De olieraffinaderij van Curaçao

Onder de rook van Shell

Op 10 oktober houden de Nederlandse Antillen op te bestaan. Curaçao wordt een autonoom land binnen het Koninkrijk. Intussen staat er in Willemstad nog een erfenis uit de koloniale tijd te roken. Met ernstige gevolgen voor de volksgezondheid.

DE OLIERAFFINADERIJ Isla bij Willemstad spuugt en borrelt en stampt 24 uur per etmaal. Op dagen dat het tegenzit kruit de olie de kant op en jaagt de noordoostpassaat zwarte fijnstofdeeltjes en een zure zwavelgeur door de wijken die onder de rook liggen. En er zijn tegenwoordig regelmatig dagen dat het tegenzit. In Buena Vista, de wijk in Willemstad waarvan niet meer te achterhalen is aan welk schoon uitzicht zij ooit haar naam ontleende, bepalen tientallen rondbuikige containers en schoorstenen het beeld aan de horizon. Een fakkel braakt als een hitsige draak dag en nacht een gele vlam uit. In een hoek van het Schottegat, de baai waaraan de raffinaderij ligt, is uit de restanten van jaren olieverwerking een tachtig hectare groot asfaltmeer ontstaan, zwarte drab waarin dode vogels verkleven. Op de joodse begraafplaats Beth Chaim, grenzend aan de hekken van de raffinaderij, zijn de grafstenen aangevreten door aanslag.

In de spreekkamer van huisarts Alex Roose melden zich mensen met longklachten, huidaandoeningen en, op dagen dat het tegenzit, brandende ogen of misselijkheid. Roose: ‘Mijn praktijk staat in een arme wijk waar veel bewoners kampen met gezondheidsklachten ten gevolge van de uitstoot van de raffinaderij. Schade aan organen, ogen, huid, longen. Ik kom het allemaal tegen. En astma. Veel astma. Ik heb het inmiddels zelf ook.’

Op dagen dat het tegenzit moet rector Erwin Coster van het Maria Immaculata Lyceum zijn school sluiten. Vorig jaar was dat drie keer het geval. Hij vertelt: 'Toen ik hier 27 jaar geleden kwam werken maakte ik ’s ochtends eerst alle tafels in de klas schoon, want die waren bezaaid met kankerverwekkend fijnstof. Dat is nu grotendeels verholpen omdat de raffinaderij een filter heeft geplaatst, maar we zitten nog steeds met stankoverlast. Als de wind draait hebben we direct last van rook en penetrante geuren. De leerlingen worden kortademig, krijgen tranende ogen of braakneigingen. Als het aantal ziekmeldingen oploopt, bel ik de milieudienst, die adviseert het schoolbestuur om al dan niet te sluiten. Daarnaast zijn er regelmatig incidenten, breekt er brand uit of ontsnapt er gas op de raffinaderij. Dan komen er giftige stoffen vrij en is er sprake van een enorme rookontwikkeling die zelfs bij een gunstige windrichting niet te harden is.’

Peter van Leeuwen, apotheker en oprichter van de stichting SMOC, Schoon Milieu Op Curaçao, spreekt van 'het grofste milieuschandaal in het Koninkrijk’ en Norbert George, onafhankelijk eilandsraadslid en initiatiefnemer van de stichting Humanitaire Zorg, gaat zelfs nog een stap verder: 'Het is een misdaad tegen de menselijkheid.’

Dergelijke grote woorden stuiten Gilbert Wawoe, directeur van Shell Curaçao van 1974 tot 1978 tegen de borst: 'Als de raffinaderij een cat cracker heeft die eruit moet, dan veroorzaakt dat enorm veel last. Van roet, rook en - het eerste half uur - stank. Dat is een feit. Net zoals de gezondheidsklachten dat zijn. Maar bij de presentatie van een rapport van Rijnmond over de schadelijke gevolgen van de raffinaderij vroeg een van de aanwezigen aan de onderzoekers hoe ze aan het gegeven kwamen van zestien doden per jaar. Die moesten daarop toegeven dat dat getal enigszins nattevingerwerk was. Waarop een dame opstond en zei: “Stel dat het klopt dat zestien mensen per jaar overlijden door de raffinaderij, hoeveel meer komen er niet om in het verkeer? Maar dat is toch geen reden om auto’s te verbieden?”’

