Booming Suriname

Ondanks of dankzij Desi Bouterse?

Suriname bloeit. Eindelijk profiteert de voormalige kolonie van de nog altijd volop aanwezige grondstoffen. Al gooit Dino, zoon van president Desi Bouterse, de reputatie weer net zo makkelijk te grabbel. En is de begroting wel op orde?

Medium suriname

Afgelopen augustus stond Suriname tien dagen lang in het teken van de elfde editie van Carifesta, het tweejaarlijkse cultuurfestival voor Caribische landen. Tal van Surinaamse artiesten lieten zich van hun beste kant zien. En al was er op de planning en programmering best iets aan te merken, ook de felste tegenstanders van de regering-Bouterse moesten naderhand toegeven dat hun land zich prima had gepresenteerd. Zo bracht een voor de regio ongekende lichtshow op het Onafhankelijkheidsplein het publiek in vervoering tijdens de openingsceremonie. Op de slotavond, na een wervelende show van de Haïtiaanse rapper Wycleff Jean, verscheen Desi Bouterse stralend op het podium. De president betrok zijn vaste boodschap van eenheid en verbroedering ditmaal op het Caribische gebied: ‘Wi n’a wan (wij zijn één). We are connected.’

Het verzorgde gastheerschap staat symbool voor de gegroeide status van Suriname onder de Caribische buurlanden. ‘Suriname doet het goed in de regio’, zegt Ivan Cairo, politiek verslaggever bij het Surinaamse dagblad De Ware Tijd en als correspondent verbonden aan media in Trinidad, Guyana en de Kaaiman Eilanden. ‘Vorig jaar was ons land voorzitter van de Caricom, de organisatie van Caribische landen, en daar kregen we volop complimenten over. Vanaf eind augustus zitten we de vergadering voor van de Unasur, de unie van Zuid-Amerikaanse staten. Dan kan Suriname zich opnieuw laten gelden.’

Er is genoeg om trots op te zijn. Suriname onttrekt zich aan de wereldcrisis met een economische groei die al een paar jaar op vier à vijf procent uitkomt. De goudhandel floreert – zij het de laatste maanden wat minder door de dalende goudprijs –, overheidsbedrijf Staatsolie boekt fraaie resultaten, terwijl ook de opbrengsten uit de houtexport in de staatskas vloeien. En hoewel niet alle lagen van de bevolking ervan profiteren zijn de algemene voorzieningen er de laatste jaren zienderogen op vooruit gegaan.

De toegenomen welvaart blijkt ook uit het straatbeeld. Wie een paar jaar niet in Paramaribo is geweest, staat toch even met zijn ogen te knipperen. Her en der verrijzen kantoren, villa’s en hotels, terwijl de laatste modellen suv’s over het asfalt zoeven. Tegelijk is de luchthaven fraai gerenoveerd en ook de Waterkant, de vermaarde boulevard waar Surinamers op zon- en feestdagen ‘wandelen’, heeft een facelift ondergaan.

De duidelijke opmars van Suriname lijkt het Nederlandse publiek grotendeels te ontgaan. Dat verbaast Cairo allerminst. Hij vindt al langer dat zijn land ‘niet op een uitgebalanceerde manier’ wordt gevolgd door de Nederlandse media. In de verslagen draait het volgens Cairo voornamelijk om drugs, strafbare feiten en Bouterse: ‘Terwijl zich in ons land wel degelijk positieve ontwikkelingen voordoen. Maar daar zijn redacties bij jullie niet in geïnteresseerd.’ Cairo noemt als voorbeeld de brug over grensrivier de Corantijn die Guyana en Suriname willen bouwen. Nadat de twee buurlanden jarenlang met elkaar overhoop hadden gelegen over de landsgrenzen was een bezoek aan zijn Guyanese ambtgenoot een van Bouterse’s eerste daden als staatshoofd.

Cairo merkt dat de redacties die hij in de regio bedient zulke verhalen wél meteen oppikken: ‘Waarschijnlijk omdat ze hier meer oog hebben voor huidige en toekomstige ontwikkelingen dan voor het verleden. En omdat Caribische landen van elkaar afhankelijk zijn.’ In Nederland zitten ze volgens Cairo toch vooral te wachten op verhalen over Bouterse.

Giwani Zeggen, columnist van De Ware Tijd, begrijpt de fascinatie van de Nederlandse pers voor Bouterse wel. Zeker omdat er verder niet zo gek veel in zijn land gebeurt: ‘De zon schijnt hier vaak en het gaat stukken beter met Suriname. Maar daar haal je de Hollandse krant niet mee. Ook niet met een serie geasfalteerde wegen en net zo min met het U-20 voetbalteam dat de volgende ronde van het Caribisch kampioenschap heeft gehaald. Het wordt pas echt interessant zodra op vliegveld Zanderij weer eens een paar honderd kilo cocaïne is onderschept.’

