extra online: Voyage Century Online

Onder Chinezen

Voyage Century Online is het ideale virtuele uitstapje voor de regenachtige zondag. Je moet dan wel op zaterdagavond voor het slapengaan je computer opdracht geven de client te downloaden, want dat kan een paar uur duren. In ruil voor die kleine moeite krijg je een uniek inkijkje in een Chinees rollenspel. Omdat het een ‘wereldspel’ is, krijg je tevens een indruk hoe Chinezen zich de rest van de wereld, Europa en zelfs Amsterdam voorstellen. En hoe ze over hun eigen rol in de wereld denken.

VCO bouwt voort op de eerste generatie online rollenspellen die Azië heeft overspoeld. Naast het Chinese Legend of Mir (2001) behoren het Zuid-Koreaanse Lineage (1998) en Mu (2002) tot de eerste en grootste online rollenspellen ter wereld. De meeste gamers van de wereld zitten in China. De grootste spelersdichtheid vind je in Zuid-Korea, waar online gaming een nationale sport is die op tv wordt getoond en becommentarieerd terwijl de politie er een aparte afdeling voor cyber-crime in rollenspellen op nahoudt. De enige serieuze niet-Aziatische concurrent is World of Warcraft (2004) van Blizzard Entertainment, dat negen miljoen spelers telt.

In tegenstelling tot de meeste westerse rollenspelen is VCO gratis. Nog mooier is dat het spel ten behoeve van westerlingen in het Engels is vertaald. Liever gezegd: in het Chinglish. Dit pidgin is ontstaan doordat Chinezen decennialang geen contact met de buitenwereld mochten hebben. Ze waren voor hun talenkennis aangewezen op woordenboeken en spaarzame buitenlandse films en bezoekers. Chinglish is een mengeling van Amerikaanse filmtaal, Victoriaanse etymologische relicten en een siniserende grammatica die je vaak voor raadsels plaatst. Er is een apart forum waar niet-Chinese spelers pogen de ‘Engelstalige’ instructies en in-game dialogen van VCO te ontcijferen, iets waar zij maar gedeeltelijk in slagen. Als kwailoo (‘westerse duivel’) speel je aanvankelijk vooral op de tast.

VCO is gesitueerd in de zestiende eeuw, het tijdperk van ontdekkingsreizen en ontluikende maritieme wereldhandel. Je wordt als speler ‘geboren’ in een Middellandse Zee-haven en het is je taak om een eigen zeilschip te bouwen en daarmee op handelsreis dan wel op strooptocht te gaan over de wereldzeeën. Zeilend van haven naar haven krijg je opdrachten, beloningen, vermaningen en niet altijd even betrouwbare (of begrijpelijke) inlichtingen van Non-Player Characters (NPC’s) aan de wal. Je kunt bonuspunten verdienen, ambachten en vechtkunsten aanleren, met medespelers een gilde vormen en reusachtige zeeslagen aangaan met andere gilden. Je kunt ook slapend rijk worden door sinaasappeltjes van Sevilla naar Guangzhou te varen en op de terugweg thee in te slaan. Van de VCO-server mag je het helemaal zelf weten, de zeerovers weten je onderweg toch wel te vinden.

De scheepsgevechten zijn heel aardig gesimuleerd. De verschillende scheepstypen zijn met typisch Chinees gevoel voor esthetiek weergegeven. De animatie is tot in de kleinste details uitgewerkt en toch natuurlijk-vloeiend gescript, wat vooral tot zijn recht komt tijdens storm op zee. Er is keuze uit verschillende soorten geschut, variabele zeilvoering en een munitie die varieert van schroot tot kettingschot. Ook enteren is mogelijk. Alleen met de windrichting is geen rekening gehouden en die was in ouderwetse zeeslagen nu juist van groot belang. Voor ervaren spelers van strategiespellen zijn de gevechten echter gesneden koek. Het is een koud kunstje om een computergestuurd schip van drie of vier levels hoger naar de bodem te jagen. Je blijft buiten bereik van zijn breedzijde en knalt de ene volle laag na de andere in zijn achterspiegel of voorsteven. Boeg en hek waren vroeger de zwakste delen van de scheepsconstructie waardoor het geschut gemakkelijk penetreerde. In het echt vlogen de kogels dan over de volle lengte van de dekken, verbrijzelden spanten en mastvoeten en maakten driemaal zo veel gewonden als een volle laag in de zijde van het schip. In het spel gaat het er eerder komisch aan toe. Als een vijandelijk schip zinkt, zakt de mast langzaam in de golven terwijl de verslagen piratenkapitein in zwaar Chinglish zijn lot beklaagt. Vervolgens komen de buitgemaakte goederen in kistjes bovendrijven, zodat je ze maar hoeft op te vissen.