DE GESCHIEDENIS BEGON in 1914 bij het meer van Maracaibo in Venezuela. Daar werd een groot veld ruwe olie aangeboord. Shell wist wel raad met dat vloeibare goud en vestigde een olieoverslagplaats en raffinaderij op een schiereiland - isla in het Papiaments - in de baai van Asiento op Curaçao. In de volksmond werd het complex al snel aangeduid met 'Isla’. In korte tijd verdrong de oliemagnaat de kerk van haar prominente plaats in de samenleving. Werkgelegenheid, economie, onderwijs, de tentakels van de Koninklijke reikten tot in alle uithoeken van de samenleving. Een Nederlandse olie-elite streek neer op Curaçao met in haar kielzog leerkrachten, ambtenaren en zakenlieden. Zich verschansend achter hoge hekken in de witte enclaves Emmastad en Julianadorp vormden ze een eilandje op een eiland.

Migranten van de Britse Cariben tot Madeira en van Oost-Europa tot Libanon trokken in groten getale naar het eiland beneden de wind om daar als arbeider de kost te verdienen. Meer dan twintigduizend banen had Shell in die vooroorlogse periode te vergeven. In twintig jaar vervijfvoudigde de bevolking en maakte de economie een stormachtige ontwikkeling door.

De banden tussen de raffinaderij en de politieke elite waren vanaf het eerste moment innig. Vóór het Statuut van 1954 bestond de driehoek van het koloniaal gezag uit de gouverneur, de bisschop en de directeur van de Shell. Tijdens de oorlog was de Shell de grote brandstofleveraar voor de geallieerde troepen. Maar na deze glorietijd keerde het tij, althans voor de werknemers. De automatisering in de jaren vijftig leidde tot massaontslagen en bracht een migratiestroom in omgekeerde richting op gang. De Portugezen, Brits-Indiërs, Venezolanen en Surinamers waaierden voor een deel weer uit over de wereld, terug naar hun geboortegrond.

In de tweede helft van de jaren zeventig verrichtten de artsen Kroon en Westerman onderzoek naar gezondheidsklachten op Curaçao. Duidelijk werd dat veel longgerelateerde aandoeningen samenhingen met de uitstoot van de raffinaderij. In 1983 presenteerde de milieudienst Rijnmond een rapport waaruit bleek dat de luchtvervuiling onmiskenbaar gezondheidsschade tot gevolg had. En toen verraste Shell in 1985 vriend en vijand met de mededeling dat ze de raffinaderij wilde sluiten. Volgens eigen zeggen vanwege de dalende olieprijzen en de economisch ongunstige situatie. Peter van Leeuwen: 'Natuurlijk had Shell economische motieven voor haar vertrek, maar zij wist ook dat de aangerichte milieu- en gezondheidsschade inmiddels in de honderden miljoenen liep, de studies daarover kende zij. Na zeventig jaar profiteren van de raffinaderij liet zij het eiland zonder tranen achter met een zware erfenis, die alleen maar zwaarder is geworden.’

Oud-Shell-directeur Gilbert Wawoe reageert op die uitspraak als door een wesp gestoken: 'Zo'n aantijging irriteert mij mateloos, omdat Shell juist de jaren voor haar vertrek uit Curaçao veel heeft geïnvesteerd om de schade te beperken. Een voorbeeld: er was een tijd dat er in het Schottegat geen levende vissen meer voorkwamen. Shell heeft gezegd: als wij de oorzaak zijn van die vervuiling, dan zullen wij dat probleem ook oplossen. Ze heeft haar maatregelen genomen en nu zijn er weer op grote schaal vissen. Een tweede voorbeeld: de oude korte schoorstenen hebben wij in die laatste periode vervangen door schoorstenen van meer dan honderd meter hoog. Waarom denkt u? Uit milieuoverwegingen.’