Her en der in Paramaribo verrijzen kantoren, villa’s en hotels, terwijl de laatste modellen SUV’s over het asfalt zoeven

Het is immers vooral de handel in drugs die het imago van Suriname over de grens bepaalt. Vanaf de jaren tachtig kreeg het land het stempel van roversnest en narcostaat. Om daar eigenlijk nooit vanaf te komen. Zeker niet na de benoeming van Bouterse als president in 2010. In 1999 kreeg diezelfde Bouterse in Nederland bij verstek een celstraf van elf jaar opgelegd wegens betrokkenheid bij een groot drugstransport. Bovendien worden nog wekelijks bolletjesslikkers opgepakt op Zanderij of Schiphol.

In een periode waarin Suriname opbloeide en naam maakte in de regio ging het opnieuw mis. Uitgerekend op het moment dat president Bouterse in eigen land de voorzittershamer van de Unasur in handen kreeg, kwam er nieuws uit Panama. Daar had de Amerikaanse justitie zijn zoon Dino opgepakt op verdenking van cocaïne- en mogelijk ook wapentransporten.

Tijdens de Unasur-vergadering lichtte Bouterse zijn collega-staatshoofden in over de arrestatie. Pas een paar dagen later, tijdens een persconferentie, ging hij er echt op in. Aangeslagen én cynisch tegelijk: ‘De timing was perfect, op de schoen’, zo verklaarde hij. Ook verwees hij naar ‘de strijd’ waarin hij is verwikkeld en zei dat hij wat betreft de timing respect had voor zijn tegenstanders. Daarmee bedoelde hij de Verenigde Staten.

Hoewel Bouterse benadrukte dat zijn zoon verantwoordelijk is voor zijn eigen daden betekent diens aanhouding een forse streep door de rekening. Het was de bedoeling dat het voorzitterschap van de Unasur Bouterse een jaar lang extra aanzien op het continent zou geven. Daarna zou hij alles in het werk stellen om het volk ervan te overtuigen dat de huidige economische bloei toch vooral de verdienste is van zijn regering.

Daarover lopen de meningen uiteen. De oppositie houdt vol dat Bouterse de vruchten plukt van het beleid onder president Ronald Venetiaan tussen 2000 en 2010. Venetiaan geldt als de personificatie van de opbouw van Suriname na de roerige periode vanaf de staatsgreep in 1980.

In 1991 won Venetiaan met zijn in het Nieuw Front verenigde partijen met grote overmacht de verkiezingen na de militaire periode. Het leidde ook in Nederland tot grote opluchting. Vijf jaar later schreef hij opnieuw de verkiezingen op zijn naam maar moest hij, door toedoen van omgekochte parlementariërs binnen zijn eigen coalitie, zijn positie weer afstaan. Jules Wijdenbosch werd president, met Bouterse als ‘adviseur van staat’. Die regeerperiode liep uit op een regelrecht fiasco met een lege staatskas, een verdwenen goudvoorraad en een failliete overheid. Het bevestigde het beeld dat het met Suriname onder Bouterse of onder zijn invloed alleen maar bergafwaarts kon gaan.

Venetiaan mocht in 2000 weer van voren af aan beginnen. Zijn beleid was gericht op stabiliteit en geleidelijke opbouw. Iets té geleidelijk misschien. Het verhaal ging dat Venetiaan in tegenstelling tot zijn voorgangers weliswaar tien schone vingers had maar dat er maar verdraaid weinig uit zijn handen kwam. Zo kon het gebeuren dat Bouterse in 2010 opnieuw aan de macht kwam, ditmaal langs democratische weg.

Juist onder Venetiaan raakte het overheidsapparaat overbevolkt en onbetaalbaar

Het leidde tot de nodige commotie, vooral ook aan de andere kant van de oceaan. Daar klonk in de reacties verontwaardiging en afkeer door over het gebrek aan historisch besef onder de Surinamers. Tegelijkertijd ontbrak het in de Nederlandse commentaren aan een heldere analyse. Was Bouterse nou zo slim geweest als campaigner en politicus? Of had Venetiaan het eigenlijk laten liggen? Want waar Venetiaan tijdens zijn regeerperiode al niet uitblonk in doortastendheid en heldere communicatie, daar voerde hij in 2010 een uitgesproken negatieve verkiezingscampagne. Hij keek voornamelijk achterom en waarschuwde de kiezers voortdurend voor de terugkeer van Bouterse. Die laatste hoefde alleen maar prikkelende toekomstplannen te presenteren en mooie beloftes te doen om zich van extra stemmen te verzekeren.

