Geprivatiseerd gas en licht

Onder spanning

Nog zeven maanden, en dan moet de Nederlandse markt volledig vrij zijn. Het enthousiasme voor liberalisering van de energiemarkt lijkt niettemin getemperd. De Energieraad waarschuwt voor een oligopolistische markt die duurder, vuiler en minder betrouwbaar is.

«Wij zijn er klaar voor, maar een aantal kleine bedrijven nog niet.» Bestuursvoorzitter Blom van Eneco, het derde energiebedrijf van Nederland, gooit medio april de knuppel in het hoenderhok. Hij pleit voor een half jaar uitstel van de vrijmaking van de consumentenmarkt. Blom vreest een chaos bij uitwisseling van gegevens als massa’s mensen gaan kiezen voor een andere energieleverancier. Alleen al het verschil tussen Jansen en Janssen kan een jarenlange ellende van verkeerde, te veel of juist niet bezorgde nota’s veroorzaken. Volgens de huidige planning mogen de zeven miljoen huishoudens per 1 januari 2004 hun eigen gas- en stroomdistributeur kiezen.

«Er zijn helemaal geen kleintjes», reageert een woordvoerder namens Spark Energy. «Een klein bedrijf kan niet meedoen omdat het onmogelijk landelijk energie kan bieden.» Spark Energy is een van de nieuwkomers op de energiemarkt. Hét resultaat van de liberalisering. Sinds 1 januari 2002 zijn middelgrote zakelijke verbruikers af van de verplichte winkelnering bij het regionale energiebedrijf. Meteen stapte circa dertig procent van de 65.000 bedrijven over naar de concurrentie. Tenminste, ze deden een poging. Elektriciteitsmeters bleken niet op tijd aangepast, er ontstond grote verwarring over administratieve gegevens, lopende contracten waren niet tijdig opgezegd. Kortom, geen vlekkeloze operatie.

Vooral de nieuwe aanbieders ondervonden hinder. Spark Energy: «De boel is willens en wetens gesaboteerd.» Het bedrijf dreigt met een claim van tientallen miljoenen tegen een aantal netbedrijven. Zij beheren en onderhouden de netten en moeten een ongehinderde switch garanderen. Deze netbedrijven zijn onderdeel van distributiebedrijven als Nuon, Essent en Eneco die hun klantenkring zagen krimpen. Duizenden overgestapte grootverbruikers hebben nu na meer dan een jaar nog geen correcte energierekening ontvangen.

Een commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Yvonne van Rooy (Buitenlandse Handel) onderzoekt momenteel of volledige opening van de energiemarkt op 1 januari verantwoord is. Zij geeft hierover voor de zomer uitsluitsel. De commissie werd ingesteld op verzoek van de Consumentenbond. Die vreest een soortgelijke situatie als bij de vrijmaking van de taxibranche: de liberalisering zorgde niet voor lagere prijzen maar wel voor slechtere service. Deskundigen waarschuwen dat de prijs niet zal dalen. «Wat zijn nog de voordelen?» vraagt de bond zich af.

Intussen is furieus gereageerd op Eneco’s pleidooi voor uitstel. MKB-Nederland noemt het «een grove schande» dat de energiebedrijven er niet in slagen hun zaken op orde te krijgen. Uitstel moet «financiële consequenties» hebben, vindt de belangenclub. Diverse brancheorganisaties zinnen op juridische stappen tegen de energieconcerns.

Grote verontwaardiging ook bij de Vrijhandelsorganisatie voor Elektriciteit en Gas (VOEG), die stelt dat het juist de grote bedrijven zijn die problemen hebben, niet de kleine. Uitstel zou een beloning zijn voor de rotzooi die ze zelf veroorzaken, briest VOEG.

