Onder vrienden

Je kunt bijna niet anders dan tot de conclusie komen dat Leon de Winter de literaire kritiek al lang achter zich heeft gelaten. Bij voorgaande boeken kon je nog stellen dat hij een uitgebeende stijl hanteerde om zo zijn onderwerpen, zijn thema’s en zijn ideeën zo direct mogelijk aan de lezer te kunnen presenteren; inmiddels heeft hij eigenlijk ook die thema’s en ideeën achter zich gelaten en is De Winter alleen nog geïnteresseerd in zijn verhaal, dat zo heet als het geserveerd wordt gegeten dient te worden, met zo groot mogelijke happen. ‘Urgentie’ is het sleutelwoord geworden van De Winters schrijverschap.

Medium winter de   vsv

Je moet een keer diep ademhalen en dan red je het misschien net om de plot van VSV als volgt samen te vatten: voordat hij goed en wel toegelaten kan worden tot de hemel moet Theo van Gogh een klusje opknappen als beschermengel, van in dit geval de joodse gangster Max Kohn, die na een leven van hoeren en snoeren een nieuw hart heeft gekregen van een anonieme donor die, zo blijkt, als katholieke priester in de Dominicaanse Republiek een affaire had met Sonja Prins, Kohns grote verloren liefde en moeder van zijn kind (maar dat weet hij niet), die inmiddels een relatie heeft met succesauteur Leon de Winter, die Kohn weer kent uit zijn jeugd en boezemvrienden is met Bram Moszkowicz, de raadsheer van Geert Wilders, wiens politieke carrière op het spel staat wanneer een voetbalelftal radicale moslims een serie aanslagen pleegt in Amsterdam, onder leiding van Sallie, de vervreemde zoon van Kichie – Kohns voormalige rechterhand, die is opgedraaid voor de moord op de gangsters die eens een aanslag op Kohn pleegden en weer ingehuurd waren door Sonja’s in het malafide vastgoed opererende vader – die in dezelfde gevangenis zit als Mohammed B., Van Goghs moordenaar. Wat vergeet je dan nog? Even denken. Dat Kohn de halfbroer blijkt van Job Cohen, wiens minnares omkomt bij de aanslag op de Stopera. Dat De Winters vrouw (Jessica Durlacher) hem vanwege zijn ‘rechtse woedeaanvallen’ heeft verlaten voor een architect, zoals Moszkowicz door zijn vriendin is ingeruild voor Ruud Gullit.

Wat moet je als literair criticus zeggen over een roman waarin alinea’s staan als: ‘Het ironische was: als er niet op hem was geschoten, had hij die nacht in de Eerste Hulppost van de VU nooit Sonja ontmoet. De kogels hadden hem naar Sonja gebracht. En ze hadden haar van hem verdreven.’ Spierballenproza. Je kunt emmeren op zins­niveau en erop wijzen dat De Winter nu al decennia romans schrijft en nog steeds perspectieffoutjes maakt, overdreven veel informatie geeft of personages dingen laat denken die ze ongetwijfeld nooit zullen denken (moderne tieners vinden iemand ‘een oen’). Maar je zou VSV, en De Winter, ook tekortdoen als je niet zou toegeven dat je, ik tenminste, de eerste honderd bladzijden in één ruk hebt gelezen.

Net als De Winters vorige roman, het voor de AKO Literatuurprijs geshortliste Het recht op terugkeer, speelt VSV dus in een alternatieve wereld. Echte namen, onechte gebeurtenissen. En net als in Het recht op terugkeer (eigenlijk net als in al zijn romans) is angst de meest dominante drijfveer van De Winters verhaal. Angst en woede. De alles verlammende angst om een kind te verliezen, het continu over je schouders kijken in de veronderstelling dat je verleden je altijd wel een keer zal inhalen, de woede op jezelf en de wereld als het noodlot dan toch toeslaat.

In een interview in NRC Handelsblad zei Ann Demeester, de directrice van het pas heropende De Appel arts centre, dat Fitna flopte juist omdat Wilders de moslim­angst in beelden expliciet maakte. Op het moment dat je alles concreet in beeld ziet, wordt het minder eng dan wanneer het vaag, onuitgesproken, duister blijft.

Daarin schuilt het grote verschil tussen VSV en Het recht op terugkeer: die laatste roman speelde in een dystopie – Israël in 2024, een zwaarbeveiligde stadstaat waarin dna-paspoorten begrippen als burgerschap en vluchteling nog harder maakten – waar De Winter belangrijke elementen aan je eigen verbeelding overliet, hij gaf je een fictieve wereld om over na te denken; over VSV hoef je dat juist veel minder te doen. In alles probeert de auteur zijn bizarre verhaal geloofwaardig te maken en dat maakt de angst plat. Iedereen gedraagt zich zoals je ongeveer van ze zou verwachten, iedereen is even redelijk. De Winter durft het aan in de hoofden van bekende personen te kruipen, maar durft ze dan niet radicale dingen te laten denken. Van Gogh verbijt de ironie dat iedereen in Hollywood nu zijn naam kent, maar niet vanwege zijn films: natúúrlijk zou hij dat denken. Natuurlijk is Moszkowicz beleefd, Piet Hein Donner kalm en correct, Wilders politiek geslepen, Cohen gelaten en begaan. Je kunt je niet voorstellen dat één van de publieke figuren verontwaardigd zal zijn over de manier waarop hij of zij als personage wordt opgevoerd. Hoe geanimeerd en vlot het boek ook is, eigenlijk weet De Winter maar één keer een mogelijkheid voor te leggen die tot nadenken stemt, namelijk als Wilders Moszkowicz vraagt hem op te volgen mocht hem iets overkomen – maar hun overleg speelt zich dan weer af buiten het beeld van de lezer.

Het is jammer dat Maurice de Hond niet in het boek figureert, die had er een opiniepeilinkje tegenaan kunnen gooien.


Leon de Winter, VSV, € 24,95

Leon de Winter, VSV,€ 19,95 (e-book)