Jacques-Yves Cousteau in Becoming Cousteau © IDFA

Toen de wereldleiders zich in 1992 tijdens de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro voor een groepsfoto verzamelden, schoof een tengere, grijze man ook aan. Hij droeg donkerblauwe safari-kleding en had een bril met een zilveren raam op zijn neus. Staatshoofd was hij allerminst; avonturier was hij ten voeten uit. Het enige wat het merkwaardige plaatje compleet zou hebben gemaakt, was zo’n felrode zeemansmuts die hij op heeft in talloze films, strips en tv-series over zijn onderwaterontdekkingsreizen. Ooit was deze man ‘gewoon’ Jacques-Yves Cousteau. Maar toen hij zich op die Earth Summit als een duveltje uit een doosje bij de groten der aarde voegde, werd hij Kapitein Planeet.

Zo noemt een van de geïnterviewden hem in Becoming Cousteau, een nieuwe documentaire van Liz Garbus, die eerder Bobby Fischer against the World (2011) maakte, een prachtig portret van de beroemde schaakspeler. Net als in die film zoekt Garbus in haar documentaire over Cousteau de grens op tussen kinderlijke bewondering en kritische distantie. Het knappe van haar werk is dat ze de kijker vrij laat om op dezelfde transgressieve manier te kijken. Je kunt zwijmelen bij de beelden van je held, maar de ontregeling is nooit ver weg. ‘Kapitein Planeet’? Blies dezelfde Cousteau niet hele scholen vissen op en vermoordde zijn bemanning niet haaien op hun boot, de Calypso? En nam dezelfde avonturier niet grote bedragen van de oliegiganten in de Perzische Golf aan om diepzeeonderzoek te doen? Inderdaad. Maar de titel zegt het al: deze film gaat over de vraag hoe ‘Cousteau’ zichzelf werd.

Als kind zat ik vastgenageld voor de televisie te kijken naar kapitein Cousteau en zijn mannen in The Undersea World of Jacques Cousteau. Ik verslond de strips, L’aventure de l’equipe Cousteau en bandes dessinées. Het ontstaan van de wereldwijde rage was de verdienste van Cousteau zelf, een man die ervan droomde de ‘John Ford of John Huston van de oceaan’ te worden. Dat lukte hem ook nog bijna. Samen met de gevierde cineast Louis Malle maakte hij de documentaire Le monde du silence, waarmee hij in 1965 de Gouden Palm op het festival van Cannes won.

Zorgvuldig bouwt Garbus de Cousteau-mythe op. De muziek, zoet en melancholiek, versterkt een sfeer van geruststelling of geborgenheid, vooral onder water. Het is alsof wij net als de kapitein in de diepte van de zee een essentie vinden, een kern die teruggaat naar heel lang geleden toen de aarde woest en leeg was. ‘Wie duikt’, zegt Cousteau, ‘belandt in de hemel.’

Zo’n zestig jaar later verscheen Cousteau vastberaden op de VN-conferentie om een nieuwe boodschap te verkondigen. Met zijn eigen ogen had hij kunnen zien hoe de ijskappen smolten, hoe het maritieme leven in grote gebieden op de zeebodem vernietigd was. Hij wist dat zijn leven als avonturier voorbij was, dat ook hij – als symbool van de menselijke aanwezigheid in de natuur op aarde – zijn onschuld kwijt was.

Becoming Cousteau draait tussen 17 en 28 november op het IDFA. Voor kaarten en informatie idfa.nl