PvdA-kamerlid Ferd Crone stelt dat bestuursvoorzitters zich persoonlijk garant moeten stellen dat hun bedrijf de liberalisering aankan. Anders moeten ze maar aftreden. De VVD en het CDA hebben al aangegeven akkoord te gaan met uitstel als het echt niet anders kan. Het zal niet de eerste keer zijn dat het haastige liberaliseringsrooster van de politiek door de weerbarstige realiteit wordt vertraagd. Ook de opening van de groene-stroommarkt voor consumenten is vorig jaar verscheidene malen uitgesteld omdat de sector er niet klaar voor was.

Mensen die kiezen voor groene stroom konden per 1 juli 2002 alvast overstappen naar een ander energiebedrijf; een soort voorproefje. Sindsdien hebben 1,3 miljoen klanten gekozen voor groene stroom, waarbij slechts acht procent koos voor een nieuwe leverancier. Voor het eerst maakte de consument kennis met de nieuwe commerciële trucs van de oude nutsbedrijven en de slimme nieuwkomers. Cadeaubonnen, digitale thermometers, korting bij de Praxis of Expert, Air Miles, kortingen op musea — de kermis is begonnen.

Vooral het bedrijf Our Energy, inmiddels Durion, houdt er sluwe technieken op na. Het benadert consumenten telefonisch met een mooi praatje over kortingen. Enige tijd later vindt de consument een overeenkomst in de brievenbus zonder zich ervan bewust te zijn dat hij daarmee ingestemd had. De Consumentenbond waarschuwt ook voor acties via de Postbank. Wie een tweejarig contract afsluit voor groene stroom van Energie bedrijf.com krijgt een digitale camera cadeau. De voorwaarden deugen echter niet, stelt de bond. Het bedrijf behoudt zich het recht voor belastingverhoging door te berekenen aan de klant. Nu al is bekend dat de prijs in twee jaar zo veel stijgt dat je het fototoestel grotendeels zelf betaalt.

Dat niet alleen in Nederland een chaos dreigt bij de volgende liberaliseringsfase blijkt wel uit de toestand in België. Nuon zet daar paginagrote advertenties in kranten om klanten te ronselen. De Belgen zijn per 1 juli vrij om een ander energiebedrijf te kiezen. Dat wil zeggen, alleen inwoners van het Vlaamse gewest. Brussel en Wallonië komen pas in 2005 of 2007 vrij. Maar vragen per e-mail van een Brusselaar naar de tarieven van Nuon worden prompt vertaald in een kant-en-klare overeenkomst ingaande per 1 juli. Als daar geen zootje van komt…

De ingedutte wereld van de nutsbedrijven is dus ernstig overhoop gegooid. Tot begin jaren tachtig was de heersende opinie dat openbaar nut botst op de kortetermijnvisie van de particuliere drang naar winst. Zo ongeveer iedere gemeente had zijn eigen energiebedrijf. Diensten als water, gas en stroom waren geen producten waarmee gehandeld mocht worden. Dat veranderde plotseling toen de liberaliseringskoorts vanuit Engeland en Amerika overwoei. Het vrijmaken van allerlei markten zou leiden tot meer efficiëntie en lagere prijzen. Telecom, spoorwegen, energie — liberalisering werd het toverwoord van de laatste twee decennia.

De energievoorziening moest mee in de vaart der volkeren. Waarom zou energie niet, net als brood, een marktproduct kunnen zijn? Vanuit Europa werden de regels van het spel gedirigeerd en Nederland ging vlijtig aan de slag. In 1998 mochten allereerst 650 grootverbruikers, samen goed voor 33 procent van het elektriciteitsverbruik, switchen. Met ingang van januari 2002 volgden dus de middelgrote afnemers en vanaf 1 januari 2004 (waarschijnlijk) het midden- en kleinbedrijf en de huishoudens. Daarbij loopt Nederland fier voor de muziek uit. Pas uiterlijk medio 2007 moet de energiemarkt volgens de Europese regels vrij zijn.

