De geest van een Zuid-Afrikaanse buurt

Onder het gras het plaveisel

Distrik 6 in Kaapstad werd na 1970 binnen vijftien jaar gestroopt en vernietigd. De wijk is hét symbool van het onrecht dat vooral bruine mensen werd aangedaan.

Medium uithang

Toen Cloete Breytenbachs fotoboek The Spirit of District Six in 1970 bij uitgeverij Purnell verscheen, was ik een tweedejaars student aan de Universiteit van Stellenbosch. Chris Barnard had twee jaar daarvoor het eerste hart getransplanteerd in het Groote Schuur Ziekenhuis. Blank Zuid-Afrika blaakte van zelfvertrouwen. In die tijd begon ik, mede door wat er in Distrik Ses aan het gebeuren was, tot mijn schok te ontdekken ik dat er in de periferie van mijn bevoorrechte positie als blank kind veel mis was. Ik begon politiek bewust te worden, ook dankzij wat ik las: Cry, the Beloved Country, Breyten Breytenbachs gedichten. Vaak pakte ik de trein naar Kaapstad, dwaalde door de stad en kwam ook terecht in de straten van Distrik 6, voelde de vitaliteit die heel dichtbij, maar buiten het zicht van de keurigheid van Adderleystraat bestond. Wat er met de wijk aan het gebeuren was, wist ik. Distrik 6 had een enorme symbolische betekenis gekregen en Cloete Breytenbachs fotoboek speelde daarbij een belangrijke rol.
Vier jaar voor het verschijnen van het boek, op 11 februari 1966, had eerste minister P.W. Botha Distrik Ses uitgeroepen tot blank gebied. Dat kon hij doen dankzij twee verschrikkelijke Zuid-Afrikaanse wetten: de Bevolkingsregistratiewet/Population Registration Act (No 30 van 1950) ten gevolge waarvan mensen volgens ras geclassificeerd werden, en de Groepsgebiedenwet/Group Areas Act (No 41 van 1950) waarmee de zogenaamde rassengroepen verschoven konden worden naar ‘eigen gebieden’. Het 'zuiverende’, 'ordenende’ doel hiervan was om rassen zo gescheiden mogelijk van elkaar te laten leven; om de ruimtes van stad en land zodanig af te bakenen dat de menselijkheid van de ene groep zo veel mogelijk aan het oog van de andere onttrokken zou worden. De ontmenselijking tussen Zuid-Afrikanen onderling die hiervan het gevolg was, zindert in volle hevigheid na in Zuid-Afrika, zelfs zestien jaar na de officiële afschaffing van de apartheid, in 1994.
Kanaladorp, of Distrik 6, zoals de wijk in 1867 werd genoemd toen de municipaliteit van Kaapstad nieuw werd ingedeeld, werd na 1970 binnen een periode van vijftien jaar gestroopt, afgebroken, vernietigd. Rond 1980 was er bijna niets meer van over. Distrik 6 is hét symbool van het onrecht dat vooral bruine mensen in de Kaap werd aangedaan. De meeste zwarte mensen waren al in 1901 verwijderd.
Waarom Distrik 6 een doorn in het oog van de toenmalige regering was, was duidelijk. De heterogene wijk lag bruisend en wel vlak bij het centrum, aan de voet van de Tafelberg, met een prachtig uitzicht op de Tafelbaai. Alle talen, kleuren, geloven en culturen leefden door elkaar heen in de dichtbevolkte kosmopolitische wijk met zijn karakteristieke oude gebouwen en smalle straten, waar ook blanken graag gingen winkelen op zoek naar een speciaal lapje stof, vis of specerijen. Ja, er was geweld, er waren bendes met woeste namen als de Gestapo Kids, maar vooral wordt in de orale vertellingen en autobiografieën gerept over de saamhorigheid en gemeenschapszin.
In de buitenwereld overheersten twee beelden: aan de ene kant het uitbundige beeld van de carnavaleske, schijnbaar happy-go-lucky Kaapse Klopse of Coons die op Nieuwjaarsdag in glitterpakken de straten op stroomden richting Groenpunt - daar waar nu het stadion voor het WK 2010 is verrezen. Aan de andere kant was er het grauwe beeld van een overvolle wijk in verval, omdat nooit iets aan onderhoud werd gedaan door de meestal blanke huisbazen. Gebrek aan hygiëne en gevaarlijk verval werden als redenen aangegrepen om het gebied met de grond gelijk te maken en dan maar meteen blank te verklaren. Soortgelijke zogenaamd moderne processen van slum clearance speelden zich in die tijd overal ter wereld af, maar nergens speelde ras zo'n schrijnende rol.
Tussen de 55.000 en 65.000 buurtbewoners werden gedwongen te verhuizen naar zanderige nieuwbouwwijken zonder infrastructuur, kilometers verderop aan de vlakke rand van de stad, ver weg van de berg en de baai. Families en vrienden werden gescheiden. De Kaapse kranten - ja ook Die Burger met Victor Holloway als kunstredacteur, die zich zo interesseerde voor de stad, voor architectuur en fotografie - waren zeer verbolgen over de afbraak en gedwongen verhuizingen die in die jaren op gang kwamen. Vreemd genoeg werd er zeer weinig actie ondernomen om het proces van gedwongen verhuizingen tegen te gaan. Men ging niet en masse voor de bulldozers liggen. De apathie van de bewoners wordt vaak geweten aan hun totale gebrek aan vertrouwen in het politieke systeem.
Van de officiële droom om van Distrik 6 een prestigieuze blanke wijk te maken kwam niets terecht, onder meer door het verzet van groepen als Hands Off District Six Campaign in de jaren tachtig. Het ooit zo bruisende gebied is al meer dan dertig jaar een braakliggende woestenij, desolaat prime property genaamd Zonnebloem, naar een van de boerderijen waar de wijk oorspronkelijk tot stand was gekomen. Slechts geïsoleerde moskeeën en kerken zijn overgebleven als iconen van verzet, als herinnering aan staatsapartheid, aan de 'opruimactie’ van toen. Kijk maar op Google Earth naar de kale vlakte die zich onder De Waalrijlaan uitstrekt: sporen van geplaveide straten en trappen zijn nóg te herkennen tussen de opslag van gras.

