Onder de huid van geliefden

ANNE ENRIGHT
TAKING PICTURES
Jonathan Cape, 227 blz., € 22,30
In het Nederlands verschenen als Het weer van gisteren. Vertaald door Marijke Versluys, De Bezige Bij, 241 blz., € 18,90

De gezinnen van de Ierse schrijfster Anne Enright zijn nooit wat ze zouden moeten zijn. Ze bieden nooit geborgenheid, nooit het gevoel van thuiskomen. Een huis is iets waar een kille tocht doorheen gaat, geen bron van warmte. Misschien heeft het met een doortrokken, Iers gevoel voor humor te maken, die meesterlijke ironie waarmee je alle ellende kunt relativeren, maar waarmee je net zo zeer geluk relativeert.
In The Gathering, waarvoor Enright in 2007 heel terecht de Man Booker Prize kreeg, weet de hoofdpersoon, de ex-journaliste Veronica, niet meer precies wat ze allemaal beleefde met haar overleden lievelingsbroer. Herinneringen en fantasieën zijn met elkaar versmolten. Ze is ziedend, woedend, maar of er één iemand is die ze de schuld in de schoenen durft te schuiven – ze weet het niet, maar steeds duidelijker wordt dat zelfs een gezin van twaalf kinderen te klein was om haar lievelingsbroer te redden. Te weinig liefde, te veel geheimen.
Met The Gathering nog in het achterhoofd is het goed om de verhalenbundel Taking Pictures te lezen; de verhalen spelen zich in dezelfde atmosfeer af, met nadruk op de geheime levens van alledaagse families, al staat Enright zichzelf toe nu grappiger te zijn. Taking Pictures verscheen vorig jaar, alweer een tijdje terug; in maart verschijnt de Amerikaanse uitgave, dezelfde bundel maar dan met de titel Yesterday’s Weather. Voor Enright is het gezinsleven de bron van alle kommer en kwel; het gezin zit carrières in de weg, kinderen remmen seksuele fantasieën af, vaders en moeders worden oud en gaan dood, mannen komen en gaan (vreemd) en laten constant hun vrouwen verraden en teleurgesteld achter (veel niet-erecte penissen in deze bundel). Het is niet eens zo dat dat verraad of die teleurstelling in elk verhaal weer moet worden bewezen; het is er nu eenmaal, een zeurderige pijn die je beter kunt uitzitten, omdat naar de dokter gaan in verhouding meer werk is. Die vanzelfsprekendheid zit in de kleine passages tussendoor, zo alledaags dat je er amper bij stilstaat. Een beddenverkoopster (in In the Bed Department) ziet een groepje slordige bouwvakkers en denkt aan thuis. ‘Niet dat ze een hekel aan mannen had. Ze had twee volgroeide zonen thuis, dus ze was eraan gewend: hun vrolijkheid, hun onverschilligheid en de puinhoop.’
Het verdriet van Enrights personages heeft niet per se externe oorzaken, allemaal hebben ze hun eigen wereldvrees, hun schuldgevoel, hun nooit gerealiseerde ambities, hun onvolkomenheden. Het wereldse, logistieke, zit liefde in de weg. In het titelverhaal zegt een vrouw over haar verloofde: ‘Sommige nachten blijf ik bij hem thuis en sommige nachten ben ik in mijn huis. Al het heen en weer bewegen maakt ons ongeduldig, met de vermenigvuldigende tandenborstels en een permanente onderbroek, gedragen of ongedragen, onder in mijn handtas.’
De verhalen zijn foto’s van levens, momentopnames. Een vrouw negeert de affaires van haar man, totdat een van ‘zijn meisjes’ verongelukt; een vrouw raakt tot het neurotische af steeds meer van zichzelf bewust als ze de klanten in haar winkel observeert. Het uiterlijk is belangrijk, want Taking Pictures gaat ook over de fysieke vrouw. Lichamen zijn zwanger, hebben kanker, anorexia, lijden onder katers, onder ouder worden, onder seks en onder verliefdheden. Enright weet telkens haar proza aan te passen, de juiste woorden voor de verschillende toestanden te vinden. Ze is evenveel Sylvia Plath (hysterisch) als Alice Munro (berekenend). Mooi, in het verhaal Honey, hoe ze beschrijft hoe het lichaam aanvoelt van een vrouw die snakt van lichamelijke begeerte: ze voelt zich doorweekt in zijn aanwezigheid, ‘they stood with their arms slightly lifted from their sides, as though their fingers were dripping water’.
Taking Pictures leest snel. Het zijn korte verhalen van tien, vijftien bladzijden. Dat is misschien het enige wat je tegen de bundel in kunt brengen: de verhalen zijn zo kort (en er zijn er veel, 21) dat je ze niet als vanzelfsprekend uit elkaar kunt houden. Juist door hoe kort ze zijn doen ze denken aan die eeuwige columnbundels, van de Sylvia Wittemans van deze wereld, die in alle stationsboekhandels liggen. Natuurlijk zijn dat geen vergelijkbare grootheden, maar toch geeft de vergelijking Anne Enrights schrijven een meerwaarde: Enright kijkt niet weg, ze zoomt in op alle pijnlijke waarheden en onuitgesproken frustraties binnen het gezin. Niet uit cynisme, maar juist omdat ze onder de huid van geliefden wil kruipen.