Met de vele kansen en gevaren van een vrije Europese markt in het vizier volgt er een fusiegolf in Nederland waarbij duizenden banen verdwijnen. Eind jaren negentig blijven grofweg vijf grote distributiebedrijven en vier grote productiebedrijven over. Liberaliseren is de paarse politiek van dat moment nog niet genoeg. Hoewel het niet is opgenomen in de Europese plannen heeft ze ook haar zinnen gezet op privatisering. Waarom zou de overheid zelf brood bakken? Vooral lokale overheden dromen van de miljarden guldens die buitenlandse energiegiganten bereid zijn te betalen voor de Nederlandse gas- en kolencentrales. Eén voor één worden de productiebedrijven in 1999 voor fabelachtige prijzen verkocht.

De Noord-Hollands/Utrechtse UNA komt voor 4,5 miljard gulden in handen van het Amerikaanse Reliant Energy. Tot schrik van de vakbonden, die de reputatie van de Texanen als keiharde werkgever vrezen. Deze miljardenbuit overtreft alle verwachtingen en de hebzucht van allerlei gemeenten zwelt aan. Daarna koopt het Duitse Preussen Elektra (nu E.On) het Zuid-Hollandse EZH voor 2,35 miljard gulden. Het Belgische Electrabel koopt voor 4,8 miljard gulden Epon in het noorden. Alleen EPZ (beroemd van Borssele) blijft in Nederlandse handen en wordt eigendom van de distributiebedrijven Essent en Delta.

Het blijft niet bij de rappe uitverkoop van het Nederlandse productiepark. Ook de distributeurs mogen, wat minister Annemarie Jorritsma van Economische Zaken betreft, in de verkoop. Zij is een fervent voorstander van marktwerking en wil aanvankelijk ook het hoogspanningsnet op de markt zetten. Zo ver komt het niet. De malaise in de taxiwereld, op de kabelmarkt en bij de NS doen Jorritsma’s privatiseringsplannen de das om.

Op de kabelmarkt is een privaat monopolie ontstaan met UPC als onaantastbare macht. Datzelfde gevaar loert in de energiesector. Sceptici vrezen dat commerciële eigenaars niet genoeg verantwoordelijkheid kunnen opbrengen om de netten te onderhouden en eerlijk te beheren. Dat is gevaarlijk, want er is maar één transportmiddel voor energie: de leidingen in en boven de grond; een natuurlijk monopolie dus. Het netbedrijf is weliswaar juridisch gescheiden van het moederbedrijf, maar het blijft een aanlokkelijk machtsmiddel.

Dat risico blijkt ook uit de opmerking van een loyale werknemer achter de schakelaars van een netbedrijf: «Tja, als er krapte is en ik moet kiezen tussen het moederbedrijf en een concurrent, dan weet ik het wel.» Deze loyaliteit is nauwelijks via wetten of regels te voorkomen. En dan de investeringen. Er gaan geruchten dat de publieke netbedrijven onder financiële druk nu al hun onderhoudsroutine oprekken. «Ketelmuziek», concludeert oud-directeur Jacques de Jong van toezichthouder DTe. Tegenwoordig is De Jong adviseur voor DTe en verbonden aan het Clingendael International Energy Program (CIEP).

Verkoop van zowel het hoogspanningsnet als de lokale netten is van de baan. Voorlopig. De Jong: «Rationeel pleit alles ervoor die netten in private handen te hebben. Als je het maar niet zo doet als in Engeland. Dan creëer je private monopolies. Je moet eerst liberaliseren, dan privatiseren. Op papier is de betrouwbaarheid gewaarborgd. Er is bijna geen misbruik mogelijk. Emotioneel ligt dat anders. Het is een bijzonder stuk infrastructuur. Altijd al in handen van de overheid. Het was niet verstandig van Jorritsma zo snel te willen gaan.»

