Profiel: Annette Nijs

Onbezonnen politica

Geen succes, toch geprolongeerd. De terugkeer van Annette Nijs als staatssecretaris op Onderwijs wordt een van de grootste verrassingen genoemd van de afgelopen kabinetsformatie. Tot op het laatste moment was onduidelijk of de VVD-politica haar werkzaamheden kon voortzetten. Maar de diepe wens van partijleider Zalm om met meer vrouwelijke bewindslieden op de proppen te komen won het uiteindelijk van de voorkeur van zijn fractie voor een kandidaat met een minder onstuimige politieke carrière. Voor de zoveelste keer greep Clemens Cornielje, sinds jaar en dag dé onderwijsspecialist van de VVD-fractie, naast een post in het kabinet.

Zelf lijkt Nijs er geen moment rekening mee te hebben gehouden dat ze buiten de boot kon vallen. Kort na de verkiezingen, toen niet de VVD maar de PvdA met het CDA onderhandelde over een regeringscoalitie, noteerde ze zelfverzekerd in haar weblog: «Ik ben toch niet uit het Verre Oosten gekomen om in de Tweede Kamer te gaan zitten?»

Ze stond vijfde op de kandidatenlijst voor de kamerverkiezingen van 22 januari, kreeg ruim negenduizend voorkeurstemmen, maar zag het niet zitten om een kortstondig staatssecretariaat, waarvoor ze van de Filippijnen naar Nederland was verhuisd, om te zetten in een kamerlidmaatschap. «Daar komt bij dat ik een optimist ben en graag de kansen voor de toekomst voor ogen houd», noteerde ze verder. «En die komen er nog genoeg, daar ben ik van overtuigd.»

Daarmee gaf Annette Nijs blijk van een vooruitziende blik. En zelfs wel van enig politiek inzicht, want alleen de grootste cynici durfden januari jongstleden publiekelijk te beweren dat onderhandelingen tussen Balkenende en Bos op voorhand gedoemd waren te mislukken. Wat dat betreft heeft Nijs snel geleerd. Het was juist haar politieke inzicht dat de Tweede Kamer, niet het minst de VVD-fractie, af en toe tot wanhoop dreef. Terwijl in het bedrijfsleven naar eigen zeggen deliberatie haar sterkste kant was, slaagde de politiek onervaren Nijs er binnen de kortste keren in het halve onderwijsveld in de gordijnen te jagen, haar eigen minister incluis. Geheel volgens de onder Balkenende-1 heersende mores kwam ze met onbezonnen uitspraken — «proefballonnetjes» — die universiteiten, hogescholen en studenten deden huiveren.

Plompverloren kwam ze met een pleidooi voor het afschaffen van financiering van studies voor studenten van boven de dertig. Niettemin flikkert op haar informatieve website (www.annettenijs.nl: met foto’s en ontboezemingen van haar jeugdvriendinnetjes!) prominent de oneliner «Je bent nooit te oud om te leren». En zelf behaalde ze in 1999, de dertig ruim gepasseerd, haar Masters of Business Administration (MBA) aan de London Business School. Als manager in dienst van de koninklijke Shell zal ze zich over de financiering van die studie evenwel geen zorgen hebben gemaakt.

Ook lanceerde ze het plan om de overheidssubsidie op tweede en derde studies af te schaffen. De Landelijke Studentenvakbond, sowieso al geschrokken van de 358 miljoen euro bezuinigingen die Balkenende-1 in petto had, zag de toegankelijkheid van het hoger onderwijs nu in gevaar komen. Alleen studenten met rijke ouders zouden zo nog in aanmerking komen voor een extra studie. De studenten kregen bijval uit onverwachte hoek. Minister Maria van der Hoeven wees er in een interview fijntjes op dat de voorstellen van de staatssecretaris niet in het Strategisch Akkoord waren opgenomen en dus geen kabinetsbeleid waren. Op dezelfde dag, 12 november vorig jaar, weigerde Nijs iets van haar uitspraken terug te nemen. Tijdens een demonstratie op het Amsterdamse Museumplein hield ze, ondanks oorverdovend gejoel van de studenten, vol dat ze extra studies niet meer wilde betalen. «Iedereen mag zijn of haar mening hebben, ook een minister», sneerde Nijs naar haar baas, de minister. «Het is mijn notitie.» Uiteindelijk haalde ze bakzeil. In een brief aan de Kamer legde ze uit dat ze slechts de «wederzijdse gedachtewisseling» had willen stimuleren. Zo deed ze dat bij Shell. In de politiek kan dat kennelijk niet. «Aan het woord van een bewindspersoon wordt veel belang gehecht», concludeerde ze later bedremmeld. «Je kunt niet zomaar iets in de groep gooien.»