De optie om de raffinaderij te sluiten was een spookscenario voor de eilandsraad. Shell was op dat moment goed voor tweeduizend werknemers en 25 procent van het bnp. De onderhandelingen duurden maanden en uiteindelijk kwamen de verschillende partijen tot overeenstemming. Shell verkocht de raffinaderij voor één Antilliaanse gulden aan de eilandsraad onder een belangrijke bindende voorwaarde: zij eiste dat zij - evenals de exploitanten na haar - gevrijwaard zou blijven van schadeclaims.

Carlos Weeber, architect en lid van de one issue-partij MSI (Movementu Solushon Isla), die zich sterk maakt voor sluiting van de raffinaderij, zegt: 'Curaçao heeft zitten slapen tijdens de onderhandelingen. De eilandsraad is ingegaan op dat overnamebod uit angst voor werkloosheid. Shell deed nogal moeilijk waardoor Nederland de druk op Curaçao opvoerde om akkoord te gaan met de deal. Het gerucht gaat dat Lubbers nog is overgevlogen omdat hij een uittocht vreesde van ontslagen werknemers richting Nederland. Uiteindelijk heeft de eilandsraad bijna klakkeloos ingestemd met de deal. Gilbert Wawoe, een klas- en studiegenoot van mij, heeft de constructie mede bedacht. We zien elkaar tot op de dag van vandaag, maar op dit punt zijn we het grondig oneens.’

Gilbert Wawoe: 'Als directeur van Shell heb ik samen met anderen mogelijke scenario’s voor de toekomst van de raffinaderij bedacht en dit was er een van. Op het moment dat de raffinaderij werd overgedragen aan het eiland was de boekwaarde meer dan vier miljard. Shell heeft tegen de regering gezegd: “Mijne heren, wij zijn klaar om de zaak te sluiten en schoon te maken tot anderhalve meter onder het maaiveld. Dat gaat een jaar of vier, vijf duren. Dat is optie één. De tweede optie: u wilt de raffinaderij behouden vanwege haar economische belang voor Curaçao? Dan kunt u haar van ons overnemen voor één Antilliaanse gulden, maar aangezien wij er niet meer zijn om de zaak op te ruimen, willen we niet aansprakelijk gesteld worden voor welke eventuele schade ook. Aan u de keuze.” Het is optie twee geworden.’

De eilandsraad verhuurde de raffinaderij vervolgens aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij Petróleos de Venezuela SA, afgekort tot PDVSA. De stabiliteit in de regio was Venezuela de huurprijs wel waard. In 2000 tekende PDVSA bij voor negentien jaar. Een geruisloze contractverlenging zit er in 2019 niet in, want inmiddels zijn er verschillende organisaties op het gebied van milieu en gezondheid die zich flink roeren.