De Jong zegt dat hij overigens niet snapt waarom buitenlandse concerns alleen distri butiebedrijven compleet met netbedrijf willen kopen: «Je moet die netten apart zetten. Er is geen geld mee te verdienen, want de tarieven liggen vast.» Maar zo gek is dat toch niet: voor een energieconcern zijn de netten een kostbaar onderpand om krediet te krijgen, of een prachtig object voor een leaseback-constructie. Het Spaanse bedrijf Endesa trok zich dan ook terug toen het geen politieke toestemming kreeg voor de aankoop van het energiebedrijf Remu inclusief Remu-netten. Zodra daar toestemming voor is, zijn ook bedrijven als Eneco, Nuon en Essent lekkere hapjes.

De Nederlandse sector schreeuwt al jaren moord en brand over de oneerlijke concurrentiepositie ten opzichte van Europese kolossen als EdF, Electrabel en Endesa. Terwijl Nederland de grenzen al vanaf 1998 heeft opengegooid, hielden veel landen de markt potdicht. Jacques de Jong is niet onder de indruk van deze klachten. «Er is geen Nederlands bedrijf dat ooit plannen heeft gehad om te handelen in Frankrijk. Ze kunnen eenvoudigweg niet op tegen die lage prijs.» Van 1998 tot 2000 is de import van goedkope kern- en bruinkoolstroom dan ook met zestig procent gestegen. In 2000 werd 25 procent geïmporteerd. Ook in deze grotere afhankelijkheid van import ziet De Jong geen kwaad: «Hoe belangrijk is olie niet? Dat importeren we volledig.»

Een belangrijke rem op het enthousiasme voor liberalisering was de crisis in Californië. Daar liep de vrije markt flink in de soep. De energiebedrijven waren verplicht op de spotmarkt hun stroom in te kopen en mochten geen langetermijncontracten afsluiten. Terwijl de vraag naar stroom enorm steeg door de booming ICT-sector bleef het aanbod steken omdat investeringen in nieuwe centrales werden uitgesteld. De prijs explodeerde en omdat energiebedrijven de hogere kosten niet mochten doorberekenen aan de afnemers raakten zij in financiële nood. Lichte paniek. Kan dit ook in Nederland gebeuren? «Zeg nooit nooit», reageert Jacques de Jong nuchter.

Voorlopig is er voldoende opwekcapaciteit in Nederland. «Je moet de aanbodkant goed in de gaten houden», zegt De Jong. Europa is bezig regels te ontwikkelen om jaarlijks gezamenlijk de situatie door te nemen om verrassingen te voorkomen. Ook wordt er gewerkt aan uitbreiding van de netten over de grenzen. In Nederland voert DTe een systeem in waarbij netbedrijven worden beloond voor een betrouwbaar net en bestraft voor verwaarlozing, in de hoop storingen zo veel mogelijk te beperken. Energiebedrijven melden lang niet alle stroomstoringen. Eneco gaat na kritische publicaties in de pers elk kwartaal de storingen rapporteren. Vergeleken met de landen om ons heen kent Nederland weinig stroomuitval.

Toch waarschuwde de Algemene Energieraad vorige maand voor de negatieve effecten van de sterk oligopolistische markt die zich lijkt te ontwikkelen in Europa. Vijf reuzen gaan de dienst uitmaken. De raad vreest een dure, vuilere en minder betrouwbare energievoorziening en roept op tot bezinning. Zij stelt dat de overcapaciteit in Nederland langzaam maar zeker verdwijnt en dat marktpartijen geen fikse investeringen zullen doen in opwekking als zij niet zeker zijn van redelijke prijzen. Daarmee groeit de afhankelijkheid van buitenlandse productie en netten.

De oplossingen waarmee de Algemene Energieraad aankomt, klinken bijna naïef: één strenge Europese toezichthouder, het splitsen van giganten als EdF of het blokkeren van de verkoop van Nederlandse concerns. Dat krijg je er nooit door in Brussel. Veel landen hebben daar immers geen baat bij en Europa staat machteloos tegenover stug chauvinisme van landen als Frankrijk. De Jong beaamt dat, maar ziet ook geen noodzaak. Hij deelt het pessimisme van de raad niet: «Er is op zich niks mis met een oligopolie als er maar concurrerend gewerkt wordt. Ik denk dat de internationale handel nog toeneemt.»

