Het halfhartige engagement van het Westen

‘Onder al-Shabaab was het tenminste veilig’

Wereldleiders willen opnieuw met geweld ingrijpen in Somalië. Zowel buitenlandse analisten als stamoudsten vinden dat de Somaliërs het zelf maar moeten uitvechten. Een reportage uit de meest mislukte staat ter wereld.

BELED-HAWO, SOMALIË - Het hongerkamp bij Beled-Hawo in Somalië, een verzameling houten koepelhutjes met stukken plastic, is nu omringd door groene velden. Maandenlang werd dit gebeid geteisterd door de ernstigste voedselcrisis die de wereld in jaren had meegemaakt. De overlevenden in Beled-Hawo hebben, nu er eindelijk weer regen is gevallen, tenminste lucht en verkoeling. Maar daarmee is de lijdensweg van Somalië geenszins over: de conflicten die het land uiteenscheuren gaan onverminderd door.
Al meer dan twintig jaar is Somalië een mislukte staat die ellende en onveiligheid exporteert. Interne clanoorlogen waar weinig mensen iets van begrijpen kosten al jaren vele slachtoffers. Piraten maken de Golf van Aden de gevaarlijkste vaarroute ter wereld. En de internationaal gesteunde maar machteloze boevenregering in de hoofdstad Mogadishu krijgt maar geen greep op haar eigen bevolking. Om een einde te maken aan de wetteloosheid grijpt de internationale gemeenschap met enige regelmaat in, door militairen te sturen of met financiële steun aan een regering waar wat van verwacht wordt. Maar niets lijkt Somalië te helpen. Integendeel: buitenlandse bemoeienissen lijken de crisis in Somalië elke keer te verergeren.
De wereld wil het opnieuw proberen, zo werd afgelopen week duidelijk in Londen. Onder leiding van de Britse premier Cameron timmerde een aantal regeringsleiders en ministers, zoals Hillary Clinton, aan een nieuw plan om Somalië met harde hand op de goede weg te zetten.
Somalië, dat is voor de Amerikanen Black Hawk Down: een spectaculair mislukte humanitaire interventie die het land jarenlang huiverig maakte voor missies in het buitenland. Nu is er kennelijk nieuw geloof dat militairen in Somalië de orde kunnen herstellen. Maar niets suggereert dat dat ditmaal beter zal uitpakken dan bij vorige pogingen. De laatste maal was nog maar heel kort geleden. Afgelopen oktober viel buurland Kenia Somalië binnen om de radicaal-islamitische organisatie al-Shabaab militair te breken. Kenia zei zijn grenzen te willen beschermen tegen deze terreurorganisatie, die gelieerd is aan het terreurnetwerk al-Qaeda en die aanslagen zou plegen in het buitenland. Maar ook deze buitenlandse interventie leek al snel evenveel succes op te leveren als alle pogingen voorheen. Na drie maanden is Kenia niet verder gekomen dan enkele tientallen kilometers voorbij de grens en lijkt het land niet meer dan een nieuwe partij in de bloedige strijd tussen krijgsheren, bandieten, milities, guerrilla’s, terreurgroepen en buitenlandse legers.
De puinhoop in Somalië is zo groot dat veel analisten vooral kijken naar welke partij stabiliteit kan brengen. En dan komt al-Shabaab niet slecht uit de bus: veel westerse analisten denken dat de radicale moslims meer veiligheid brengen dan de Kenianen en de door het Westen gesteunde Somalische regering. Ook de Somalische oudsten uit het ontheemdenkamp bij Beled-Hawo zien buitenlandse troepen liever vandaag vertrekken dan morgen. ‘Alleen God of Somaliërs kunnen Somalische problemen oplossen. Buitenlanders niet’, zeggen zij. 'We weten niet wat hun motieven zijn.’

WIE IN Beled-Hawo wil komen, niet ver van het drielandenpunt van Kenia, Ethiopië en Somalië, vliegt op het Keniaanse Mandera. Het lijkt een slaperige plaats waar weinig gebeurt, maar angst houdt Mandera in zijn greep sinds Kenia Somalië is binnengevallen. Al-Shabaab is als reactie een guerrillaoorlog begonnen, plaatst dagelijks bermbommen en voert hit and run-aanvallen uit op Keniaanse militairen en politieagenten. Ook burgers vinden de dood: wie kritiek heeft op een van de partijen, loopt kans te worden opgepakt of neergeschoten.
Het hoofd van het district Mandera, de immer gewapende Benson Leparmorijo, geeft toe dat het Keniaanse leger moeite heeft om al-Shabaab te bestrijden. 'Al-Shabaab draagt geen uniform. Hoe moeten wij dan weten wie ze zijn’, zegt hij. Plaatsvervangend hoofd van de politie Erick Okumbo noemt de guerrillatechnieken en de bermbommen van al-Shabaab 'psychologische marteling’.
Volgens Rashid Abdi, Somalië-analist bij de gezaghebbende onderzoeksstichting International Crisis Group, 'leidt de hele Keniaanse operatie tot niets’. 'Ik vraag me af of ze al-Shabaab wel echt schade toebrengen’, zegt hij. 'Al-Shabaab gebruikt weer guerrillatechnieken en daar is ze altijd al heel goed in geweest. Al-Shabaab heeft de tijd, Kenia de klok.’
Het Keniaanse leger wordt in Somalië geholpen door militairen van de door de Verenigde Staten en Europese Unie gesteunde Somalische overgangsregering (TFG). Volgens districtshoofd Leparmorijo zijn er erg veel militairen die vechten tegen al-Shabaab, alleen 'zijn sommigen nog maar veertien jaar oud’. Het Westen betaalt tientallen miljoenen per jaar aan de TFG terwijl de overgangsregering al jaren wordt gezien als een van de meest corrupte regeringen ter wereld. Een groot deel van het donorgeld blijft bij de ministers hangen en maar weinig komt ten goede aan de burgers. De bevolking heeft het vertrouwen in de TFG al lang verloren.
'Volkomen terecht’, zegt Abdullahi Abdi, hoofd van Northern Aid, een ngo die in Somalië en het grensgebied in Kenia werkt. 'De grens is in handen van milities, want de TFG-militairen zijn niets anders dan militieleden met een uniform aan’, stelt hij. 'Ze zijn erger dan al-Shabaab. We kennen de militieleden en weten wie hun vaders zijn. Het is het ergste uitschot dat er is.’
De huidige Somalische overgangsregering werd opgericht nadat de regionale grootmacht Ethiopië in 2006 Somalië verliet, na een mislukte poging om het land te controleren - de zoveelste mislukking in een lange geschiedenis van buitenlandse kolonisatiepogingen, invasies en interventies.

