De protestbijbel van Herbert Marcuse

Onderdrukt door vrijheid

In de jaren zestig bleek De eendimensionale mens van Herbert Marcuse een ideaal pamflet voor jongeren die welvarend, hoogopgeleid en toch ontevreden waren. Ook in het tijdperk van Facebook is zijn kapitalismekritiek relevant.

Medium one dimensional man cover

Wie zich zorgen maakt over bedrijven die een stuwmeer aan privé-gegevens verzamelen voor commerciële doeleinden moet Max Schrems in de gaten houden. Schrems is een 27-jarige rechtenstudent uit Oostenrijk en een van de 1,3 miljard gebruikers van Facebook. In 2011 ging hij op uitwisseling naar de Universiteit van Santa Clara, in het hartje van Silicon Valley. Daar raakte hij aan de praat met een advocaat die voor Facebook werkte. Het werd een ontluisterend gesprek voor Schrems. Hoewel het internationale hoofdkwartier van Facebook in Ierland is gevestigd en het bedrijf moet voldoen aan Europese regels, lachen de juristen van Mark Zuckerberg in hun vuistje om die ‘schattige Europese privacy-wetjes’. ‘Ik kreeg te horen dat Facebook doet wat het wil en dat niemand daar iets aan kon veranderen’, zo vertelde Schrems in een interview met de Financial Times.

Schrems vond het niet leuk. Onder verwijzing naar een clausule in de Europese wetgeving dwong hij Facebook om alle informatie te overhandigen die het bedrijf over hem had bewaard. Schrems ontving een envelop met twaalfhonderd A4’tjes waarop ieder bericht, iedere poke en iedere like terug te vinden was, inclusief berichten die hij verwijderd had. Kort daarna richtte de Oostenrijker Europe versus Facebook op, een activistisch platform dat probeert Facebook in het gareel te krijgen. Twee weken geleden begon Schrems namens 25.000 Facebook-gebruikers een zaak bij het gerechtshof in Wenen. Facebook wordt aangeklaagd omdat het onzorgvuldig omspringt met de verplichting toestemming te vragen om gegevens van klanten te gebruiken en omdat het privé-informatie doorspeelde aan de Amerikaanse inlichtingendienst nsa. Als Schrems wint, krijgt iedere aanklager een symbolische vijfhonderd dollar schadevergoeding. Zelf hoeft Schrems niets, maar eist hij dat Facebook zijn account voorgoed van haar servers verwijdert.

Wie zoekt naar een analytisch kader om het geval Schrems te vatten, kan terecht bij verschillende klassiekers. Naomi Kleins No Logo, bijvoorbeeld. Wat Schrems doet past goed bij de revolte die Klein wilde ontketenen tegen big brands. Maar zijn anti-Facebook-campagne sluit ook aan bij de oproep tot rebellie tegen technologie zoals verwoord door Herbert Marcuse in One-Dimensonial Man: Studies in the Ideology of Advanced Industrial Society. Met dit boek zette de Duitse filosoof een standaard voor de kritiek dat het kapitalisme burgers reduceert tot consumenten die worden bestookt met valse voorstellingen zodat ze hun portemonnee opendoen en hun mond dichthouden. Technologie, zo meende Marcuse, speelt daarbij een valse dubbelrol als kracht die mensen ogenschijnlijk vrijer maakt en plezier bezorgt, maar tegelijkertijd het bestaan uitholt.

Wie zijn Facebook-account dichtgooit of besluit te stoppen met WhatsApp om te voorkomen dat privé-informatie wordt gebruikt voor targeted adverstising, vindt in De eendimensionale mens genoeg rechtvaardiging om dat te doen. Het boek is een felle kritiek op systemen die een mensenleven proberen te vatten in voorspelbare patronen. Marcuse baseerde zijn betoog op de grote industrieën van vóór het digitale tijdperk: de productie van consumptiegoederen, gemaakt door arbeiders, gekocht door arbeiders, en het ‘militair-industrieel complex’ waarin productie dient om een vijand (in Marcuse’s tijd: de Russen) voor te blijven.

Anno 2014 verliest deze traditionele industrie terrein ten gunste van digitale technologie, maar de logica blijft dezelfde: iedereen is een onderdeel van de machine, door input te leveren (tegenwoordig door profielpagina’s te onderhouden en gratis chatberichten te versturen) en het eindproduct te gebruiken (de app op je telefoon). ‘Als de dienst gratis is, ben je zelf het product’, is de oneliner om het businessmodel van bedrijven als Facebook en Google te omschrijven. En volgens Marcuse’s leer is een product eendimensionaal: enkel goed om te verkopen.