VCO is niet flexibel. Je dient de voor jou uitgestippelde weg nauwkeurig te volgen en daarmee uit. De instructies van de NPC’s moeten blindelings worden gehoorzaamd. Wat de gevolgen zijn, ontdek je later wel. Westerse spelers willen altijd precies weten welke consequenties een spelkeuze heeft, anders komen ze in opstand op hun spelersfora. VCO is daarentegen zeer autoritair in de traditie van de Chinese vechtsporten. Na elke instructie krijg je een keuzevenstertje voor je neus waarin je kunt antwoorden. Meestal is het enig beschikbare antwoord: ‘Yes’. Klik je dat niet aan, dan kun je in je (ruime) sop gaarkoken. Reclameren is onmogelijk, want de spelleiding leest geen spelersmail. Het is tegelijk komisch en frustrerend omdat de instructie vaak Koeterwaals is. Zo kun je bijvoorbeeld voor een paar zilverlingen je schip laten ombouwen, maar dan eist de havenmeester dat ‘de kapitein eerst zijn avatar opheft’. Je avatar opheffen? Hoe kun je nu zonder avatar spelen? Het kostte me een kwartier om te ontdekken wat er werd bedoeld: de kapitein moet eerst het boegbeeld van zijn schip afhalen.

Dat boegbeeld is een verhaal op zich. Chinezen zijn naar onze begrippen zeer bijgelovig en dat is in dit spel niet anders. Een schip is minderwaardig als het geen boegbeeld heeft. Elk boegbeeld heeft een ziel die in de loop van de actie langzaam wordt gevoed met ervaring. Is de ziel ‘gevuld’, dan kun je het boegbeeld door een havenmeester tegen klinkende munt laten opwaarderen. En met een opgewaardeerd boegbeeld kun je meer geschut en koopwaar laden. De gedachte is poëtisch, de uitvoering is onderhevig aan budgettaire beperkingen en kansberekening. Het opwaarderen van je ziel is duur en het blijkt om de haverklap te ‘mislukken’ – wat dat ook moge inhouden. Op het Engelstalige forum wordt druk gespeculeerd over de reden: mislukt het vooral in drukbevolkte steden of juist in dunbevolkte? Hangt het af van je level, van je band met de stad waar je je bevindt, van het humeur van de havenmeester? Na vijf mislukkingen brak mijn boegbeeld zelfs in stukken (‘Yes!’) en moest ik op zoek gaan naar een nieuw exemplaar.

Aldus gesticht ondernam ik mijn eerste handelsreis van Alexandrië naar Amsterdam. Tot mijn verbazing waren de Lage Landen weergegeven als een feeërieke baai met hagelwitte stranden, omringd door een hooggebergte met besneeuwde toppen. Mokum lag er knus bij, daar aan de voet van de Hollandse Bergrug. Daarentegen was de weergave van Reykjavik – wat etymologisch ‘rokerige baai’ betekent – een juweeltje van Noord-Europese middeleeuwse architectuur, met vakwerkhuisjes gedompeld in een zachte mist, verbonden door kleine grachtjes en ingeklemd tussen bemoste stadswallen en uit het lood gezakte hoektorens. Alleen jammer dat Reykjavik niet bestond in de zestiende eeuw. Het werd pas halverwege de achttiende eeuw gesticht en kreeg in 1786 stadsrechten.