'VONNIS ISLA MEGA-ZEGE’, kopte het Antilliaans Dagblad woensdag 13 januari. Een mega-zege voor de milieuorganisatie SMOC en de gezondheidsorganisatie Humanitaire Zorg. En een persoonlijke zege voor hun voormannen Peter van Leeuwen en Norbert George. Die beide Davids hebben Goliath een gevoelige slag toegebracht. De raffinaderij moet zich houden aan de normen voor uitstoot van zwaveldioxide. Doet ze dat niet, dan gaat haar dat 75 miljoen gulden per jaar kosten. Van Leeuwen: 'Eindelijk. Er zijn periodes geweest dat ik dacht: waar ben ik in godsnaam mee bezig. Ik heb die stichting in 2001 opgericht om te onderzoeken wat voor milieu- en gezondheidsproblemen de raffinaderij veroorzaakt en om tot een oplossing te komen. Vier jaar lang hebben we informatie verzameld, maar we bereikten niets, niemand luisterde naar ons, de GGD niet, de milieudienst niet. Iedereen zei: interessant, maar we kunnen niks. Een juriste met wie ik in contact kwam raadde me aan om een rechtszaak te beginnen. Vervolgens ontmoette ik Norbert George die met hetzelfde idee rondliep en samen hebben we een zaak aangespannen tegen de overheid. Die heeft in '94 een hindervergunning afgegeven waarin staat aan welke normen de raffinaderij moet voldoen. De metingen laten zien dat de normen worden overschreden, dus zeggen wij: overheid, handhaven nu. Dat is onze enige eis, maar in al die jaren heeft de regering niets maar dan ook niets ondernomen. Ondanks tussenuitspraken van de rechter, ondanks druk van een breder wordend actiefront, ondanks een groeiende bewustwording. Hoe verklaar je dat? Ik heb het rechtstreeks gevraagd aan de eilandsraad: waarom zijn jullie, als verantwoordelijken voor de gezondheid van burgers, zo laks? De vergunning was onder druk van PDVSA uitgekleed tot de dunst denkbare hindervergunning, en zelfs dat slappe aftreksel wordt niet gehandhaafd. Hoe kan dat nou toch? Ik heb nooit antwoord gekregen.’

George: 'Toen ik bezig was met een dissertatie over de economische ontwikkeling van Curaçao vanuit mijn professie als management-adviseur merkte ik dat er over de olie-industrie weinig informatie beschikbaar was. Ik ben milieurapporten gaan lezen om via de voetnoten specifieke bronnen op te sporen. Zo stuitte ik op alarmerende berichten over de gevolgen van de uitstoot van de raffinaderij. Ik besloot de wijk in te trekken om te kijken of de situatie inderdaad zo rampzalig was. Tijdens dat wijkbezoek sprak een vrouw me aan. Ze vroeg me of ik net als al die anderen kwam kijken om nooit meer terug te keren of dat ik daadwerkelijk van plan was haar en haar astmatische dochters te helpen. Ik besloot tot dat laatste, richtte Humanitaire Zorg op en ging een samenwerkingsverband aan met SMOC, Milieudefensie en Friends of the Earth International. Ik schreef een open brief aan de Nederlandse regering om de kwestie op de agenda in Den Haag te zetten. Het zou voor mij makkelijker zijn om het onderwerp op het eiland aan te kaarten met de druk van Den Haag in de rug. Moet je nagaan: 12,5 procent van de bevolking op Curaçao, waaronder ruim 5500 kinderen, wordt structureel blootgesteld aan schadelijke stoffen met enorme gezondheidsschade tot gevolg. In Nederlandse verhoudingen hebben we het over de totale bevolking van Groningen, Drenthe, Friesland en Zeeland.’

George besloot zelf actief te worden in de Curaçaose politiek, onder het motto be where the power is, en knoopte contacten aan met Ronald van Raak van de SP. Peter van Leeuwen op zijn beurt benaderde Femke Halsema van GroenLinks.

Van Leeuwen: 'In 2004 bracht toenmalig minister voor Koninkrijkszaken Thom de Graaf een bezoek aan Curaçao. Wij vertelden over onze bevindingen, maar hij was van mening dat milieu een eilandaangelegenheid is. Wij reageerden: meneer de Graaf, dat mag misschien wel zo zijn, maar het probleem is veel te groot voor zo'n klein eiland, de knowhow om het probleem op te lossen is er niet, bovendien gaat het om onrechtmatig handelen. Als het eiland niet doet wat je mag verwachten, dan moeten we naar het land Antillen gaan en als op dat niveau ook niets gebeurt, kloppen we aan bij Nederland, en als Nederland het laat afweten, gaan we naar het Europese Hof, want op dit moment worden allerlei elementaire rechten met voeten getreden.’