Eendimensionaliteit zoals Marcuse het bedoelde sloeg ook op het vervagen van grenzen tussen verschillende dimensies van het bestaan, waardoor het intieme steeds meer publiek wordt. In de hoog-industriële samenleving waren zaken die lange tijd als privé golden, zoals seksualiteit of het gezin, volledig geïntegreerd in het openbare leven, constateerde Marcuse. Dit alles resulteerde in een verplatting van het discours, een gekunsteld bestaan en het inperken van creatief denken. De grootste truc die het kapitalisme volgens Marcuse uithaalde is dat niet de staat mensen in het keurslijf hield, maar dat men elkaar onder de duim hield door mee te doen aan het spelletje.

One-Dimensional Man verscheen in 1964, midden in de Koude Oorlog. Marcuse was toen werkzaam aan Brandeis University in de VS. Hij meende dat de samenleving in de greep was van ‘technologische rationaliteit’ (een van de vele ingewikkelde termen die hij aan het kritisch-filosofisch jargon heeft toegevoegd) die valse behoeften aanwakkerde die vervolgens weer bevredigd werden door diezelfde technologie. Het was Marcuse te doen om de huisvrouw die gelukkig werd van haar nieuwe wasmachine en de arbeider die ’s avonds neerplofte voor de tv. Zij leidden een eendimensionaal bestaan in de zin dat ze opgesloten zaten in een tredmolen van productie en consumptie. Massamedia, commerciële advertenties en ‘industrieel management’ susten het denken van de eendimensionale mens in slaap, zodat hij niet in verzet kwam tegen deze dagelijkse sleur.

Medium marcuse
Met zijn kapitalismekritiek was Marcuse de man die op een feestje het interieur van de gastvrouw afkraakt

Op velen kwam deze marxistische kapitalismekritiek ronduit absurd over. De eendimensionale mens kwam in de boekhandel in een tijdperk waarin het overgrote deel van de bevolking het beter had als ooit tevoren. Als het gaat om meer welvaart en comfort deed het vrijemarktkapitalisme het vele malen beter dan het alternatief van achter het IJzeren Gordijn. Maar volgens Marcuse was dat juist het probleem. Het kapitalisme met zijn nadruk op materieel welzijn was zo succesvol dat het haast onmogelijk was om eraan te ontsnappen. Dat maakte het systeem volgens hem totalitair en de mensen fundamenteel onvrij.

Wat Marcuse vooral tegenstond was een gebrek aan ruimte om af te wijken van de norm. Vanuit die houding had hij eerder, in Soviet Marxism: A Critical Analysis uit 1958, zijn diepe teleurstelling over de Sovjet-Unie getoond. In De eendimensionale mens was het Westen aan de beurt. Daar liep repressie via de weg van de vrijheid. ‘Under the rule of a repressive whole’, schreef hij, ‘liberty can be made into a powerful instrument of domination.’ Vrijheid als onvrijheid. Je moet een flexibel brein hebben om mee te kunnen gaan in Marcuse’s kijk op de wereld, maar het westerse kapitalisme werd volgens hem dan ook gekenmerkt door ‘rationale irrationaliteit’.

Behalve aan Marx ontleende Marcuse zijn kritiek aan de psychoanalyse. Het gevolg is dat De eendimensionale mens bol staat van begrippen als ‘repressieve desublimatie’, waarmee Marcuse een fenomeen beschrijft dat iedereen die wel eens langs een Apple Store is gelopen herkent: de haast erotische liefde waarmee consumenten hun gadgets aan de borst klampen: ‘Mensen herkennen zichzelf in hun automobiel, hifi-set en hun huis met twee verdiepingen’, schreef Marcuse. Vervang die woorden door ‘goedkope vliegreis’, ‘flatscreen-tv’ en ‘jacuzzi in de tuin’ en de tekst kan ook in deze tijd mee.