Nog zo’n toepasselijke oneliner van haar eigen website: «Het leven is leuker als je meer weet.»

Ze noemt zich «een doener, geen politiek dier». Toch is Annette Dorothea Sophia Maria Nijs (Waalwijk, 1961) niet helemáál groen in Den Haag. In 1987 werd ze voor ruim een jaar de eerste vrouwelijke voorzitter van de JOVD. Het was de tijd dat de liberale jongerenorganisatie geregeld het nieuws haalde met pleidooien voor afschaffing van de monarchie. Van voorzitster Nijs is niet veel meer bekend dan dat ze de VVD opriep kernbewapening principieel af te wijzen en dat ze werd opgevolgd door Mark Rutte, thans staatssecretaris van Sociale Zaken. Later was ze lid van de partijcommissie Sociale Zaken.

In het jaar dat ze de JOVD leidde, behaalde ze in Rotterdam haar doctoraal economie. Ze studeerde af bij hoogleraar Jo Ritzen, die zelf twee jaar later verkaste naar het ministerie van Onderwijs en daar het gezicht werd van weer een bezuinigingsronde op het hoger onderwijs. Desondanks waarschuwde hij onlangs zijn voormalige studente om niet te ver te gaan. De door Nijs gesuggereerde financiële ondersteuning vanuit het bedrijfsleven mag niet uitlopen op een verkapte bezuinigingsmaatregel. «Grote gedachtes, ja graag. Maar pas op met grote systeemveranderingen», aldus Ritzen in het Financieele Dagblad.

Maar wie Nijs kent, weet dat ze zich weinig van de goedbedoelde adviezen van deze leermeester zal aantrekken. Ze werkte voor Unilever en Shell en voor dat laatste bedrijf reisde ze de wereld rond. De kennis van het bedrijfsleven en van de situatie in het buitenland zal haar kijk op het onderwijsbeleid blijven bepalen. «In de Verenigde Staten is per inwoner twee keer zoveel geld beschikbaar voor onderwijs als in Nederland, maar het deel dat de overheid daarvoor uitgeeft is ongeveer gelijk aan het bedrag dat ons land ervoor uittrekt», schreef ze tijdens de formatie in NRC Handelsblad ter ondersteuning van haar streven om nog maar dertig procent van de totale financiering van universiteiten door de staat te laten verzorgen. Voor de overige zeventig procent moeten de universiteiten de boer op. Als hoger onderwijsinstellingen daarvoor een publiekrechtelijke status moeten krijgen, dan moet dat maar. «Ik ben volledig bereid dit pad met u te bewandelen», zei ze nadat Ed d’Hondt, voorzitter van universiteitskoepel VSNU, een balletje had opgegooid over de BV Alma Mater.

Nijs’ voorliefde voor privaat-publieke constructies is gezien haar bedrijfsachtergrond begrijpelijk, maar met het nog altijd niet gesloten hbo-fraudedossier wel pikant. Hbo-instellingen die de opdracht kregen zich meer bedrijfsmatig te organiseren, verkenden de grenzen van de wet en bekeerden zich tot creatieve boekhoudingen waarin Belgische spookstudenten werden rondgepompt. Volgens de Algemene Rekenkamer heeft Nijs de berichten over dit misbruik van overheidsgelden van begin af aan gebagatelliseerd. Voor een schatting van de omvang van het misbruik vertrouwde ze op een opgave van de hbo-raad, de belangenorganisatie van de hbo-instellingen. In dezen niet bepaald een onafhankelijke bron, oordeelde de Rekenkamer. Voor de oppositie was de maat vol: PvdA, GroenLinks, SP en ook D66 weigerden in april met de staatssecretaris in debat te gaan over weer een nieuw onderzoek naar de omvang van de malversaties. De nieuwe commissie kon haar werk volgens de kamerleden niet onafhankelijk genoeg doen. Bovendien zouden niet alleen de onderwijs instellingen maar ook het departement zelf doorgelicht moeten worden. Op geen enkele manier wensten de kamerleden medeverantwoordelijkheid te dragen voor het beleid van de staatssecretaris.

D66, dat nog tijdens de formatie verklaarde bang te zijn dat Nijs «de toekomst van Nederland de facto» wilde uitleveren «aan de goedgevigheid van het bedrijfsleven», heeft in het kabinet de plaats ingenomen van de LPF. Annette Nijs, die door de vrouwenjacht van Gerrit Zalm terugkeerde op Onderwijs, krijgt dankzij deze partij extra geld én een in de politiek hoogst zeldzame tweede kans. Maar meer misstappen kan de staatssecretaris zich niet veroorloven.