Toneel

Onder mijne voeten

Toneel: Het Grote Hoofd speelt Shakespeares ‹Feeks›

Shakespeares De getemde feeks is een raamvertelling, waarvan het raam meestal dicht wordt gelaten. Dat raam gaat zo: de dronken bedelaar Sly, die wegens wangedrag uit zijn stamcafé is weggewerkt, wordt opgenomen in het huis van een edelman. Hem wordt wijsgemaakt dat hij van hoge komaf is, en waanzinnig geworden door een geschiedenis met een vrouw. Een troep toneelspelers zal voor hem een komedie spelen, teneinde hem van zijn manische depressie (melancholy, een populaire afwijking in Shakespeares dagen) te genezen. Die komedie gaat onder meer over het temmen van de feeks Katharina door de macho Petrucchio. De laatste keer dat ik de raamvertelling fraai geïntegreerd zag in de kernvertelling was bij de Appel, zo’n zestien jaar geleden. Regie: Erik Vos.

Nu wagen regisseur Anny van Hoof en haar kleine theaterformatie Het Grote Hoofd zich opnieuw aan De Feeks, zoals hun Shakespeare kortheidshalve heet. Mét raamvertelling. Die begint in het theatercafé van het Amsterdamse Compagnietheater. En wordt zo levensecht gespeeld dat menige toeschouwer zich met de kroegruzie ging bemoeien. De gouden greep van de regie is dat de sloeber Sly, eenmaal in het theater, geen toeschouwer wordt maar hoofdrolspeler: hij gaat als Petrucchio de uitdaging aan om de weerspannige barvrouw die hem hardhandig de deur wees binnen Shakespeares komedie te temmen. Begin van de wedstrijd Xander Straat versus Saskia Temmink, Petrucchio versus Katharina («Kaatje»). Richting Kiss me, Kate!

De methodes van Petrucchio zijn de grove middelen die Shakespeare jatte uit de middeleeuwse volkskomedies, waarin de echtgenote «de broek aan had» en door de echtgenoot met sluwe listen in het gareel moest worden gebracht. Die listen bestaan hier uit uithongering, geënsceneerde slaapstoornis, hallucinaties, een soort hypnose. Allemaal vrij treurig en hard. De dubbele bodem die Straat en Temmink spelen is interessanter. Petrucchio wíl dit allemaal niet, maar ziet geen andere oplossing, zoekt zelfs steun bij de toeschouwers. Katharina leert het spel van de marteling mee te spelen, en leert spelenderwijs nóg iets: misschien gaat dit spel wel over echte liefde!

Tegen de tijd dat de martelingen een einde naderen, gebeurt er in deze voorstelling iets prachtigs. Het is al honderd keer gedaan, maar het blíjft keelsnoerend mooi. De man ontdoet zich van zijn pantser, kleedt zich poedelnaakt uit. Hij doet hetzelfde met de vrouw. En wast haar in een piepkleine tobbe, heel teder en zacht. Wat Saskia Temmink hier laat zien is hogeschool van toneelspelen. Boventoon: vernedering, samengeknepen billen. Ondertoon: wat is dit mooi, ik heb dit nog nooit meegemaakt, eindelijk voel ik me als vrouw gezien! In de tekstloos gespeelde scène gaat de ondertoon geleidelijk de boventoon voeren. Totdat de man zijn handen uitnodigend op de grond legt. En de vrouw in de schelp van zijn handen kan stappen. Ik dacht aan een regel van een kinderrijm uit mijn jeugd: «Onder mijne voeten». Wanneer Saskia Temminks «feeks» vervolgens in de slotscène horigheid aan haar man belijdt, is dat geen nederlaag maar een overwinning: het failliet van de mensenhaat méér dan van de mannenhaat, een triomf van de liefde eigenlijk. Petrucchio stapt nu in de handpalmen van Katharina.

De Feeks door Het Grote Hoofd/Theatercompagnie, tot en met 27 maart in het Compagnietheater, Kloveniersburgwal 50, Amsterdam, 020-5205320, www.theatercompagnie.nl