Onderbroek aan een spijker

John Cheever
Verscheurde stilte
(vert. Frank van Dixhoorn), Privé-domein 191
De Arbeiderspers, € 31,75

Helderheid is ook een emotie. Als ik de dagboeken van John Cheever opensla, kan ik altijd maar één of twee bladzijden lezen. Dan leg ik het met tranen in mijn ogen van bewondering weer weg. Het is alsof Cheever de wetten van het schrijven schendt. Het adagium «niet zeggen maar tonen» is hij overstegen. Hij toont ook als hij expliciet uitlegt. Hoe doet hij dat toch? Neem deze passage: «Ik sla Nabokov open en raak in de ban van dit spectrum van dubbelzinnigheden, deze prachtige atmosfeer van onwaarheid; ik ben geïnteresseerd in zijn methodes en ik vind ze ook heel sympathiek, maar zijn beelden – de schaduw van een goochelaar op een glinsterend gordijn, en al dat geconfituurde violet – zijn niet de mijne. Het huis waar ik opgroeide had zijn charmes, maar mijn vader hing zijn ondergoed aan een spijker die hij aan de binnenzijde van de badkamerdeur had geslagen, en ik weet wel iets van de Rivièra, maar ik ben geen Russische aristocraat met Parijse verfijning. Mijn prozastijl zal altijd in zekere mate zakelijk blijven.» Nog nooit ben ik een aangrijpender en helderder dagboek tegengekomen. Hij schrijft over zijn alcoholisme, zijn huwelijk, zijn liefde voor mannen, zijn dochter, zijn zoons. Ach, alleen het begin van de dagboeken al: «De middelbare leeftijd gaat gepaard met mysterie, met mystificatie. Het enige wat ik tegenwoordig merk is een zekere eenzaamheid. Zelfs de schoonheid van de buitenwereld lijkt in verval, ja, zelfs de liefde. Voor mijn gevoel is het ergens misgelopen, ergens scheef gegaan, maar ik weet niet wanneer en ik geloof niet dat ik daar achter zal komen.»

Hij komt er inderdaad niet achter, maar hij beschrijft het superieur. Het is zo helder, zo vreselijk helder. Helderheid is niet hetzelfde als geluk, maar het zit er wel dicht tegenaan.