Thom de Graaf bood daarop technische ondersteuning aan om de problemen op te lossen, zijn opvolger Pechtold deed dat eveneens, zij het onder voorwaarde dat de eilandsraad zelf om die ondersteuning zou vragen. Die was daar niet toe bereid. De toenmalige regeringsleiders hadden de slagzin 'nos mes por’ (we kunnen het zelf) hoog in het vaandel staan. Vervolgens trad Ank Bijleveld aan als staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en zij zette het milieuvraagstuk op de agenda. Femke Halsema diende een motie in om te onderzoeken of Shell en eventuele rechtsopvolgers aansprakelijk gesteld kunnen worden voor vervuiling van lucht, bodem en water en voor gezondheidsschade.

Peter van Leeuwen: 'Ik denk dat het mogelijk is. Op het moment dat jij een product verkoopt waarvan je weet dat het schadelijk is, maar je onthoudt de koper die informatie, dan ben je aansprakelijk. Het was een hoopvol teken dat Ank Bijleveld in 2008 in het Sociaal-Economisch Initiatief het handhaven van de milieunormen van de raffinaderij als maatregel opnam. Ze zouden gaan meten en handhaven, de gegevens openbaar maken en een toekomstvisie opstellen. Dat leek een mijlpaal, maar er gebeurde niets. Er is geen toekomstplan geschreven en de meetapparatuur die per 1 januari staat opgesteld bij de joodse begraafplaats is tot op heden niet volledig in gebruik.’

IN 2005 VERSCHEEN er een rapport van onderzoeksbureau Ecorys NEI. Belangrijkste conclusie: sluiting van de raffinaderij bespaart achttien doden per jaar. Acht ten gevolge van zwavel en tien ten gevolge van fijnstof. De schade veroorzaakt door dood, ziekte, verzuim en ziekenhuisopname is zo'n achttien miljoen dollar, vergelijkbaar met wat de raffinaderij aan huur oplevert. Daarbij tekende het bureau aan dat het een minimale schatting betrof; er was niet gekeken naar andere giftige stoffen in de lucht.

Huisarts Alex Roose wijst op nog een schadelijk aspect: 'Die vervuiling heeft ook mentale gevolgen. De wijkbewoners zijn apathisch. Ikzelf ben ook veel gelatener en minder assertief dan een jaar of tien geleden. Vergelijk het met een continue pijnprikkel. Op een gegeven moment stomp je af en voel je minder.’

Carlos Weeber: 'In 2006 won ik een architectuurprijs, de Rotterdamse Maaskantprijs, en met een deel van het geld liet ik een documentaire maken: Rokend hart. Ik schreef er een stukje over in de krant waarop een oud-politicus, Edgar Leito, mij benaderde. Hij had veertig jaar bij de Shell gewerkt, was er begonnen als arbeider, maar had zich pas als politicus gerealiseerd hoe de raffinaderij letterlijk levens van mensen vergiftigt. Samen met een derde hebben we MSI opgericht. Het doel was om in 2019, het jaar dat het leasecontract met Isla afloopt, de raffinaderij te sluiten.’

Afgelopen januari deed MSI mee aan de verkiezingen, maar de partij ging roemloos ten onder, tot verbazing van Weeber: 'We gokten op minstens een paar duizend stemmen. Alleen al onder de bewoners van de wijken onder de rook dachten we een hoop sympathisanten te hebben, maar we kregen maar driehonderd stemmen. Het leeft niet. De Isla is een gegeven. Curaçao zonder de raffinaderij is Curaçao niet meer. De meeste mensen hebben voorouders die in dienst zijn geweest van de Shell, voor migranten was het de reden deze kant op te komen, voormalige negerslaven zijn vaak pas echt geëmancipeerd dankzij de olie. De Isla als reddende engel: dat zit diep. Maar wij proberen duidelijk te maken dat het zo niet langer kan, die viezigheid in het hart van de stad. Er komt een moment dat het levensgevaarlijk wordt en de boel ontploft. Maar in de politiek wil niet iedereen er van horen. Wat wil je? Charles Cooper, de leider van de oppositie, werkt fulltime bij de Isla. Hij kan moeilijk roepen dat de raffinaderij weg moet. En Kenneth Gijsbertha, oud-politicus, is woordvoerder van de Isla.’