Was dit spel niet ook bedoeld om de deelnemers spelenderwijs historische en aardrijkskundige informatie te geven? In Chinglish uitgedrukt: ‘The game reappears the great geography discovery of the navigation age.’ Het is een berucht probleem van ‘realistische’ games dat ze vaak wel fotorealistisch, maar niet realistisch zijn. Het spelwereldje ziet er goed uit, als in een film, maar het klopt niet. Dat is vergeeflijk als de makers doelbewust het realisme opofferen aan de speelbaarheid, maar het is onvergeeflijk als een game historiografische aanspraken maakt. Alsof de educatieve pretentie niet voldoende was doorgeprikt, werd ik op de middeleeuwse IJslandse kade aangesproken door een Franse NPC, zo te zien een luitenant-ter-zee in Napoleontisch uniform, met een sleepsabel (een cavaleriewapen!) op de heup. Hij verzekerde mij trots ‘dat de Britse vloot de sterkste ter wereld is’ en dat hij het een grote eer vond ‘zijne keizerlijke majesteit’ te mogen dienen. Ik antwoordde dat ik trots was op mijn commissie in de Zwitserse marine en vroeg of hij geïnteresseerd was in de aankoop van een koekoeksklok. Medespelers gniffelden. Onzin schept een band.

Ik werd nu toch nieuwsgierig naar de wijze waarop de Chinezen hun eigen land weergaven en wendde de steven naar Guangzhou, de stad aan de Parelrivier. Dat is vanaf Amsterdam een flink stuk varen, waarbij je de Doldrums, Kaap de Goede Hoop en een paar piratennesten moet trotseren. Eenmaal in de Chinese Zee gekomen werd ik links en rechts ingehaald door razendsnelle jonken met zeilen en vrijboorden in de felste kleuren. Het is historisch gerechtvaardigd dat de langsgetuigde jonk (afgeleid van het Maleisisch adjong voor ‘groot schip’) met zijn door latten verstevigde zeilen sneller en hoger aan de wind vaart dan de dwarsgetuigde Europese schepen van die tijd. Maar mijn schip was een Mediterrane kaper met een latijnzeil, een scheepstype dat ook aardig wat knopen deed.

De onderwaardering van mijn ‘westerse’ zeilage was geen toeval, zo bleek op de markt van Guangzhou. De Spaanse sinaasappels gingen er in als koek, maar de conversatie was op z’n zachtst gezegd terughoudend. Een Chinese NPC overviel me met de vraag: ‘Waarom laten we onze koopwaar door buitenlanders vervoeren terwijl we het zelf veel beter kunnen?’ Een andere NPC, die er zelfs voor een mandarijn zwaar overdressed bijliep, beet mij toe: ‘De Britten zijn lange tijd oppermachtig geweest, maar nu neemt een nieuwe macht het roer over.’ Ik voelde me allengs ongemakkelijker. Dit revanchisme deed meer denken aan de Boxer-opstand dan aan de hoogtijdagen van de Ming. Daar kwam nog bij dat de thee zwaar aan de prijs was en alleen beschikbaar voor spelers van het hoogste niveau. Wat voor spelletje werd hier eigenlijk gespeeld?

Ik liet mijn kapitein achter te midden van de theebalen en begon websites, IP-nummers en kamers van koophandel uit te pluizen. De uitgever van VCO, Internet Gaming Gate, blijkt een consortium van drie reuzen uit de Chinese gamewereld te zijn. Het gaat om het IT-bedrijf Unigium en de spelontwikkelaars Snail Game en Moli Group, alle gevestigd te Shanghai en samen goed voor een portefeuille van tientallen games met tientallen miljoenen spelers in China, Hongkong, Taiwan en Zuid-Korea. Moli en Snail beweren de Chinese markt te domineren en zijn van plan ook de rest van wereld te veroveren met rollenspellen van Chinese snit. Het vermakelijke is nu dat VCO niet alleen technisch, maar ook inhoudelijk hun ambitie weerspiegelt. De website van Snail Games vertelt een heel ander verhaal dan de officiële site van VCO. Het spel ‘volgt de vijfduizend jaar oude geschiedenis en cultuur van China en de nautische band tussen China en de rest van de wereld’, aldus Snail Games. ‘Het begint in de Middellandse Zee waar elke speler zijn eigen mysterieuze levenservaring opdoet. Maar allen hebben een vaste overtuiging: het Moederland is het thuis voor alle Chinezen in de wereld. Zij koesteren dit geloof in hun harten en zoeken altijd weer de weg naar huis.’

