaars eigenaardigheden hebben ze die moeiteloos leren accepteren en worden hun neurotische trekjes nog eens versterkt. Hun relatie heeft daardoor iets broeierigs en claustrofobisch.

Seinfeld is de wereld van de regressie en de verwerping van de volwassenheid. Niemand kijkt ervan op dat Jerry, met zijn dwangmatige angst voor vuil en bacteriën, het liever met zijn vriendinnetje uitmaakt dan haar zijn tandenborstel te lenen. De vier maken zich niet druk om George’s woedeaanvallen wanneer zijn vaste parkeerplaats weer eens bezet is; voor hem het teken dat chaos en anarchie op de loer liggen. Dat Elaine een superegoïst is en een doorgewinterde mannenhaatster die haar vriendjes om weinig voor de hand liggende redenen de deur uit werkt, wordt als volmaakt normaal beschouwd. De vrienden ondergaan gelaten Kramers bizarre invallen, die regelmatig de veiligheid van hun vaste levenspatronen overhoop gooien. George en Elaine zijn zelfs onder de indruk van Kramers levensfilosofie, een mengeling van broodje-aapverhalen, trivialiteiten uit de Reader’s Digest en vette roddels, en Jerry aanvaardt Kramers nerveuze aanwezigheid als iets dat in de natuur der dingen zit.

Seinfeld begint als blik op de egocentrische en oppervlakkige wereld van jonge blanke ongetrouwde New Yorkers. Opvallend aan de vier is hun panische angst voor vaste banen en langdurige relaties. De serie ontwikkelt zich echter tot een existentieel drama dat hier en daar aan het toneelwerk van Sartre herinnert, in het bijzonder aan Huis clos, waarin drie personages voor eeuwig op elkaar zijn aangewezen en gedoemd zijn tot de hel van elkaars aanwezigheid. George kan de Costanza Maneuver bedenken: aangezien alles fout gaat, zal hij voortaan precies het tegenovergestelde doen; Elaine kan zich aansluiten bij de Seinfeld Bizarro World, een nieuw groepje vrienden die op Jerry, George en Kramer lijken maar zich op volkomen tegenovergestelde manier gedragen (de bizarro-Kramer bijvoorbeeld klopt netjes voor hij binnenkomt), niets helpt.

In de laatste aflevering worden Jerry, George, Elaine en Kramer daadwerkelijk tot een gevangenisstraf veroordeeld die zij samen in één cel moeten uitzitten. Maar hun vriendschap is de echte gevangenis waaruit zij nooit zullen losbreken: de vier zijn vooral tot elkaar veroordeeld. Seinfeld is de mooiste illustratie van Sartre’s beroemde zin: «De hel, dat zijn de anderen.»

De herhaling en de omkering in het tegenovergestelde veroorzaken de komische effecten in Seinfeld. De kleine onbetekenende gebeurtenissen vinden niet plaats omdat het leven voortdurend verandert, maar omdat het juist een eindeloze herhaling van hetzelfde is. De personages evolueren niet maar blijven voor eeuwig wie ze zijn, met hun idiosyncratische trekjes en hun dwanggedachten. Het zijn tot leven gewekte essenties, bijna platonische vormen die buiten de veranderlijke, chaotische werkelijkheid lijken te bestaan. De tijd heeft geen vat op ze, en één aflevering begint dan ook bij het einde van het verhaal om langzaam naar het begin terug te gaan.

De personages in Seinfeld zijn tragisch — en daardoor weer komisch — omdat zij zich bewust zijn van de nietszeggendheid van hun bestaan en krampachtig betekenis proberen te geven aan wat geen betekenis heeft. Wanneer Jerry en George een pilot mogen bedenken voor een serie bij een groot Amerikaans televisienetwerk, kunnen ze slechts één ding bedenken: het moet een serie worden over niets, waarin hun leven door acteurs wordt nagespeeld. Hierdoor ontstaat een amusant Droste-verpleegsterseffect, maar de poging om het niets in iets om te keren toont weer eens hun leegheid en machteloosheid, want de pilot flopt ongenadig.

Seinfeld is een tragedie over het menselijk onvermogen om het lot naar eigen hand te zetten, een komedie over onzinnige sociale normen en codes die oneindig aan een wankele werkelijkheid worden getoetst, en een filosofische beschouwing over de absurditeit van het leven en de angst voor het Niets.