In december 1994 is het Distrik Ses Museum in het Zending-Methodistenkerkje in Buitenkantstraat, dicht bij het Kasteel, geopend. Hier hangen tal van foto’s van Cloete Breytenbach. Het museum is in alle opzichten een gemeenschapsproject, waar voormalige inwoners en hun nakomelingen zeer bij betrokken zijn, waarbij orale vertellingen een grote rol hebben gekregen. Ontroerend is bijvoorbeeld de plattegrond op de vloer waarop voormalige bewoners van de straten hun verhalen schrijven.
Cloete Breytenbachs foto’s zijn een belangrijk document; ze markeren een keerpunt in ons bewustzijn van een breuk met het verleden. De foto’s documenteren zowel de continuïteit als de discontinuïteit van herinnering. Over de verlaten ruimtes van de ruïne van Distrik 6 schuiven de beelden die Breytenbach veertig jaar geleden heeft gemaakt van een vitaal stadsdeel, van mensen met samenhang in hun leven. De Distrik Zessers op de foto’s hoorden toen nadrukkelijk nog in hun stad, in hun families. De bruutheid waarmee hier een einde aan werd gemaakt, is bijna niet te bevatten.
Kijk goed naar de foto’s, naar de naambordjes van straten die niet meer bestaan, naar de drukke achterkant van de Hanoverstraatbus, naar Victoriaanse balkonnetjes en art deco-achtige hoekgebouwen met reclame voor Decca-lp’s, de halalslagerij Cassiem en kleermaker Samsodien. De intieme toegang die Breytenbach tot de gemeenschap had is opvallend, hij was zelfs aanwezig bij het mysterieuze Khalifa-ritueel. Kijk naar de slagschaduwen en de zon boven Leeuwkop, kijk naar de grein van afvoerputten en gietijzeren roosters, naar de teksturen van muren en wapperend wasgoed. Let op de krulkopkinderen bij de Kaapse 'Amsterdammertjes’ die de opstap naar de beroemde Seven Steps markeren, kijk naar de graffiti waarvan er vooral een met de tekst 'You are now in Fairyland’ beroemd geworden is. David Kramer en Taliep Peterson stonden vier jaar lang met een voorstelling met liedjes en sketches getiteld Fairyland voor uitverkochte zalen. Kijk naar de blote kinderbeentjes, de opgestroopte mouwen, de bescheiden hoofddoeken. Naar de mensen die zich verzamelen in de moskee, in zangkoren en troepen klopse. De mensen spelen en kletsen, maken muziek en zwieren, eentje valt om van de drank, een ander ligt ziek in bed. Je ziet oude Volkswagen-kevertjes, Mini Minors en bultige vrachtauto’s, goed verzorgde honden, blinkend gepoetste schoenen, vetkuiven die zo uit West Side Story zijn weggelopen, kinderen die over muren klauteren naar wie weet welk achtererf. Met steeds op de achtergrond of in een hoek de eeuwige Tafelberg of de lonkende baai.
Koop na het bezichtigen van de tentoonstelling Breytenbachs boek, om niet alleen opnieuw naar de foto’s te kunnen kijken, maar om ook de verhalen van Brian Barrow te kunnen lezen - waarin trouwens al in 1970 heel opvallend over Distrik 6 werd geschreven in de verleden tijd, over hoe het was. En ga dan volgende week of zo naar de Zuid-Afrikaanse bibliotheek, Keizersgracht 141, waar veel meer over Distrik 6 te vinden is. Bijvoorbeeld de prachtige eerste uitgave van Breytenbachs boek, waarin de foto’s heel scherp zijn afgedrukt. Er zijn ook andere Distrik 6-fotoboeken die later zijn verschenen: door Chris Schoeman, Chris Jansen, Jansje Wissema, George Hallett, Gavin Jantjes en Wilfred Paulse. Lees de korte verhalen van Richard Rive en Achmat Dangor, de prachtige gedichten van Adam Small, ook boeken met titels als Lost Communities: Forced Removals, Imagining the City, Shaped by History, Coloured by Space en Een wond in de stad.
De betekenis van Distrik 6 is nooit overgegaan. Integendeel.


Ena Jansen is hoogleraar Zuid-Afrikaanse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. De fototentoonstelling The Spirit of District Six van Cloete Breytenbach is tot 30 mei te zien in de Melkweg in Amsterdam

Foto boven: Cloete Breytenbach