SINDS het eerste moment dat Somalië als gebied opduikt in historische bronnen, is er gevochten. In de negentiende eeuw deelden Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Ethiopië het gebied waar Somaliërs leefden in vijf stukken - en voor die tijd vochten de Somaliërs onderling. Het is de grootste etnische groep op het Afrikaanse continent en bestaat uit verschillende nomadische clans. Sinds mensenheugenis strijden ze om waterbronnen en weidegrond in een land dat voor een groot deel uit droge heuvels bestaat. Ze vechten om te overleven en het voortbestaan van de clan te garanderen. De conflicten tussen clans en subclans gaan vaak om heel lokale problemen. Maar naar buiten toe zijn Somaliërs trots op hun etnische achtergrond, hun ras, geloof, cultuur en taal. Het is deze Somalische trots die opbloeit en de clangeschillen overschaduwt bij een aanval van buitenaf. Al in koloniale tijden verenigden de onderling oorlogvoerende clans zich tegen vijanden van buiten.
Toen Somalië in 1960 onafhankelijk werd, volgde een korte periode (nog geen tien jaar) van democratie. Daarna kregen dictator Siad Barre en vooral de Koude Oorlog Somalië in hun greep. De Sovjet-Unie en de Verenigde Staten gaven beurtelings steun en vooral wapens aan Siad Barre en minderbedeelde clans. In 1991 wisten die clans Barre eindelijk te verdrijven, maar dat luidde alleen maar een eindeloze burgeroorlog in. Na de gedoemde Amerikaanse interventie in 1993 liet het buitenland die oorlog op zijn beloop.
Religie speelde in de burgeroorlog nooit een prominente rol. Maar dat veranderde toen de VS de War on Terror lanceerde in 2001. Op aandrang van de VS begon Ethiopië in Somalië op terroristen te jagen. De tot dan toe verdeelde islamistische strijdgroepen verenigden zich onder de naam Unie van Islamitische Rechtbanken. Ze versloegen prompt de krijgsheren en brachten voor het eerst sinds 1991 orde in grote delen van Somalië. Ethiopië liet het er niet bij zitten en viel in 2006 met Amerikaanse steun opnieuw Somalië binnen, veroverde de hoofdstad Mogadishu en installeerde daar een overgangsregering. Deze regering, de TFG, zit er nog steeds. Maar ze controleert alleen een paar wijken in de hoofdstad. Een afsplitsing van de Unie van Islamitische Rechtbanken, al-Shabaab geheten, nam de macht over in grote delen van Somalië en voerde daar de sharia in. Met snoeiharde hand herstelden ze er een vorm van orde.
Het was een lange periode van chaos en ellende, maar volgens Abdullahi Abdi, van de ngo Northern Aid, leverde de periode waarin al-Shabaab de scepter zwaaide de meeste veiligheid voor gewone Somaliërs op. 'Sinds al-Shabaab niet meer de machthebber is, zijn de grensgebieden gevaarlijk geworden. Tijdens al-Shabaab waren er bijna geen criminelen. Het was vredig. Wreed, maar vredig’, beweert hij.
Zijn naamgenoot, Rashid Abdi van de International Crisis Group, denkt ook dat er geen reëel alternatief is voor de islamisten. Buitenlandse soldaten, waar ze ook vandaan komen, kunnen niet eeuwig in Somalië blijven. 'Daarom vertrouwen de Somaliërs liever op al-Shabaab’, meent Abdi. 'Give the devil his deal’, adviseert hij. 'Al-Shabaab voorziet mensen tenminste in basisbehoeften, eten en spullen. De TFG doet niks. De jihadi’s brengen orde. Ze hebben een formule gevonden waarbij het lukt om interne clan-overschreidende conflicten op te lossen. Hoewel zonder vrijheid.’
Maar de handen aftrekken van Somalië, dat is niet waar het Westen nu aan denkt. 'Westers engagement met Somalië is in de afgelopen twee decennia sporadisch en halfhartig geweest’, zei de Britse premier Cameron op de Somalië-conferentie. 'Maar vandaag hebben we een ongekende mogelijkheid om dat te veranderen. Er is nu werkelijk een momentum.’
Volgens Camerons plan, dat uitlekte, zal dat 'momentum’ worden gebruikt om de TFG te vervangen door een 'interim-autoriteit’ die het land zal bestieren tot een nieuwe grondwet is opgesteld, goedgekeurd per nationaal referendum, er verkiezingen zijn gehouden en een nieuwe president, premier en parlement zijn geïnstalleerd. Sceptici vragen zich ondertussen af waar het verband ligt tussen dit prachtige vergezicht en de werkelijke situatie op de grond.