Onbewolkte uren

Spinoza
Ethica
Wereldbibliotheek, € 22,90

Er zijn twee vormen van geluk. Het eerste geluk is een stabiele toestand van welbevinden, die niet wezenlijk wordt beïnvloed door kortstondige wisselingen van stemming. Lichaam en ziel zijn in evenwicht en weten zich energiek en gezond. Het tweede geluk is een kortstondige stemming van euforie, die ook kan optreden in een periode waarin men het eerste geluk ontbeert. Spinoza noemt in zijn Ethica het eerste geluk «beatitudo» (gelukzaligheid) en koppelt het aan rationeel en intuïtief inzicht in het wezen van God, waarbij «God» zo ruim gedefinieerd wordt dat al het bestaande onder dit begrip valt. Geluk, wijsheid en de deugd vormen voor Spinoza, net als voor de belangrijkste filosofische stelsels uit de Oudheid, een onverbrekelijke eenheid. Het tweede geluk heet bij Spinoza «laetitia» (blijdschap) en wordt omschreven als «de overgang van de mens van een kleinere naar een grotere volmaaktheid». Geen toestand dus, maar een proces. Deze blijdschap is een van de voornaamste strijders op het slagveld van emoties en gevoelens, dat zijn bedreigende onoverzichtelijkheid ogenblikkelijk verliest wanneer je de Ethica leest.

In de Leidse Hortus staat een zonnewijzer die, als vele andere zonnewijzers, deze spreuk draagt: «horas non numero nisi serenas» (ik tel alleen de onbewolkte uren). Op een bankje in die eeuwenoude tuin las ik ademloos Spinoza, in een verwarrende tijd waarin ik, hevig romantisch student, voor het eerst te maken had gekregen met het gareel van een burgerlijke broodwinning. Het hielp. De dwingende kracht van Spinoza’s redenaties, gesteld in een dor en vreemd Latijn, verschaften mij de opwinding van het tweede geluk, en stukje bij beetje slaagde de strenge denker erin me ook een glimp te laten opvangen van het eerste geluk. Tijdens de serene lectuur verstreken de uren ongeteld. De zonnewijzer bleek ongelijk te hebben. «Wat niet uit iets anders begrepen kan worden, moet uit zichzelf begrepen worden.»