DE EILANDSRAAD zegt de Isla niet te willen sluiten vanwege het economische belang en de werkgelegenheid. Van Leeuwen: 'Maar sinds '85 is het aandeel van de Isla in het bnp gezakt van 25 naar 5 procent en de werkgelegenheid van tweeduizend naar negenhonderd. Ik vermoed dat er andere belangen spelen. Politici zijn erop uit om stemmen te winnen en iedereen is het erover eens dat door de aderen van de Antilliaan Shell-bloed stroomt. De dreigende sluiting in 1985 veroorzaakte veel onrust. Nu gaat het om minder banen, maar nog steeds genieten veel mensen voorzieningen van de Isla en zien ze de raffinaderij als een fantastische bijdrage aan de economie. Maar dat is achterhaald. De schade is vele malen groter dan het profijt. En de sociaal zwakkeren zijn de dupe. Zij zijn niet bij machte een vuist te maken. Behalve de gezondheidsschade is er sprake van overlast van licht en geluid. De branders maken een herrie alsof je op de landingsbaan van een vliegveld staat. En áls je daar al doorheen slaapt, word je wakker van die immense vlam, want ’s nachts fakkelen ze het hardst. Het is één oorverdovende lichtshow. De Isla zegt dat ze het probleem aan het oplossen is, maar houdt zo de wijkbewoners al twintig jaar aan het lijntje. Die hebben inmiddels alle vertrouwen verloren. We hebben de raadsleden uitgenodigd in de wijk, ze weigerden te komen. Ik neem het de overheid kwalijk dat ze het al die jaren op zijn beloop laat. Ik vind het tijd voor een parlementaire enquête.’

George en Van Leeuwen verwijten de raffinaderij haar verantwoordelijkheid af te kopen met spiegeltjes en kraaltjes. Van Leeuwen: 'Dan sponsort de Isla een schooltje onder de rook. Airco’s erin, verfje erover, groot bord erbij hoe goed ze voor het milieu en de gezondheid van kinderen zorgen. Of ze schenken een detectieapparaat voor kanker aan het ziekenhuis.’

George: 'Bij de minste of geringste actiebereidheid trekken ze hun portemonnee. Dan leggen ze weer een sportveldje aan of steken een carnavalsgroep in de kleren. Tegenwoordig schijnen er zelfs politieke partijen te worden gesponsord. Veel politici op het eiland zijn ook werknemers op de raffinaderij, en wiens brood men eet, diens woord men spreekt.’

Over wat moet en wat mogelijk is in de toekomst zijn de meningen verdeeld. George: 'Ik denk dat er een moment komt dat wij de vraag of de raffinaderij dicht moet niet meer hoeven te stellen, omdat de internationale gemeenschap ons het antwoord opdringt. Sluiten per onmiddellijk is niet reëel. Je hebt zeven à tien jaar nodig om de Isla af te bouwen. Aangezien het leasecontract afloopt in 2019 ben ik er een voorstander van om nu met afbouwen te beginnen zodat de raffinaderij over negen jaar dicht kan.’

Van Leeuwen: 'De overheid moet onafhankelijke deskundigen een visie laten opstellen. Dan zal blijken dat alternatieve ontwikkeling van dit prachtige natuurlijke havengebied in het hart van het orkaanbestendige eiland enorme kansen biedt. Hoe eerder met ontmanteling en sanering begonnen wordt, hoe beter.’

Weeber: 'Na sluiting komt er een fantastisch ontwikkelingsgebied vrij. De stad zou naar binnen kunnen groeien. Er zouden stranden en een jachthaven aangelegd kunnen worden.’