De saaie, afstandelijke maar oprechte politicus Venetiaan versus de gewetenloze en tegelijkertijd charismatische Bouterse. Dit gepolariseerde beeld vertroebelt het zicht op de huidige situatie in Suriname, waar nuancering op z’n plaats is. Het is bijvoorbeeld zeker niet zo dat de Nationale Democratische Partij van Bouterse louter politici telt die hun eigen belang voorop stellen. Terwijl Venetiaan zich echt niet alleen door verstandige, integere mensen laat omringen. Juist onder zijn leiding bleef de ‘oude’ etnische politiek in stand en waren er in de loop der jaren zoveel ‘politieke’ benoemingen dat het overheidsapparaat overbevolkt en onbetaalbaar raakte.

Bouterse heeft een paar sterke troeven. Hij profileert zich voortdurend als man van het volk en zijn partij richt zich nadrukkelijk op álle bevolkingsgroepen. Tegelijkertijd wordt hij gedreven door de sterke drang om zich te rehabiliteren. Want hij mag zich dan in nevelen blijven hullen over de staatsgreep in 1980 (door hemzelf consequent aangeduid als ‘revolutie’) en de ‘gebeurtenissen in december ‘82’; hij weet donders goed dat hij niet met een ongeschonden blazoen door het leven gaat. Daarom is hij erop gebrand om de geschiedenis in te gaan als president die het land échte welvaart heeft gebracht.

Met zijn regering heeft Bouterse gekozen voor een andere route. Internationaal richt hij zich veel minder op Europa en des te meer op de Caribische regio. De betrekkingen met Brazilië, Cuba, Venezuela en Haïti zijn aangehaald. Met minder voor de hand liggende landen als Nicaragua, Ecuador, Georgië en Equatoriaal Guinea zijn handelsovereenkomsten gesloten.

Cruciaal is de relatie met China. In juni ondertekende Bouterse vier handelsovereenkomsten met de Chinese leider Xi Jinping. Venetiaan was tijdens zijn ambtstermijnen een paar keer in China zoals hij ook regelmatig handelsmissies in Paramaribo ontving, maar Bouterse pakt de samenwerking openlijker en voortvarender aan. China financiert grote delen van de Surinaamse infrastructuur en laat daarnaast scholen en ziekenhuizen bouwen. Waarbij het overigens gissen blijft naar de tegenprestaties. Dat Chinese bedrijven de grootste houtconcessies in het uitgestrekte Surinaamse regenwoud bezitten is bekend, maar waarschijnlijk houdt de Chinese regering er nog wel wat andere privileges op na.

Wat men in Den Haag roept en vindt kan de Surinaamse regering intussen gestolen worden. Sinds de verdragsmiddelen, daterend van de onafhankelijkheid in 1975, zijn uitgegeven, zit Suriname echt niet op ondersteuning van de voormalige kolonisator te wachten. Dit blijkt ook uit de diplomatieke verhoudingen. Toen vorig voorjaar de omstreden amnestiewet werd aangenomen waarmee hoofdverdachte Bouterse en nog 24 anderen aan strafvervolging voor de decembermoorden kunnen ontkomen, werd de Nederlandse ambassadeur teruggeroepen naar Den Haag. Deze zomer verscheen een nieuwe zaakgelastigde op de diplomatieke post in Paramaribo. Maar of Bouterse diens geloofsbrieven aanneemt zodat hij als ambassadeur aan de slag kan, blijft tot dusver onzeker.

Daarmee is niet gezegd dat de regering de Surinamers in Nederland over het hoofd ziet. Integendeel, minister van Buitenlandse Zaken Winston Lackin volgt een diasporabeleid naar Indiaas model. Zijn voornaamste boodschap is dat de deur altijd open staat voor Surinamers over de grens. Niet alleen in Nederland maar met name ook in de Verenigde Staten. Zo was het geen toeval dat Bouterse na een VN-vergadering waar hij voor het eerst de hand van president Barack Obama schudde ook zijn opwachting maakte tijdens een feest van de Surinaamse gemeenschap in New York. Zich ten volle realiserend dat hij daar genoeg tegenstanders onder ogen kwam die tijdens de militaire periode in de jaren tachtig hun geboorteland waren ontvlucht, droeg hij ook bij die gelegenheid zijn boodschap van verzoening en eenwording uit.

Met een beroep op het landsbelang beschouwt de regering rekeningen als niet verzonden

Lackin beseft beter dan zijn voorgangers dat binnen de grote groep expats het in eigen land zo sterk gemiste hoger opgeleide kader is te vinden. Suriname zou volgens hem veel meer gebruik kunnen en moeten maken van de onder Surinamers in het buitenland aanwezige vakkennis. Hij vertelt dat initiatieven zijn ontwikkeld om die vakkennis te bundelen: ‘Via sectorale honorair consuls hebben we een netwerk opgebouwd van ingenieurs in de energiesector en in de weg-, water- en woningbouw. Daar zitten veel mensen bij met een Surinaamse achtergrond. Met het in het buitenland beschikbare kader kunnen we bijvoorbeeld ook het niveau van onze universiteit opkrikken en onze volksgezondheid op een hoger niveau brengen.’