Met zijn kritische blik op het kapitalisme was Marcuse de man die op een feestje komt en vervolgens het interieur van de gastvrouw afkraakt. Marcuse was een intellectueel van de Frankfurter Schule. Begin jaren dertig emigreerde deze groep marxistische en veelal joodse denkers naar de VS, op de vlucht voor de nazi’s. Na de oorlog keerden anderen, zoals Theodor Adorno en Max Horkheimer, terug naar Duitsland. Marcuse bleef. Tot 1951 werkte hij als ambtenaar voor de Amerikaanse overheid, bij een voorloper van de cia, daarna als professor, eerst aan de westkust en na 1965 aan de oostkust in het zonnige San Diego. Hij bleef een overtuigd marxist, maar wel een die de droom had opgegeven dat de werkende klasse een rode revolutie zou ontketenen in het Westen. Daarvoor had de welvaartsmaatschappij ze te veel verwend. In plaats daarvan vestigde Marcuse zijn hoop op een andere groep met revolutionair potentieel: studenten en minderheden, zoals de zwarte bevolking van de VS.

De roerige jaren zestig deden de ster van Marcuse tot grote hoogten stijgen. Dat kwam vooral omdat de studentenbeweging in zowel Europa als de Verenigde Staten professor Marcuse in het hart sloot. De eendimensionale mens bleek een ideaal pamflet voor jongeren die welvarend, hoogopgeleid en toch ontevreden waren. Het boek pleit voor het afschudden van het juk van consumentisme zodat verbeelding, speelsheid en kunst ruim baan krijgen. Ook Marcuse’s pleidooi dat seksuele energie moest worden bevrijd ging er in als koek bij een generatie studenten die aparte studentenflats voor mannen en vrouwen als een grof onrecht zag.

In 1968, het jaar van de barricaden, was Marcuse overal te vinden waar het bruiste. Hij sprak studenten toe in Parijs en Berlijn en toen het protestvuur zijn eigen universiteit bereikte stond Marcuse vooraan om mee te doen aan sit-ins, bezettingen en protestmarsen. Het maakte zijn reputatie buiten radicale kringen er niet beter op. Conservatieven zagen de rare professor met zijn Duitse accent als een agent van het Europees communisme. Het ging ze niet om zijn boek. De eendimensionale mens werd onbegrijpelijk geacht door iedereen die niet geloofde in onderdrukking te midden van vrijheid. Wat vooral voor morele paniek zorgde was Marcuse als fout rolmodel voor de jeugd. De filosoof ontving doodsbedreigingen, en een groep bezorgde burgers deed een poging om Marcuse’s leerstoel aan de universiteit op te kopen voor twintigduizend dollar.

Nu het meest bekende werk van Herbert Marcuse zijn vijftigste verjaardag viert, is er een kleine Marcuse_-revival_ aan de gang. Toen de Occupy-beweging de kop op stak herinnerden velen zich De eendimensionale mens als protestbijbel, waardoor Marcuse nu weer over de toonbank gaat. Deze herfst staan er verschillende Marcuse-conferenties gepland waarop de vraag wordt gesteld hoe eendimensionaal de huidige tijd is. Marcuse’s zoon Peter (emeritus hoogleraar stadsplanning, geboren in 1928) houdt een blog bij waarin hij het onlangs opnam voor Thomas Piketty. Een van Marcuse’s kleinkinderen (Harold Marcuse, professor Duitse geschiedenis aan de Universiteit van Californië in Santa Barbara) houdt nauwgezet de Marcuse-familiewebsite bij, waarop alles wat er over zijn subversieve grootvader verschijnt te vinden is. Zo leeft Marcuse voort in de digitale wereld. Alleen op Facebook wil het niet zo vlotten. De fanpagina voor De eendimensionale mens heeft 44 likes.


De 10 boeken die ons denken veranderden

Het gebeurt één à twee keer per decennium. Er verschijnt een boek waar werkelijk iedereen het over heeft. Alles lijkt op zo’n moment samen te vallen: een schuivende tijdgeest, een scherpe denker die aanvoelt wat de grote vragen van het moment zijn en een hongerig publiek op zoek naar nieuwe inzichten. Op dit moment is de beurt aan de Franse econoom Thomas Piketty. De vertaling van zijn Le capital au XXIe siècle is nu het grote afzetpunt in het publieke debat.

Wat waren in de afgelopen decennia de andere boeken die onze blik op de samenleving deden kantelen? In de afgelopen en de komende weken is De Groene op zoek naar de recente werken die insloegen als een bom. Boeken als Betty Friedans The Feminine Mystique en Francis Fukuyama’s The End of History and The Last Man. Deze week deel 9: De eendimensionale mens van Herbert Marcuse.


Beeld: Herbert Marcuse, ‘fout rolmodel’ voor de jeugd (John Haynes / Lebrecht Music + Arts / HH)