Zoveel chauvinisme was ik niet eerder in een spel tegengekomen. Het was bepaald confronterend. Ik besefte dat Aziatische, Arabische of Afrikaanse gamers zich jarenlang net zo moeten hebben gevoeld. In de eerste westerse games waren slechteriken net als in oude Hollywood-films steevast niet-westers. Ze spraken met belachelijke accenten en hun beschaving werd volkomen clichématig voorgesteld. Dat is veranderd onder invloed van de mondiale opmars van gaming. De nieuwe generatie westerse games is multicultureel teneinde aan een internationaal spelerspubliek tegemoet te komen. Gevoeligheden van religieuze, raciale of politieke aard worden zorgvuldig ontzien, andere beschavingen gerespecteerd. Het baanbrekende strategiespel Shogun (1999) van Creative Assembly speelt zich geheel af in middeleeuws Japan en getuigt van grote liefde en intieme belangstelling voor de Japanse cultuur. In Battlefield 2 verslaan Chinezen en Arabieren de modernste Amerikaanse legers. In Sid Meiers Civilization maken de Inca’s evenveel aanspraak op de wereldmacht als Fransen of Britten en zelfs in het schietspel Counter-Strike maken de ‘terroristen’ precies evenveel kans als de ‘ordetroepen’. VCO loopt een generatie achter, en niet alleen vanwege het ondoorgrondelijke taalgebruik.

Met lege handen en een hoofd vol vragen keerde ik aan boord terug. Op weg naar Europa voer ik om via Suez om spotgoedkope dadels in te slaan. Intussen schoot ik uit balorigheid zo veel mogelijk Chinese koopvaarders in de grond. Dat ging natuurlijk zomaar niet. Chinese fregatten en zwaarbewapende ‘arbitrale schepen’ (wat mocht die term nu weer betekenen?) sloegen alarm en achtervolgden me tot aan de rede van Luanda. Eentje kon ik met pijn en moeite afzinken, een tweede kon ik met veel kettingschot op afstand houden. Om aan de derde te ontkomen moest ik mijn hele lading Egyptische dadels overboord zetten. Platzak, hongerig en op een haar na lekgeschoten dobberde ik de havenhoofden van Luanda binnen. Terwijl ik op de steiger stond uit te hijgen, brieste een zwarte NPC, gekleed in lendendoek, in mijn nek: ‘Het wordt hoog tijd dat we alle westerlingen ons land uit gooien.’

Het werd me droef te moede. Totdat ik werd aangesproken door een schattig en ditmaal gelukkig menselijk Chinees spelfiguurtje, Little Qi genaamd. Zij vroeg allerbeleefdst of ik wist hoe zij haar avatar kon opheffen. Zij wilde namelijk piraat worden en daartoe moest zij haar schip ombouwen. Piraat worden? Kon dat dan? Jazeker, zei Qi, en als we met genoeg zijn, kunnen we de handelsvloten tussen China en Europa in hun eigen havens in de grond boren. Eens kijken of de spelleiding daar een antwoord op heeft. My kind of girl! Qi begreep de instructies ook niet allemaal, maar ze begreep precies waar het in online games om draait.

Ik zei dat ik haar graag wilde helpen als zij mij kon vertellen hoe je piraat werd. Dat bleek mogelijk te zijn door de Grote Oceaan over te steken en je aan te melden op het Caribische eiland Tortuga. Daar zaten onze geestverwanten, daar wapperde de doodskopvlag fier in top. We besloten gezamenlijk de lange oversteek te wagen, verenigd in ons streven wraak te nemen op dit al te strak geordende wereldje. Dat bleek nog niet eenvoudig te zijn en voordat we ons plan konden uitvoeren was ik alweer afgezwaaid. Aan elke zondag komt een eind. Maar die vlag blijft wapperen. Behouden vaart, Little Qi.