Venetiaan, die overigens wél gebruik kon maken van de verdragsmiddelen, voerde een ander, scherper nationalistisch beleid. Onder invloed daarvan kregen de ruim driehonderdduizend Surinamers in Nederland nogal eens het stempel van de ‘blaka bakra’ (zwarte Hollander, of andersom: verhollandste Surinamer). Het idee was dat het er weliswaar niet eenvoudiger op werd maar dat ze het zonder de naar Holland vertrokken Surinamers heus wel zouden redden in eigen land. En wat was de steun van een teruggekeerde blaka bakra eigenlijk waard? Dikke kans dat die na een beetje tegenslag weer net zo snel naar Holland vertrok.

In eigen land probeert de regering-Bouterse vooral daadkracht uit te stralen. Hoewel lang niet alle verkiezingsbeloftes zijn ingelost, zijn het overheidsapparaat en het sociale stelsel flink onder handen genomen. De uitkering voor ouderen is fors omhoog gegaan, net als de kinderbijslag. Daarnaast is een overigens niet geheel onomstreden plan voor gratis gezondheidszorg voor grote groepen burgers in de maak en worden, zij het mondjesmaat, sociale woningen opgeleverd. Hier past de regering-Bouterse een ooit door de Nederlandse premier Balkenende beproefde strategie toe: eerst het zuur, dan het zoet. In de aanloop naar de verkiezingen in mei 2015 moet de kiezer pas echt de verbeterde huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs ondervinden.

Tenzij het opnieuw misgaat met de staatskas. En daar zijn de nodige aanwijzingen voor. De oppositie heeft geen goed woord over voor het uitgavenpatroon van de overheid. Want klopt de begroting eigenlijk wel en rekent de regering zich niet te snel rijk met de inkomsten uit olie- en vooral goudwinning? En wat gebeurt er als de prijsdaling van beide grondstoffen op de wereldmarkt aanhoudt? Feit is dat de overheid er een gewoonte van heeft gemaakt om salarissen pas maanden later uit te betalen. Daarmee komt de nog altijd omvangrijke groep ‘landsdienaren’ onder wie docenten, verpleegkundigen en artsen steeds meer onder druk te staan. Met op den duur mogelijk landelijke stakingen tot gevolg. Ook in het bedrijfsleven klinkt gemor. Ondernemers handelen bij voorkeur in Amerikaanse dollars, naast de Surinaamse dollar en de euro de gangbare valuta. Het blijkt alleen steeds lastiger om daadwerkelijk biljetten in handen te krijgen.

Dit zou erop duiden dat de overheid op te grote voet leeft. En dan moeten alle ambitieuze projecten in de woningbouw en gezondheidszorg nog van de grond komen. Het wegsturen van minister van Financiën Adelien Wijnerman, begin deze maand, voorspelt weinig goeds. Officieel noemde de regering als argumenten voor haar ontslag de trage betalingen van de overheid, de ‘administratieve onoverzichtelijkheid’ en haar gebrek aan ‘effectieve’ communicatie. In de commentaren wordt daarentegen volop gezinspeeld op onenigheid over het uitgavenpatroon van de overheid. Waar Wijnerman vasthield aan het terugdringen van het begrotingstekort en wees op de dalende goudopbrengsten wilden Bouterse en zijn overige ministers koste wat het kost hun beloftes realiseren om in 2015 opnieuw de verkiezingen te winnen. Pikant is dat Wijnermans voorganger Winnie Boedhoe ruim twee jaar terug om vergelijkbare redenen het veld moest ruimen.

Opnieuw is de viering van Carifesta in Paramaribo illustratief. Het evenement heeft de staat volgens de formele opgave vijf miljoen US dollar gekost. Wie de openingsavond heeft meegemaakt en de kosten voor huisvesting en transport van alle buitenlandse delegaties overziet, komt op een veelvoud van dat bedrag uit. Maar of de rekeningen van betrokken bedrijven worden betaald? Met een beroep op het landsbelang beschouwt de regering die als niet verzonden.

Zo doet Suriname zich een stuk mooier en gezonder voor dan ze is. In eigen land komen de financiële gevolgen vermoedelijk pas over een jaar of twee aan het licht. Over de grens is het imago een stuk brozer. Want met de arrestatie van de presidentszoon is de zo zorgvuldig opgebouwde internationale goodwill voorlopig weer verdwenen.


Dit voorjaar publiceerde Diederik Samwel Jelaya, een roman die zich afspeelt tegen de achtergrond van het Suriname van 1973 tot heden
Beeld: Jason Redmond / Reuters