Wawoe: 'Met technische middelen is het heel goed mogelijk om de raffinaderij in een zodanige staat te brengen dat zij geen last meer veroorzaakt. Zowel wat betreft rookontwikkeling, fijnstof als stank. Dat is niet goedkoop, maar als je een solide onderneming bent zal iedere bank bereid zijn om je geld te lenen.’

Maar misschien velt de rechter voortijdig het vonnis. Er lopen op dit moment verschillende rechtszaken. George: 'We hebben de Nederlandse staat aansprakelijk gesteld voor schending van de mensenrechten en de rechten van het kind. Feit is dat de Shell zich in 1914 onder Nederlands koloniaal bestuur op Curaçao heeft gevestigd. We hebben ook de Nederlandse Antillen en het lokale bestuurscollege aansprakelijk gesteld. En we willen, samen met de Shell Countability Campaign, de strijd aanbinden met Shell. We hebben een aantal jaren geleden een gesprek gehad met toenmalig directeur Jeroen van der Veer, maar hij wijst alle aansprakelijkheid af op basis van het contract uit 1985. Maar ook toen kenden wij in het Koninkrijk de rechtsorde zoals vastgelegd in het Statuut van 1954, met als belangrijke pijlers: deugdelijkheid van bestuur, rechtszekerheid en het waarborgen van mensenrechten. Alle drie de beginselen zijn geschonden. Zo'n deal getuigt niet van deugdelijkheid van bestuur, zo'n vrijwaringseis niet van rechtszekerheid, en de kennis van de schadelijke gevolgen niet van het waarborgen van mensenrechten. Wij willen onderzoeken in hoeverre Shell aansprakelijk gesteld kan worden voor vervuiling van bodem, lucht en water.’

Wawoe: 'Zo'n aansprakelijkheidsstelling is volksverlakkerij. Volgens het burgerlijk recht heeft een overeenkomst die je vrijwillig bent aangegaan rechtsgeldigheid. De hele gang van zaken is volkomen correct. Er is juridisch geen speld tussen te krijgen.’

Van Leeuwen: 'Er is behalve formele aansprakelijkheid ook nog zoiets als morele aansprakelijkheid. We vechten door tot we ons gelijk hebben gekregen.’


@font-face { font-family: “Cambria”; }p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal { margin: 0cm 0cm 10pt; font-size: 12pt; font-family: “Times New Roman”; }p.MsoPlainText, li.MsoPlainText, div.MsoPlainText { margin: 0cm 0cm 0.0001pt; font-size: 10.5pt; font-family: “Times New Roman”; }span.TekstzonderopmaakTeken { font-family: Courier; }div.Section1 { page: Section1; }

Reacties van Tweede-Kamerleden

Ronald van Raak (SP): ‘Shell lijkt haar verantwoordelijkheid te hebben afgekocht. De Nederlandse regering lijkt haar verantwoordelijkheid te ontlopen door zich te verschuilen achter het argument dat de Isla is verkocht aan Curaçao, maar zij is wel verantwoordelijk voor goed bestuur op de eilanden. Curaçao kan de problemen met de raffinaderij nooit zelf oplossen. Daarvoor ontbreekt het aan expertise en bestuurlijke kwaliteit.’

Ineke van Gent (GroenLinks): ‘Vorig jaar heb ik een motie ingediend om juridisch nog eens helemaal door te lichten of Shell aansprakelijk gesteld kan worden. Die motie is aangenomen en wordt nu bekeken. Ik vind dat we alles uit de kast moeten halen om Shell aansprakelijk te stellen. Ank Bijleveld, staatssecretaris Koninkrijksrelaties, heeft zich bereid verklaard een eventuele aansprakelijkheidseis te ondersteunen. Het zou goed zijn als Shell, die zich beroept op maatschappelijk verantwoord ondernemen, haar verantwoordelijkheid in deze kwestie daadwerkelijk zou nemen.’