De Nederlandse distributiebedrijven lijken niet erg dol op die handel. Zij hebben bijna allemaal gezorgd voor eigen opwekcapaciteit zodat zij niet afhankelijk zijn van de grillige dagmarkt met zijn beruchte prijspieken. Zo sloeg Nuon in februari een grote slag door UNA terug te kopen van Reliant Energy voor 985 miljoen euro. Na veel geruchten hielden de Amerikanen het na drie jaar voor gezien. De Europese markt was ze erg tegengevallen. Bovendien rommelde het op het thuisfront: eerst het Californische drama, en vervolgens viel Enron om.

Met de koop van de oude UNA-centrales haalt Nuon voortaan zestig procent van de stroombehoefte van de klanten uit eigen keuken. Essent heeft een deel van de EPZ-centrales als veilige stroomtoevoer. Eneco, onlangs aangesterkt door de koop van Remu, loert op het Zeeuwse Delta, dat ook een deel eigen productie heeft. Handel is leuk, maar risico’s zijn dat niet. In mei 2001 viel een derde van de capaciteit uit. De prijs vertienvoudigde op de on balansmarkt waar extra stroom gekocht kan worden. Eigen productie is wel zo veilig. Daarnaast is de ouderwetse voorliefde voor meer jarencontracten nog lang niet gedoofd.

Vooral het milieu lijkt geen baat te hebben bij liberalisering. Het verbruik verschuift naar minder schone stroom. De dure, relatief schone, gasgestookte centrales in Nederland verliezen het van opwekking met bruinkool in Duitsland en kerncentrales in België en Frankrijk. «Dat is de consequentie van de keuze voor liberalisering», reageert De Jong laconiek. «Dat was voorzien.» Hij noemt het een logisch gevolg dat goedkope stroom wint. De kerncentrale in Borssele sluiten, terwijl er flink kernenergie wordt geïmporteerd, noemt hij «hypocriet». In Doel, vlak over de Belgische grens, draait een kerncentrale op volle toeren.

De gestegen populariteit van groene stroom bij de burger biedt nauwelijks tegenwicht. Veel wordt geïmporteerd, want windmolens bouwen in het land der bezwaarprocedures blijft een heksentoer. En over het groene gehalte van biomassa valt te twisten. Het bijstoken van houtsnippers, soms geïmporteerd uit landen die er rustig een bos voor kappen, in bestaande kolencentrales is niet het toppunt van groen. Daarbij verdwijnt warmtekrachtkoppeling (WKK) uit de portfolio van veel energiebedrijven. Veel te duur in deze marktsituatie.

Stroom blijft een ongrijpbaar iets. Het is natuurlijk niet zo dat als je groene stroom koopt bij Nuon de elektriciteit uit het stopcontact ook echt van de waterkrachtcentrale is waar Nuon net een hoeveelheid megawattuur heeft gekocht. Het is alsof alle opgewekte stroom uit gas, kolen of wat dan ook in één groot bad terechtkomt. Uiteraard wordt nauwkeurig gemeten hoeveel iedereen erin stort. Bij verkoop tapt de leverancier uit dit bad. Niemand kan dus garanderen dat een «groene» klant absoluut geen kernstroom binnenkrijgt.

Het energiebedrijf moet met certificaten garanderen dat de verkochte hoeveelheid groene stroom ook echt ergens groen is opgewekt. Nuon is alvast begonnen met totale certificering, zodat ook de herkomst van «grijze» stroom zichtbaar is. Rode stroom, blauwe stroom, bruine stroom — De Jong ziet dat wel op de markt komen. «Als er maar geld mee verdiend kan worden. Voor een deel word je belazerd. Maar de klant wil belazerd worden.»