Onder de douche

Altijd een moeilijk moment: je verlaat overdonderd de bioscoop, helemaal vervuld, bijna of geheel in tranen, en net als je steun wil zoeken bij degene met wie je naar de film was, zegt die: wat een kutfilm, hè. Er zit weinig anders op dan na die klap in je gezicht in sneltreinvaart de stadia van rouwverwerking te doorlopen – ontkenning, woede, berusting – om een halve minuut later sportief terug te kunnen komen met: ja lekker, biertje. Maar ondertussen: voorgoed is de glans verdwenen van het nog maar net doorleefde euforische moment.
Van oudsher is de Volkskrant die feestverstoorder en NRC Handelsblad degene die z’n zakdoek aan het zoeken is. Cultureel gezien dan. Nergens komt de unverfroren identiteit van beide kranten zo pregnant tot uiting als in hun kunstkritiek. Want of het nu gaat om films, om toneel, om muziek of om literatuur: bij de Volkskrant zitten de chagrijnen en bij NRC Handelsblad de positivo’s. Uitzinnig publiek bij een concert? De Volkskrant neemt afstand – nog nooit werd er zo doods en routinematig gespeeld – en NRC Handelsblad laat zich met graagte meeslepen – de oude rotten hebben hun magie nog steeds niet verloren.
Laatst ging het toneelstuk Hotel Atlantico van Frank Houtappels in première. De Volkskrant schreef dat de gesprekken aan de oppervlakte blijven en niemand echt tot elkaar lijkt te kunnen komen, maar dat dat maar niet tot schrijnend of aangrijpend toneel wil leiden. NRC Handelsblad ondervond een ‘vreemd effect op de toeschouwer’ van de tekst die niet te zwaar is en net niet te licht: het lijkt allemaal zo vlot, maar bij nader inzien is de tragiek van voorbije levens scherp getekend.
Voor wie het dan nog niet heeft begrepen: de Volkskrant geeft twee sterren, NRC Handelsblad vier.
Toeval? Nee. Dat is het gekke. Het verschil in toon en waardering tussen de gemiddelde Volkskrant-recensie en die in NRC Handelsblad is systematisch. Zo systematisch dat je je afvraagt waar het begint: zoekt de krant zijn recensent, of zoekt de recensent zijn krant? En dan: gaan ze door een wringer, bestaan er verschillende leerscholen, zijn ze eigenlijk met elkaar in discussie?
Kees van Beijnum schreef in opdracht van De Bijenkorf de traditionele boekenweekuitgave van het warenhuis. De Volkskrant vindt het een totaal mislukte onderneming, vlak en lusteloos geschreven en vol clichés. NRC Handelsblad vindt het jammer dat het boekje alleen maar te krijgen is bij De Bijenkorf, zo verrukt is de recensent van Van Beijnums ‘onnadrukkelijke maar ontroering opwekkende stijl’.
Misschien hebben we hier het toverwoord wel te pakken: ontroering. Professionele beschouwers die ontroerd raken, ik denk dat je ze niet in de Volkskrant en wel in NRC Handelsblad vindt. Even afgezien van de vraag of dat nu iets positiefs is of niet – zelf ben ik van de school dat je wantrouwen moet koesteren tegen alles wat je in tranen brengt, en tegelijkertijd in de praktijk degene die steevast huilend de bios verlaat, hetgeen hoe dan ook tot verschrikkelijke spagaten leidt – als ontroerde partij ben je ook altijd de kwetsbare partij. Je hebt je namelijk laten verblinden door iets wat door een ander wordt weggezet als een draak, en die lijkt dan het intelligente gelijk aan zijn kant te hebben. In de kunstkritiek zijn ‘sentimenteel’ en ‘kitscherig’ de meest dodelijke kwalificaties die je in stelling kunt brengen; degene die dacht iets ‘ontroerends’ en ‘authentieks’ te hebben gezien of gelezen, is er ingestonken.
Zowel in de Volkskrant als in NRC Handelsblad werd het boekenweekgeschenk van Tim Krabbé negatief beoordeeld. Maar waar de Volkskrant al in de eerste zinnen blijk geeft van reserve, argwaan en irritatie, om daarna op een omineuze manier wat complimenten te geven (‘de start is sterk’) en uiteindelijk des te vernietigender uit te halen (‘Zelfmedelijden en vulgair naturalisme blazen het verhaaltje uit, en laten de lezer achter in verwondering over zoveel onnozelheid’), is NRC Handelsblad in feite alleen maar lovend, zowel over de schrijver in het algemeen als over dit boek.
Weer betoont NRC Handelsblad zich degene die zich heeft laten meeslepen, alleen vindt de recensent het onvergeeflijk dat de schrijver de plot nog eens helemaal uitlegt op de laatste bladzijde.
Die mening is overigens ook nog eens te beluisteren en te bekijken in een nieuwe videorubriek op de boekensite, ‘het NRC leest’. In de intro zie je de boekenchef in alle mogelijke huiselijke situaties met een boek in de weer. Ik weet niet of het de bedoeling is, maar het levert ontroerende beelden op.